wet bestuursrecht - BWBR0005537 Er is een groot aantal regelingen gewijzigd. Mogelijk zijn deze wijzigingen nog niet doorgevoerd in de geconsolideerde tekst en ziet u nog een oude versie. Raadpleeg bi
j twijfel de bekendmaking. Direct naar content Menu U bent nu hier: Wettenbank Primaire navigatie Andere sites binnen Overheid.nl Eenvoudig zoeken Uitgebreid zoeken Toekomstige regelgeving zoeken Zoeken in EU-richtlijnen Andere sites binnen Overheid.nl Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies. Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid. Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties. Naar overheidsorganisaties U bent hier: Zoeken Zoekresultaten Regeling Zoek opnieuw Algemene wet bestuursrecht Geraadpleegd op 10-07-2026. Geldend van 01-07-2026 t/m heden. Alles openklappen Alles dichtklappen Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen (Artikelen 1:1-1:9) Titel 1.1 Definities en reikwijdte (Artikelen 1:1-1:6) Artikel 1:1 Artikel 1:2 Artikel 1:3 Artikel 1:4 Artikel 1:5 Artikel 1:6 Titel 1.2 Uitvoering van bindende besluiten van organen van de Europese Unie (Artikelen 1:7-1:9) Artikel 1:7 Artikel 1:8 Artikel 1:9 Hoofdstuk 2 Verkeer met bestuursorganen (Artikelen 2:1-2:27) Afdeling 2.1 Algemene bepalingen (Artikelen 2:1-2:5) Artikel 2:1 Artikel 2:2 Artikel 2:3 Artikel 2:4 Artikel 2:5 Afdeling 2.2 Gebruik van de taal in het bestuurlijk verkeer (Artikel 2:6) Artikel 2:6 Afdeling 2.3 Verkeer langs elektronische weg (Artikelen 2:7-2:27) Paragraaf 2.3.1 Algemeen (Artikel 2:7) Artikel 2:7 Paragraaf 2.3.2 Verzending door een bestuursorgaan (Artikelen 2:8-2:12) Artikel 2:8 Artikel 2:9 Artikel 2:10 Artikel 2:11 Artikel 2:12 Paragraaf 2.3.3 Verzending aan een bestuursorgaan (Artikelen 2:13-2:18) Artikel 2:13 Artikel 2:14 Artikel 2:15 Artikel 2:16 Artikel 2:17 Artikel 2:18 Paragraaf 2.3.4 Tijdstip van verzending en ontvangst (Artikelen 2:19-2:20) Artikel 2:19 Artikel 2:20 Paragraaf 2.3.5 Wettelijke termijnen (Artikelen 2:21-2:24) Artikel 2:21 Artikel 2:22 Artikel 2:23 Artikel 2:24 Paragraaf 2.3.6 Bewijslast (Artikel 2:25) Artikel 2:25 Paragraaf 2.3.7 Tijdelijke afwijking van deze afdeling (Artikel 2:26) Artikel 2:26 Paragraaf 2.3.8 Regels over bewaren en vernietigen (Artikel 2:27) Artikel 2:27 Hoofdstuk 3 Algemene bepalingen over besluiten (Artikelen 3:1-3:50) Afdeling 3.1 Inleidende bepalingen (Artikel 3:1) Artikel 3:1 Afdeling 3.2 Zorgvuldigheid en belangenafweging (Artikelen 3:2-3:4) Artikel 3:2 Artikel 3:3 Artikel 3:4 Afdeling 3.3 Advisering (Artikelen 3:5-3:9a) Artikel 3:5 Artikel 3:6 Artikel 3:7 Artikel 3:8 Artikel 3:9 Artikel 3:9a Afdeling 3.4 Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Artikelen 3:10-3:18) Artikel 3:10 Artikel 3:11 Artikel 3:12 Artikel 3:13 Artikel 3:14 Artikel 3:15 Artikel 3:16 Artikel 3:17 Artikel 3:18 Afdeling 3.4a Informatie over samenhangende besluiten (Artikel 3:19) Artikel 3:19 Afdeling 3.5 Coördinatie van samenhangende besluiten (Artikelen 3:20-3:33) Artikel 3:20 Artikel 3:21 Artikel 3:22 Artikel 3:23 Artikel 3:24 Artikel 3:25 Artikel 3:26 Artikel 3:27 Artikel 3:28 Artikel 3:29 Artikel 3:30 Artikel 3:31 Artikel 3:32 Artikel 3:33 Afdeling 3.6 Bekendmaking en mededeling (Artikelen 3:40-3:45) Artikel 3:40 Artikel 3:41 Artikel 3:42 Artikel 3:43 Artikel 3:44 Artikel 3:45 Afdeling 3.7 Motivering (Artikelen 3:46-3:50) Artikel 3:46 Artikel 3:47 Artikel 3:48 Artikel 3:49 Artikel 3:50 Hoofdstuk 4 Bijzondere bepalingen over besluiten (Artikelen 4:1-4:131) Titel 4.1 Beschikkingen (Artikelen 4:1-4:20f) Afdeling 4.1.1 De aanvraag (Artikelen 4:1-4:6) Artikel 4:1 Artikel 4:2 Artikel 4:3 Artikel 4:3a Artikel 4:4 Artikel 4:5 Artikel 4:6 Afdeling 4.1.2 De voorbereiding (Artikelen 4:7-4:12) Artikel 4:7 Artikel 4:8 Artikel 4:9 Artikel 4:10 Artikel 4:11 Artikel 4:12 Afdeling 4.1.3 Beslistermijn (Artikelen 4:13-4:20f) § 4.1.3.1 Beslistermijn (Artikelen 4:13-4:15) Artikel 4:13 Artikel 4:14 Artikel 4:15 § 4.1.3.2 Dwangsom bij niet tijdig beslissen (Artikelen 4:16-4:20) Artikel 4:16 Artikel 4:17 Artikel 4:18 Artikel 4:19 Artikel 4:20 § 4.1.3.3 Positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen (Artikelen 4:20a-4:20f) Artikel 4:20a Artikel 4:20b Artikel 4:20c Artikel 4:20d Artikel 4:20e Artikel 4:20f Titel 4.2 Subsidies (Artikelen 4:21-4:80) Afdeling 4.2.1 Inleidende bepalingen (Artikelen 4:21-4:24) Artikel 4:21 Artikel 4:22 Artikel 4:23 Artikel 4:24 Afdeling 4.2.2 Het subsidieplafond (Artikelen 4:25-4:28) Artikel 4:25 Artikel 4:26 Artikel 4:27 Artikel 4:28 Afdeling 4.2.3 De subsidieverlening (Artikelen 4:29-4:36) Artikel 4:29 Artikel 4:30 Artikel 4:31 Artikel 4:32 Artikel 4:33 Artikel 4:34 Artikel 4:35 Artikel 4:36 Afdeling 4.2.4 Verplichtingen van de subsidie-ontvanger (Artikelen 4:37-4:41) Artikel 4:37 Artikel 4:38 Artikel 4:39 Artikel 4:40 Artikel 4:41 Afdeling 4.2.5 De subsidievaststelling (Artikelen 4:42-4:47) Artikel 4:42 Artikel 4:43 Artikel 4:44 Artikel 4:45 Artikel 4:46 Artikel 4:47 Afdeling 4.2.6 Intrekking en wijziging (Artikelen 4:48-4:51) Artikel 4:48 Artikel 4:49 Artikel 4:50 Artikel 4:51 Afdeling 4.2.7 Betaling en terugvordering (Artikelen 4:52-4:57) Artikel 4:52 Artikel 4:53 Artikel 4:54 Artikel 4:55 Artikel 4:56 Artikel 4:57 Afdeling 4.2.8 Per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen (Artikelen 4:58-4:80) Paragraaf 4.2.8.1 Inleidende bepalingen (Artikelen 4:58-4:59) Artikel 4:58 Artikel 4:59 Paragraaf 4.2.8.2 De aanvraag (Artikelen 4:60-4:65) Artikel 4:60 Artikel 4:61 Artikel 4:62 Artikel 4:63 Artikel 4:64 Artikel 4:65 Paragraaf 4.2.8.3 De subsidieverlening (Artikelen 4:66-4:67) Artikel 4:66 Artikel 4:67 Paragraaf 4.2.8.4 Verplichtingen van de subsidie-ontvanger (Artikelen 4:68-4:72) Artikel 4:68 Artikel 4:69 Artikel 4:70 Artikel 4:71 Artikel 4:72 Paragraaf 4.2.8.5 De subsidievaststelling (Artikelen 4:73-4:80) Artikel 4:73 Artikel 4:74 Artikel 4:75 Artikel 4:76 Artikel 4:77 Artikel 4:78 Artikel 4:79 Artikel 4:80 Titel 4.3 Beleidsregels (Artikelen 4:81-4:84) Artikel 4:81 Artikel 4:82 Artikel 4:83 Artikel 4:84 Titel 4.4 Bestuursrechtelijke geldschulden (Artikelen 4:85-4:125) Afdeling 4.4.1 Vaststelling en inhoud van de verplichting tot betaling (Artikelen 4:85-4:96) Artikel 4:85 Artikel 4:86 Artikel 4:87 Artikel 4:88 Artikel 4:89 Artikel 4:90 Artikel 4:91 Artikel 4:92 Artikel 4:93 Artikel 4:94 Artikel 4:94a Artikel 4:95 Artikel 4:96 Afdeling 4.4.2 Verzuim en wettelijke rente (Artikelen 4:97-4:103) Artikel 4:97 Artikel 4:98 