In het kort
Dit Koninklijk Besluit van 24 december 1925 bepaalt de duur van de gevangenisstraf als bedoeld in de artikelen 369 en 376, eerste lid, van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Het besluit telt twee artikelen.
Belangrijkste punten
- **Vastgestelde duur (artikel 1):** de duur van de gevangenisstraf als bedoeld in de artikelen 369 en 376, eerste lid, van het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt bepaald op zes maanden.
- **Wettelijke grondslag:** het besluit steunt op diezelfde artikelen 369 en 376, eerste lid, van het nieuwe Wetboek van Strafvordering, en werd genomen op voordracht van de Minister van Justitie van 27 november 1925 en de nadere voordracht van 19 december 1925.
- **Advies Raad van State:** de Raad van State werd gehoord (advies van 15 december 1925, n°. 12).
- **Inwerkingtreding (artikel 2):** dit besluit treedt in werking tegelijk met het nieuwe Wetboek van Strafvordering.
- **Uitvoering en bekendmaking:** de Minister van Justitie is belast met de uitvoering; het besluit wordt in het Staatsblad geplaatst en in afschrift aan de Raad van State gezonden.
Voor wie geldt dit
Voor de rechterlijke macht en het openbaar ministerie bij de toepassing van de artikelen 369 en 376 van het Wetboek van Strafvordering, en voor de personen op wie die gevangenisstraf van zes maanden betrekking heeft.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.