Artikel 4:99 Artikel 4:100 Artikel 4:101 Artikel 4:102 Artikel 4:103 Afdeling 4.4.3 Verjaring (Artikelen 4:104-4:111) Artikel 4:104 Artikel 4:105 Artikel 4:106 Artikel 4:107 Artikel 4:108 Artikel 4:109 Artikel 4:110 Artikel 4:111 Afdeling 4.4.4 Aanmaning en invordering bij dwangbevel (Artikelen 4:112-4:124) Paragraaf 4.4.4.1 De aanmaning (Artikelen 4:112-4:113) Artikel 4:112 Artikel 4:113 Paragraaf 4.4.4.2 Invordering bij dwangbevel (Artikelen 4:114-4:124) Artikel 4:114 Artikel 4:115 Artikel 4:116 Artikel 4:117 Artikel 4:118 Artikel 4:119 Artikel 4:120 Artikel 4:121 Artikel 4:122 Artikel 4:123 Artikel 4:124 Afdeling 4.4.5 Bezwaar en beroep (Artikel 4:125) Artikel 4:125 Titel 4.5 Nadeelcompensatie (Artikelen 4:126-4:131) Artikel 4:126 Artikel 4:127 Artikel 4:128 Artikel 4:129 Artikel 4:130 Artikel 4:131 Hoofdstuk 5 Handhaving (Artikelen 5:1-5:54) Titel 5.1 Algemene bepalingen (Artikelen 5:1-5:10a) Artikel 5:1 Artikel 5:2 Artikel 5:3 Artikel 5:4 Artikel 5:5 Artikel 5:6 Artikel 5:7 Artikel 5:8 Artikel 5:9 Artikel 5:10 Artikel 5:10a Titel 5.2 Toezicht op de naleving (Artikelen 5:11-5:20) Artikel 5:11 Artikel 5:12 Artikel 5:13 Artikel 5:14 Artikel 5:15 Artikel 5:16 Artikel 5:16a Artikel 5:17 Artikel 5:18 Artikel 5:19 Artikel 5:20 Titel 5.3 Herstelsancties (Artikelen 5:21-5:39) Afdeling 5.3.1 Last onder bestuursdwang (Artikelen 5:21-5:31c) Artikel 5:21 Artikel 5:22 Artikel 5:23 Artikel 5:24 Artikel 5:25 Artikel 5:26 Artikel 5:27 Artikel 5:28 Artikel 5:29 Artikel 5:30 Artikel 5:31 Artikel 5:31a Artikel 5:31b Artikel 5:31c Afdeling 5.3.2 Last onder dwangsom (Artikelen 5:31d-5:39) Artikel 5:31d Artikel 5:32 Artikel 5:32a Artikel 5:32b Artikel 5:33 Artikel 5:34 Artikel 5:35 Artikel 5:36 Artikel 5:37 Artikel 5:37a Artikel 5:38 Artikel 5:39 Titel 5.4 Bestuurlijke boete (Artikelen 5:40-5:54) Afdeling 5.4.1 Algemene bepalingen (Artikelen 5:40-5:47) Artikel 5:40 Artikel 5:41 Artikel 5:42 Artikel 5:43 Artikel 5:44 Artikel 5:45 Artikel 5:46 Artikel 5:47 Afdeling 5.4.2 De procedure (Artikelen 5:48-5:54) Artikel 5:48 Artikel 5:49 Artikel 5:50 Artikel 5:51 Artikel 5:52 Artikel 5:53 Artikel 5:54 Hoofdstuk 6 Algemene bepalingen over bezwaar en beroep (Artikelen 6:1-6:24) Afdeling 6.1 Inleidende bepalingen (Artikelen 6:1-6:3) Artikel 6:1 Artikel 6:2 Artikel 6:3 Afdeling 6.2 Overige algemene bepalingen (Artikelen 6:4-6:24) Artikel 6:4 Artikel 6:5 Artikel 6:6 Artikel 6:7 Artikel 6:8 Artikel 6:9 Artikel 6:10 Artikel 6:11 Artikel 6:12 Artikel 6:13 Artikel 6:14 Artikel 6:15 Artikel 6:16 Artikel 6:17 Artikel 6:18 Artikel 6:19 Artikel 6:20 Artikel 6:21 Artikel 6:22 Artikel 6:23 Artikel 6:24 Hoofdstuk 7 Bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep (Artikelen 7:1-7:28) Afdeling 7.1 Bezwaarschrift voorafgaand aan beroep bij de bestuursrechter (Artikelen 7:1-7:1a) Artikel 7:1 Artikel 7:1a Afdeling 7.2 Bijzondere bepalingen over bezwaar (Artikelen 7:2-7:15) Artikel 7:2 Artikel 7:3 Artikel 7:4 Artikel 7:5 Artikel 7:6 Artikel 7:7 Artikel 7:8 Artikel 7:9 Artikel 7:10 Artikel 7:11 Artikel 7:12 Artikel 7:13 Artikel 7:14 Artikel 7:14a Artikel 7:15 Afdeling 7.3 Bijzondere bepalingen over administratief beroep (Artikelen 7:16-7:28) Artikel 7:16 Artikel 7:17 Artikel 7:18 Artikel 7:19 Artikel 7:20 Artikel 7:21 Artikel 7:22 Artikel 7:23 Artikel 7:24 Artikel 7:25 Artikel 7:26 Artikel 7:27 Artikel 7:27a Artikel 7:28 Hoofdstuk 8 Bijzondere bepalingen over de wijze van procederen bij de bestuursrechter (Artikelen 8:1-8:119) Titel 8.1 Algemene bepalingen over het beroep in eerste aanleg (Artikelen 8:1-8:40a) Afdeling 8.1.1 Bevoegdheid (Artikelen 8:1-8:9) Artikel 8:1 Artikel 8:2 Artikel 8:3 Artikel 8:4 Artikel 8:5 Artikel 8:6 Artikel 8:7 Artikel 8:8 Artikel 8:9 Afdeling 8.1.2 Behandeling door een enkelvoudige, meervoudige of grote kamer (Artikelen 8:10-8:12) Artikel 8:10 Artikel 8:10a Artikel 8:11 Artikel 8:12 Afdeling 8.1.2a Conclusie (Artikel 8:12a) Artikel 8:12a Afdeling 8.1.2b Opmerkingen door anderen dan partijen (Artikel 8:12b) Artikel 8:12b Afdeling 8.1.3 Verwijzing, voeging en splitsing (Artikelen 8:13-8:14) Artikel 8:13 Artikel 8:13a Artikel 8:14 Afdeling 8.1.4 Wraking en verschoning van rechters (Artikelen 8:15-8:20) Artikel 8:15 Artikel 8:16 Artikel 8:17 Artikel 8:18 Artikel 8:19 Artikel 8:20 Afdeling 8.1.5 Partijen (Artikelen 8:21-8:32a) Artikel 8:21 Artikel 8:22 Artikel 8:23 Artikel 8:24 Artikel 8:25 Artikel 8:26 Artikel 8:27 Artikel 8:28 Artikel 8:28a Artikel 8:29 Artikel 8:30 Artikel 8:31 Artikel 8:32 Artikel 8:32a Afdeling 8.1.6 Getuigen, deskundigen en tolken (Artikelen 8:33-8:36) Artikel 8:33 Artikel 8:34 Artikel 8:35 Artikel 8:36 Afdeling 8.1.6a Verkeer langs elektronische weg met de bestuursrechter (Artikelen 8:36a-8:36f) Artikel 8:36a Artikel 8:36b Artikel 8:36c Artikel 8:36d Artikel 8:36e Artikel 8:36ea Artikel 8:36f Afdeling 8.1.7 Verzending van stukken (Artikelen 8:36g-8:40a) Artikel 8:36g Artikel 8:37 Artikel 8:38 Artikel 8:39 Artikel 8:40 Artikel 8:40a Titel 8.2 Behandeling van het beroep in eerste aanleg (Artikelen 8:41-8:80b) Afdeling 8.2.1 Griffierecht (Artikel 8:41) Artikel 8:41 Afdeling 8.2.1a Algemene bepaling (Artikel 8:41a) Artikel 8:41a Afdeling 8.2.2 Vooronderzoek (Artikelen 8:42-8:51) Artikel 8:42 Artikel 8:43 Artikel 8:44 Artikel 8:45 Artikel 8:45a Artikel 8:46 Artikel 8:47 Artikel 8:48 Artikel 8:49 Artikel 8:50 Artikel 8:51 Afdeling 8.2.2a Bestuurlijke lus (Artikelen 8:51a-8:51d) Artikel 8:51a Artikel 8:51b Artikel 8:51c Artikel 8:51d Afdeling 8.2.3 Versnelde behandeling (Artikelen 8:52-8:53) Artikel 8:52 Artikel 8:53 Afdeling 8.2.4 Vereenvoudigde behandeling (Artikelen 8:54-8:55) Artikel 8:54 Artikel 8:54a Artikel 8:55 Afdeling 8.2.4a Beroep bij niet tijdig handelen (Artikelen 8:55a-8:55f) Artikel 8:55a Artikel 8:55b Artikel 8:55c Artikel 8:55d Artikel 8:55e Artikel 8:55f Afdeling 8.2.5 Onderzoek ter zitting (Artikelen 8:56-8:65) Artikel 8:56 Artikel 8:57 Artikel 8:58 Artikel 8:59 Artikel 8:60 Artikel 8:60a Artikel 8:61 Artikel 8:62 Artikel 8:63 Artikel 8:64 Artikel 8:65 Afdeling 8.2.6 Uitspraak (Artikelen 8:66-8:80) Artikel 8:66 Artikel 8:67 Artikel 8:68 Artikel 8:69 Artikel 8:69a Artikel 8:70 Artikel 8:71 Artikel 8:72 Artikel 8:72a Artikel 8:73 Artikel 8:73a Artikel 8:74 Artikel 8:75 Artikel 8:75a Artikel 8:76 Artikel 8:77 Artikel 8:78 Artikel 8:79 Artikel 8:80 Afdeling 8.2.7 Tussenuitspraak (Artikelen 8:80a-8:80b) Artikel 8:80a Artikel 8:80b Titel 8.3 Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak (Artikelen 8:81-8:87) Artikel 8:81 Artikel 8:82 Artikel 8:83 Artikel 8:84 Artikel 8:85 Artikel 8:86 Artikel 8:87 Titel 8.4 Schadevergoeding (Artikelen 8:88-8:95) Artikel 8:88 Artikel 8:89 Artikel 8:90 Artikel 8:91 Artikel 8:92 Artikel 8:93 Artikel 8:94 Artikel 8:95 Titel 8.5 Hoger beroep (Artikelen 8:104-8:118) Artikel 8:104 Artikel 8:105 Artikel 8:106 Artikel 8:107 Artikel 8:108 Artikel 8:109 Artikel 8:110 Artikel 8:111 Artikel 8:112 Artikel 8:113 Artikel 8:114 Artikel 8:115 Artikel 8:116 Artikel 8:117 Artikel 8:118 Titel 8.6 Herziening (Artikel 8:119) Artikel 8:119 Hoofdstuk 9 Klachtbehandeling (Artikelen 9:1-9:36a) Titel 9.1 Klachtbehandeling door een bestuursorgaan (Artikelen 9:1-9:16) Afdeling 9.1.1 Algemene bepalingen (Artikelen 9:1-9:3) Artikel 9:1 Artikel 9:2 Artikel 9:3 Afdeling 9.1.2 De behandeling van klaagschriften (Artikelen 9:4-9:12a) Artikel 9:4 Artikel 9:5 Artikel 9:6 Artikel 9:7 Artikel 9:8 Artikel 9:9 Artikel 9:10 Artikel 9:11 Artikel 9:12 Artikel 9:12a Afdeling 9.1.3 Aanvullende bepalingen voor een klachtadviesprocedure (Artikelen 9:13-9:16) Artikel 9:13 Artikel 9:14 Artikel 9:15 Artikel 9:16 Titel 9.2 Klachtbehandeling door een ombudsman (Artikelen 9:17-9:36a) Afdeling 9.2.1 Algemene bepalingen (Artikelen 9:17-9:21) Artikel 9:17 Artikel 9:18 Artikel 9:19 Artikel 9:20 Artikel 9:21 Afdeling 9.2.2 Bevoegdheid (Artikelen 9:22-9:27) Artikel 9:22 Artikel 9:23 Artikel 9:24 Artikel 9:25 Artikel 9:26 Artikel 9:27 Afdeling 9.2.3 Procedure (Artikelen 9:28-9:36) Artikel 9:28 Artikel 9:29 Artikel 9:30 Artikel 9:31 Artikel 9:32 Artikel 9:33 Artikel 9:34 Artikel 9:35 Artikel 9:36 Afdeling 9.2.4 Openbaarheid (Artikel 9:36a) Artikel 9:36a Hoofdstuk 10 Bepalingen over bestuursorganen (Artikelen 10:1-10:45) Titel 10.1 Mandaat, delegatie en attributie (Artikelen 10:1-10:23) Afdeling 10.1.1 Mandaat (Artikelen 10:1-10:12) Artikel 10:1 Artikel 10:2 Artikel 10:3 Artikel 10:4 Artikel 10:5 Artikel 10:6 Artikel 10:7 Artikel 10:8 Artikel 10:9 Artikel 10:10 Artikel 10:11 Artikel 10:12 Afdeling 10.1.2 Delegatie (Artikelen 10:13-10:21) Artikel 10:13 Artikel 10:14 Artikel 10:15 Artikel 10:16 Artikel 10:17 Artikel 10:18 Artikel 10:19 Artikel 10:20 Artikel 10:21 Afdeling 10.1.3 Attributie (Artikelen 10:22-10:23) Artikel 10:22 Artikel 10:23 Titel 10.2 Toezicht op bestuursorganen (Artikelen 10:25-10:45) Afdeling 10.2.1 Goedkeuring (Artikelen 10:25-10:32) Artikel 10:25 Artikel 10:26 Artikel 10:27 Artikel 10:28 Artikel 10:29 Artikel 10:30 Artikel 10:31 Artikel 10:32 Afdeling 10.2.2 Vernietiging (Artikelen 10:33-10:42) Artikel 10:33 Artikel 10:34 Artikel 10:35 Artikel 10:36 Artikel 10:37 Artikel 10:38 Artikel 10:39 Artikel 10:40 Artikel 10:41 Artikel 10:42 Afdeling 10.2.3 Schorsing (Artikelen 10:43-10:45) Artikel 10:43 Artikel 10:44 Artikel 10:45 Hoofdstuk 11 Slotbepalingen (Artikelen 11:1-11:4) Artikel 11:1 Artikel 11:2 Artikel 11:3 Artikel 11:4 Bijlage 1 Regeling rechtstreeks beroep (artikel 7:1, eerste lid, onderdeel
- g)Bijlage 2 Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (artikelen 8:5, 8:6, 8:7, 8:105 en 8:106) Bijlage 3 Regeling verlaagd griffierecht (artikelen 8:41 en 8:109) Algemene wet bestuursrecht Meerdere toekomstige wijzigingen; eerste op 01-01-2027. Wijziging(
- en)zonder datum inwerkingtreding aanwezig. Zie het wijzigingenoverzicht . Geraadpleegd op 10-07-2026. Geldend van 01-07-2026 t/m heden. Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie Vergelijk met andere versie tekst regeling Druk de regeling af Sla de regeling op Origineel opschrift en aanhef Wet van 4 juni 1992, houdende algemene regels van bestuursrecht (Algemene wet bestuursrecht) Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ingevolge artikel 107, tweede lid, van de Grondwet de wet algemene regels van bestuursrecht dient vast te stellen; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Titel 1.1. Definities en reikwijdte Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 1:1 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op [Wijziging(
- en)zonder datum inwerkingtreding aanwezig. Zie het wijzigingenoverzicht .] 1 Onder bestuursorgaan wordt verstaan: a. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of b. een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed. 2 De volgende organen, personen en colleges worden niet als bestuursorgaan aangemerkt: a. de wetgevende macht; b. de kamers en de verenigde vergadering der Staten-Generaal; c. onafhankelijke, bij de wet ingestelde organen die met rechtspraak zijn belast, alsmede de Raad voor de rechtspraak en het College van afgevaardigden; d. de Raad van State en zijn afdelingen; e. de Algemene Rekenkamer; f. de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman , en ombudsmannen en ombudscommissies als bedoeld in artikel 9:17, onderdeel b ; g. de voorzitters, leden, griffiers en secretarissen van de in de onderdelen b tot en met f bedoelde organen, de procureur-generaal, de plaatsvervangend procureur-generaal en de advocaten-generaal bij de Hoge Raad, de besturen van de in onderdeel c bedoelde organen alsmede de voorzitters van die besturen, alsmede de commissies uit het midden van de in de onderdelen b tot en met f bedoelde organen; h. de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en haar afdelingen, bedoeld in artikel 97 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 ; i. de toetsingscommissie inzet bevoegdheden, bedoeld in artikel 32 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 . 3 Een ingevolge het tweede lid uitgezonderd orgaan, persoon of college wordt wel als bestuursorgaan aangemerkt voor zover het orgaan, de persoon of het college besluiten neemt of handelingen verricht ten aanzien van een persoon met betrekking tot diens in artikel 3 van de Ambtenarenwet 2017 bedoelde hoedanigheid, zijn nagelaten betrekkingen of zijn rechtverkrijgenden, met uitzondering van een voor het leven benoemde ambtenaar werkzaam bij de Raad van State en zijn afdelingen en de Algemene Rekenkamer. 4 De vermogensrechtelijke gevolgen van een handeling van een bestuursorgaan treffen de rechtspersoon waartoe het bestuursorgaan behoort. Artikel 1:2 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. 2 Ten aanzien van bestuursorganen worden de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd. 3 Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen. Artikel 1:3 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. 2 Onder beschikking wordt verstaan: een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan. 3 Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen. 4 Onder beleidsregel wordt verstaan: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan. Artikel 1:4 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Onder bestuursrechter wordt verstaan: een onafhankelijk, bij de wet ingesteld orgaan dat met bestuursrechtspraak is belast. 2 Onder hogerberoepsrechter wordt verstaan: een bestuursrechter die in hoger beroep oordeelt. 3 Een tot de rechterlijke macht behorend gerecht wordt als bestuursrechter aangemerkt voor zover hoofdstuk 8 of de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften - met uitzondering van hoofdstuk VIII - van toepassing of van overeenkomstige toepassing is. Artikel 1:5 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Onder het maken van bezwaar wordt verstaan: het gebruik maken van de ingevolge een wettelijk voorschrift bestaande bevoegdheid, voorziening tegen een besluit te vragen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. 2 Onder het instellen van administratief beroep wordt verstaan: het gebruik maken van de ingevolge een wettelijk voorschrift bestaande bevoegdheid, voorziening tegen een besluit te vragen bij een ander bestuursorgaan dan hetwelk het besluit heeft genomen. 3 Onder het instellen van beroep wordt verstaan: het instellen van administratief beroep, dan wel van beroep bij een bestuursrechter. Artikel 1:6 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De hoofdstukken 2 tot en met 8 en 10 van deze wet zijn niet van toepassing op: a. de opsporing en vervolging van strafbare feiten, alsmede de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen; b. de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende maatregelen op grond van de Vreemdelingenwet 2000 ; c. de tenuitvoerlegging van andere vrijheidsbenemende maatregelen in een inrichting die in hoofdzaak bestemd is voor de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen; d. besluiten en handelingen ter uitvoering van de Wet militair tuchtrecht ; e. besluiten en handelingen ter uitvoering van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding . Titel 1.2. Uitvoering van bindende besluiten van organen van de Europese Unie Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 1:7 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien door een bestuursorgaan ingevolge enig wettelijk voorschrift advies moet worden gevraagd of extern overleg moet worden gevoerd inzake een besluit alvorens een zodanig besluit kan worden genomen, geldt dat voorschrift niet indien het voorgenomen besluit uitsluitend strekt tot uitvoering van een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Europese Commissie. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op het horen van de Raad van State. Artikel 1:8 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien door een bestuursorgaan ingevolge enig wettelijk voorschrift van het ontwerp van een besluit kennis moet worden gegeven alvorens een zodanig besluit kan worden genomen, geldt dat voorschrift niet indien het voorgenomen besluit uitsluitend strekt tot uitvoering van een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Europese Commissie. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op de overlegging van het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling aan de Staten-Generaal, indien: a. bij de wet is bepaald dat door of namens een der Kamers der Staten-Generaal of door een aantal leden daarvan de wens te kennen kan worden gegeven dat het onderwerp of de inwerkingtreding van die algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling bij de wet wordt geregeld, of b. artikel 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer van toepassing is. Artikel 1:9 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Deze titel is van overeenkomstige toepassing op voorstellen van wet. Hoofdstuk 2. Verkeer met bestuursorganen Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Afdeling 2.1. Algemene bepalingen Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 2:1 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een bestuursorgaan draagt zorg voor passende ondersteuning bij het verkeer met dat bestuursorgaan. 2 Een ieder kan zich ter behartiging van zijn belangen in het verkeer met bestuursorganen laten bijstaan of door een gemachtigde laten vertegenwoordigen. 3 Het bestuursorgaan kan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen. Artikel 2:2 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het bestuursorgaan kan bijstand of vertegenwoordiging door een persoon tegen wie ernstige bezwaren bestaan, weigeren. 2 De belanghebbende en de in het eerste lid bedoelde persoon worden van de weigering onverwijld schriftelijk in kennis gesteld. 3 Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van advocaten. Artikel 2:3 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het bestuursorgaan zendt een bericht tot behandeling waarvan kennelijk een ander bestuursorgaan bevoegd is, onverwijld door naar dat orgaan, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de afzender. 2 Het bestuursorgaan zendt een bericht dat niet voor hem bestemd is en dat ook niet wordt doorgezonden, zo spoedig mogelijk terug aan de afzender. 3 Voor een elektronisch ontvangen bericht gelden het eerste en tweede lid slechts indien het bestuursorgaan uit het bericht, gelet op de wijze waarop het is verzonden, zonder nadere bewerking kan afleiden aan wie het bericht moet worden door- of teruggezonden. Artikel 2:4 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid. 2 Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden. Artikel 2:5 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. 2 Het eerste lid is mede van toepassing op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die door een bestuursorgaan worden betrokken bij de uitvoering van zijn taak, en op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die een bij of krachtens de wet toegekende taak uitoefenen. Afdeling 2.2. Gebruik van de taal in het bestuurlijk verkeer Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 2:6 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Bestuursorganen en onder hun verantwoordelijkheid werkzame personen gebruiken de Nederlandse taal, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. 2 In afwijking van het eerste lid kan een andere taal worden gebruikt indien het gebruik daarvan doelmatiger is en de belangen van derden daardoor niet onevenredig worden geschaad. Afdeling 2.3. Verkeer langs elektronische weg Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Paragraaf 2.3.1. Algemeen Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 2:7 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 In het verkeer met een bestuursorgaan kan een bericht langs elektronische weg worden verzonden, tenzij een vormvoorschrift zich daartegen verzet. 2 In het verkeer met een bestuursorgaan wordt het gebruik van de elektronische weg niet voorgeschreven voor een bericht dat tot een of meer geadresseerden is gericht. Paragraaf 2.3.2. Verzending door een bestuursorgaan Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 2:8 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een bestuursorgaan kan een bericht dat tot een of meer geadresseerden is gericht, slechts elektronisch verzenden voor zover de geadresseerde uitdrukkelijk kenbaar heeft gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is. Artikel 2:9 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien een bestuursorgaan een bericht elektronisch verzendt, geschiedt dit op een voldoende betrouwbare en vertrouwelijke manier, gelet op de aard en de inhoud van het bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt. Artikel 2:10 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op [Toekomstige wijziging(
- en)voorzien met ingang van: 01-01-2027. Zie het wijzigingenoverzicht .] 1 Indien een bestuursorgaan een bericht elektronisch verzendt door het bericht te plaatsen in een systeem voor gegevensverwerking waarin de geadresseerde toegang heeft tot het bericht, wordt aan de geadresseerde binnen 48 uur elektronisch meegedeeld dat voor hem een bericht van het bestuursorgaan toegankelijk is geworden, tenzij de geadresseerde heeft laten weten een dergelijke kennisgeving niet te willen ontvangen. 2 [Red: Dit lid is nog niet in werking getreden.] 3 Indien het bestuursorgaan gebruikmaakt van zowel een voorziening voor elektronisch berichtenverkeer en informatieverschaffing als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel f, van de Wet digitale overheid als een andere voorziening, kan worden volstaan met kennisgeving van het toegankelijk worden van het bericht in de eerste voorziening. Artikel 2:11 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien een bestuursorgaan een elektronisch bericht niet met succes kan bezorgen bij de geadresseerde, wordt het bericht nogmaals of op een andere wijze verzonden. 2 Indien een bestuursorgaan een in artikel 2:10 bedoelde kennisgeving niet met succes kan bezorgen bij de geadresseerde, wordt de kennisgeving nogmaals verzonden of spant het bestuursorgaan zich in om geadresseerde langs andere weg te informeren over het niet kunnen bezorgen van de kennisgeving en van de maatregelen die hij kan nemen om kennisgevingen te ontvangen. 3 De tweede verzending van een bericht als bedoeld in het eerste lid geldt als tijdstip waarop het bericht is verzonden. Artikel 2:12 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een door een bestuursorgaan verzonden elektronisch bericht wordt gewijzigd of ingetrokken door de verzending van een nieuw bericht waarin de wijziging of intrekking wordt vermeld. Paragraaf 2.3.3. Verzending aan een bestuursorgaan Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 2:13 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op [Toekomstige wijziging(
- en)voorzien met ingang van: 01-01-2027. Zie het wijzigingenoverzicht .] 1 Een ieder kan een bericht dat deel uitmaakt van een procedure over een besluit of een klacht of een ander krachtens wettelijk voorschrift voorgeschreven bericht elektronisch aan een bestuursorgaan zenden. 2 Bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan wordt voor ieder type bericht als bedoeld in het eerste lid, gelet op de aard en de inhoud van het type bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt, een voldoende betrouwbare en vertrouwelijke wijze van verzenden aangewezen. 3 Bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan kunnen nadere eisen worden gesteld, mits die eisen de mogelijkheid van elektronische verzending niet onevenredig belemmeren. 4 Bij tijdelijke regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan worden bepaald dat het eerste lid niet van toepassing is op in die tijdelijke regeling aangewezen berichten aan in die tijdelijke regeling aangewezen bestuursorganen voor een in die tijdelijke regeling bepaalde periode. Artikel 2:14 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een ander bericht dan een bericht als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid , kan elektronisch aan een bestuursorgaan worden verzonden voor zover het bestuursorgaan kenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend. Het bestuursorgaan kan nadere eisen stellen. Artikel 2:15 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een bestuursorgaan kan elektronisch verschafte gegevens en bescheiden weigeren voor zover de aanvaarding daarvan tot een onevenredige belasting voor het bestuursorgaan zou leiden. 2 Een bestuursorgaan kan een elektronisch verzonden bericht weigeren voor zover de betrouwbaarheid of vertrouwelijkheid van het bericht onvoldoende is gewaarborgd, gelet op de aard en de inhoud van het bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt. 3 Het bestuursorgaan deelt een weigering op grond van dit artikel zo spoedig mogelijk aan de afzender mee. Artikel 2:16 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien een bericht als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid , niet is verzonden op de voor dat bericht aangewezen wijze, kan een bestuursorgaan ermee volstaan de afzender te wijzen op de juiste wijze van verzending, tenzij: a. het bestuursorgaan het bericht zonder nadere bewerking kan behandelen als ware het op de juiste wijze ingediend; b. het bericht een bezwaarschrift of een administratief beroepschrift betreft; of c. voor het type bericht geen wijze van verzending is aangewezen. 2 Een bestuursorgaan is niet gehouden op een bericht als bedoeld in het eerste lid te reageren, indien het bericht is verzonden op een wijze die niet voor enig bericht als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid , is aangewezen. Artikel 2:17 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch bericht als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid , dat is verzonden overeenkomstig het tweede lid van dat artikel en met inachtneming van de nadere eisen, gesteld krachtens het derde lid van dat artikel, tenzij: a. het bestuursorgaan en de verzender gebruikmaken van hetzelfde systeem voor gegevensverwerking en de verzender in dat systeem kan zien dat het bericht voor het bestuursorgaan beschikbaar is; of b. van de verzender geen elektronisch adres beschikbaar is. 2 Indien een bericht als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid , aan een bestuursorgaan wordt verzonden door de rechtstreekse invoer van gegevens in een systeem voor gegevensverwerking van het bestuursorgaan, stelt het bestuursorgaan de ingevoerde gegevens aan de verzender ter beschikking op een voldoende betrouwbare en vertrouwelijke manier. Artikel 2:18 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Aan het vereiste van ondertekening is voldaan door een elektronische handtekening, indien de methode die daarbij voor ondertekening is gebruikt, voldoende betrouwbaar is, gelet op de aard en inhoud van het elektronische bericht en het doel waarvoor het is gebruikt. 2 Indien de veiligheid en de betrouwbaarheid van het elektronische bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt dit noodzakelijk maken, kan bij wettelijk voorschrift het gebruik worden voorgeschreven van een bepaald type elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, onder 10, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 (PbEU 2014, L 257). Daarbij kunnen aanvullende eisen worden gesteld, tenzij het gaat om een geavanceerde elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, onder 11, of een gekwalificeerde elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, onder 12, van die verordening. Paragraaf 2.3.4. Tijdstip van verzending en ontvangst Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 2:19 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Als tijdstip waarop een bericht door een bestuursorgaan elektronisch is verzonden, geldt: a. het tijdstip waarop het bericht een systeem voor gegevensverwerking bereikt waarvoor het bestuursorgaan of een ander bestuursorgaan geen verantwoordelijkheid draagt; b. indien het bestuursorgaan gebruikmaakt van een systeem voor gegevensverwerking waarin de geadresseerde toegang heeft tot het bericht: het tijdstip waarop het bericht toegankelijk wordt voor de geadresseerde; c. indien het bestuursorgaan gebruikmaakt van zowel een voorziening voor elektronisch berichtenverkeer en informatieverschaffing als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder f, van de Wet digitale overheid als een andere voorziening: het tijdstip waarop het bericht toegankelijk is geworden via de eerstgenoemde voorziening. Artikel 2:20 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Als tijdstip waarop een bericht door een bestuursorgaan elektronisch is ontvangen, geldt het tijdstip waarop het bericht zijn systeem voor gegevensverwerking of een ander daartoe aangewezen systeem heeft bereikt of het tijdstip waarop het bericht op andere wijze elektronisch toegankelijk wordt voor het bestuursorgaan. Paragraaf 2.3.5. Wettelijke termijnen Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 2:21 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het bestuursorgaan kan een wettelijke termijn voor de indiening van een bericht verlengen wegens een verminderde elektronische bereikbaarheid van het bestuursorgaan. 2 Het bestuursorgaan doet van de in het eerste lid bedoelde verlenging zo spoedig mogelijk mededeling op een zodanige wijze dat degenen die gebruikmaken van de desbetreffende wijze van elektronische verzending hiervan tijdig kennis kunnen nemen. 3 Indien voor de indiening van een bericht bij een bestuursorgaan een termijn is gesteld, en het bestuursorgaan in een periode voorafgaand aan het einde van die termijn enige tijd niet bereikbaar is via de met toepassing van artikel 2:13, tweede lid , voor dat bericht aangewezen wijze van elektronische verzending, wordt de verzender de overschrijding van die termijn niet tegengeworpen indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de verzender in verzuim is geweest. De verzender wordt in ieder geval niet geoordeeld in verzuim te zijn geweest voor de duur van de in de vorige zin bedoelde periode. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de verschoonbaarheid van termijnoverschrijdingen wegens verminderde elektronische bereikbaarheid van het bestuursorgaan. Artikel 2:22 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien een kennisgeving als bedoeld in artikel 2:10 niet is verzonden, wordt de overschrijding van een termijn die is aangevangen met de verzending van het bericht waarop deze kennisgeving betrekking heeft, niet aan de geadresseerde tegengeworpen, tenzij de geadresseerde heeft laten weten deze kennisgeving niet te willen ontvangen. 2 De overschrijding van een termijn wordt de geadresseerde evenmin tegengeworpen indien hij de kennisgeving, bedoeld in artikel 2:10 , niet heeft ontvangen en redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij in verzuim is geweest. Artikel 2:23 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien de indiening van een bericht als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid , aan een termijn is gebonden en de verzender redelijkerwijs kon menen dat hij het bericht kon indienen zoals hij heeft gedaan, wordt deze termijn verlengd met het tijdsverloop tussen de ontvangst van het bericht en de in artikel 2:16, eerste lid , bedoelde reactie, doch met ten minste één werkdag. Artikel 2:24 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien een bericht met toepassing van artikel 2:16, eerste lid, onder a , wordt behandeld, vangt een bij wettelijk voorschrift bepaalde behandeltermijn aan op het tijdstip van interne doorgeleiding, mits het bestuursorgaan de afzender onverwijld mededeling doet van de doorgeleiding en het tijdstip waarop de termijn aanvangt. Paragraaf 2.3.6. Bewijslast Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 2:25 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien het bestuursorgaan gebruikmaakt van een systeem voor gegevensverwerking waarin de geadresseerde toegang heeft tot het bericht, rust op het bestuursorgaan de bewijslast inzake de ontvangst van aan het bestuursorgaan gezonden berichten en de verzending van aan de geadresseerde gezonden berichten, alsmede inzake gegevens over de kennisneming van deze berichten door de geadresseerde. De afzender of de geadresseerde wordt desgevraagd afschrift van deze gegevens verstrekt. Paragraaf 2.3.7. Tijdelijke afwijking van deze afdeling Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 2:26 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Bij algemene maatregel van bestuur kan tijdelijk worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens deze afdeling, voor zover dat nodig is wegens nieuwe technische ontwikkelingen. Indien daarbij wordt afgeweken van in deze afdeling geboden waarborgen, wordt een gelijkwaardig alternatief opgenomen. 2 Bij toepassing van het eerste lid wordt in ieder geval geregeld van welke bepaling of bepalingen, door welke bestuursorganen of belanghebbenden, op welke wijze en gedurende welke periode wordt afgeweken. 3 De voordracht voor de algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 4 Onze Minister zendt ten minste twaalf maanden voor het einde van de werkingsduur van de algemene maatregel van bestuur aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de toepassing van de nieuwe ontwikkelingen in relatie tot elektronisch bestuurlijk verkeer, alsmede een standpunt inzake de voortzetting anders dan bij algemene maatregel van bestuur. Paragraaf 2.3.8. Regels over bewaren en vernietigen Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 2:27 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen regels worden gesteld over het bewaren en vernietigen van berichten die zijn verzonden via een voorziening voor elektronisch berichtenverkeer en informatieverschaffing als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder f, van de Wet digitale overheid , waaronder regels inzake de termijn waarbinnen berichten ten minste en ten hoogste worden bewaard. Hoofdstuk 3. Algemene bepalingen over besluiten Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Afdeling 3.1. Inleidende bepalingen Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 3:1 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Op besluiten, inhoudende algemeen verbindende voorschriften: a. is afdeling 3.2 slechts van toepassing, voor zover de aard van de besluiten zich daartegen niet verzet; b. zijn de afdelingen 3.6 en 3.7 niet van toepassing. 2 Op andere handelingen van bestuursorganen dan besluiten zijn de afdelingen 3.2 tot en met 3.4 van overeenkomstige toepassing, voor zover de aard van de handelingen zich daartegen niet verzet. Afdeling 3.2. Zorgvuldigheid en belangenafweging Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 3:2 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. Artikel 3:3 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Het bestuursorgaan gebruikt de bevoegdheid tot het nemen van een besluit niet voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend. Artikel 3:4 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit. 2 De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Afdeling 3.3. Advisering Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 3:5 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 In deze afdeling wordt verstaan onder adviseur: een persoon of college, bij of krachtens wettelijk voorschrift belast met het adviseren inzake door een bestuursorgaan te nemen besluiten en niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van dat bestuursorgaan. 2 Deze afdeling is niet van toepassing op het horen van de Raad van State. Artikel 3:6 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien aan de adviseur niet reeds bij wettelijk voorschrift een termijn is gesteld, kan het bestuursorgaan aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. Deze termijn mag niet zodanig kort zijn, dat de adviseur zijn taak niet naar behoren kan vervullen. 2 Indien het advies niet tijdig wordt uitgebracht staat het enkele ontbreken daarvan niet in de weg aan het nemen van het besluit. Artikel 3:7 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het bestuursorgaan waaraan advies wordt uitgebracht, stelt aan de adviseur, al dan niet op verzoek, de gegevens ter beschikking die nodig zijn voor een goede vervulling van diens taak. 2 Artikel 5.1 van de Wet open overheid is van overeenkomstige toepassing. Artikel 3:8 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op In of bij het besluit wordt de adviseur vermeld die advies heeft uitgebracht. Artikel 3:9 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien een besluit berust op een onderzoek naar feiten en gedragingen dat door een adviseur is verricht, dient het bestuursorgaan zich ervan te vergewissen dat dit onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Artikel 3:9a Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing op voorstellen van wet. Afdeling 3.4. Uniforme openbare voorbereidingsprocedure Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 3:10 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Deze afdeling is van toepassing op de voorbereiding van besluiten indien dat bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan is bepaald. 2 Tenzij bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan anders is bepaald, is deze afdeling niet van toepassing op de voorbereiding van een besluit inhoudende de afwijzing van een aanvraag tot intrekking of wijziging van een besluit. 3 Afdeling 4.1.1 is mede van toepassing op andere besluiten dan beschikkingen, indien deze op aanvraag worden genomen en voorbereid overeenkomstig deze afdeling. 4 Indien deze afdeling van toepassing is op de voorbereiding van een besluit is paragraaf 4.1.3.3 . niet van toepassing. Artikel 3:11 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het bestuursorgaan legt het ontwerp van het te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, ter inzage, met uitzondering van stukken waarvoor bij wettelijk voorschrift mededeling op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze is voorgeschreven. 2 Artikel 5.1 van de Wet open overheid is van overeenkomstige toepassing. Indien op grond daarvan bepaalde stukken niet ter inzage worden gelegd, wordt daarvan mededeling gedaan. 3 De stukken liggen ter inzage gedurende de in artikel 3:16, eerste lid , bedoelde termijn. Artikel 3:12 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Voorafgaand aan de terinzagelegging geeft het bestuursorgaan in het in artikel 12 van de Bekendmakingswet voor het bestuursorgaan aangewezen publicatieblad op de in dat artikel bepaalde wijze kennis van het ontwerp. 2 In de kennisgeving wordt vermeld: a. wie in de gelegenheid worden gesteld om zienswijzen naar voren te brengen; b. op welke wijze dit kan geschieden; c. indien toepassing is gegeven aan artikel 3:18, tweede lid : de termijn waarbinnen het besluit zal worden genomen. Artikel 3:13 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien het besluit tot een of meer belanghebbenden zal zijn gericht, zendt het bestuursorgaan voorafgaand aan de terinzagelegging het ontwerp toe aan hen, onder wie begrepen de aanvrager. 2 Artikel 3:12, tweede lid , is van overeenkomstige toepassing. Artikel 3:14 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het bestuursorgaan vult de ter inzage gelegde stukken aan met nieuwe relevante stukken en gegevens. 2 Artikel 3:11, tweede tot en met derde lid , is van toepassing. Artikel 3:15 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Belanghebbenden kunnen bij het bestuursorgaan naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze over het ontwerp naar voren brengen. 2 Bij wettelijk voorschrift of door het bestuursorgaan kan worden bepaald dat ook aan anderen de gelegenheid moet worden geboden hun zienswijze naar voren te brengen. 3 Indien het een besluit op aanvraag betreft, stelt het bestuursorgaan de aanvrager zo nodig in de gelegenheid te reageren op de naar voren gebrachte zienswijzen. 4 Indien het een besluit tot wijziging of intrekking van een besluit betreft, stelt het bestuursorgaan degene tot wie het te wijzigen of in te trekken besluit is gericht zo nodig in de gelegenheid te reageren op de naar voren gebrachte zienswijzen. Artikel 3:16 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen en het uitbrengen van adviezen als bedoeld in afdeling 3.3 , bedraagt zes weken, tenzij bij wettelijk voorschrift een langere termijn is bepaald. 2 De termijn vangt aan met ingang van de dag waarop het ontwerp ter inzage is gelegd en daarvan kennis is gegeven. 3 Op schriftelijk naar voren gebrachte zienswijzen zijn de artikelen 6:9 , 6:10 en 6:15 van overeenkomstige toepassing. Artikel 3:17 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Van hetgeen overeenkomstig artikel 3:15 mondeling naar voren is gebracht, wordt een verslag gemaakt. Artikel 3:18 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien het een besluit op aanvraag betreft, neemt het bestuursorgaan het besluit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes maanden na ontvangst van de aanvraag. 2 Indien de aanvraag een zeer ingewikkeld of omstreden onderwerp betreft, kan het bestuursorgaan, alvorens een ontwerp ter inzage te leggen, binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag de in het eerste lid bedoelde termijn met een redelijke termijn verlengen. Voordat het bestuursorgaan een besluit tot verlenging neemt, stelt het de aanvrager in de gelegenheid zijn zienswijze daarover naar voren te brengen. 3 In afwijking van het eerste lid neemt het bestuursorgaan het besluit uiterlijk twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerp, indien het een besluit betreft: a. inzake intrekking van een besluit; b. inzake wijziging van een besluit en de aanvraag is gedaan door een ander dan degene tot wie het te wijzigen besluit is gericht. 4 Indien geen zienswijzen naar voren zijn gebracht, doet het bestuursorgaan daarvan zo spoedig mogelijk nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken, mededeling op de wijze, bedoeld in artikel 3:12, eerste lid . In afwijking van het eerste of derde lid neemt het bestuursorgaan het besluit in dat geval binnen vier weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken. Afdeling 3.4a. Informatie over samenhangende besluiten Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 3:19 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien er sprake is van besluiten die nodig zijn om een bepaalde activiteit te mogen verrichten of besluiten die strekken tot het vaststellen van een financiële aanspraak met het oog op die activiteit, bevordert het bestuursorgaan dat een aanvrager in kennis wordt gesteld van andere op aanvraag te nemen besluiten waarvan het bestuursorgaan redelijkerwijs kan aannemen dat deze nodig zijn voor de door de aanvrager te verrichten activiteit. 2 Bij de kennisgeving wordt per besluit in ieder geval vermeld: a. naam en adres van het bestuursorgaan, bevoegd tot het nemen van het besluit; b. krachtens welk wettelijk voorschrift het besluit wordt genomen. Afdeling 3.5. Coördinatie van samenhangende besluiten Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 3:20 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Deze afdeling is van toepassing op besluiten ten aanzien waarvan dat is bepaald: a. bij wettelijk voorschrift; of b. bij besluit van de tot het nemen van die besluiten bevoegde bestuursorganen (coördinatiebesluit). Artikel 3:21 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Bij of krachtens het wettelijk voorschrift, bedoeld in artikel 3:20, onderdeel a , of in het coördinatiebesluit wordt een coördinerend bestuursorgaan aangewezen. 2 Indien het in een coördinatiebesluit als coördinerend bestuursorgaan aan te wijzen bestuursorgaan niet bevoegd is tot het nemen van een of meer van de te coördineren besluiten, behoeft de aanwijzing de instemming van dat bestuursorgaan. 3 Indien redelijkerwijs niet valt te verwachten dat toepassing van deze afdeling op een besluit de voortgang van de besluitvorming over de te coördineren besluiten in betekenende mate zal versnellen of dat aan deze toepassing anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden, kan het coördinerend bestuursorgaan besluiten deze afdeling ten aanzien van dat besluit niet, niet verder of later toe te passen. Artikel 3:22 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het coördinerend bestuursorgaan bevordert een doelmatige en samenhangende voorbereiding van besluiten, waarbij de bestuursorganen bij de beoordeling van de aanvragen in ieder geval rekening houden met de onderlinge samenhang tussen de aanvragen en tussen de te nemen besluiten. 2 De bevoegde bestuursorganen verlenen de medewerking die voor het welslagen van de coördinatie nodig is. Artikel 3:23 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De besluiten worden zoveel mogelijk gelijktijdig aangevraagd bij het coördinerend bestuursorgaan, met dien verstande dat de laatste aanvraag niet later wordt ingediend dan zes weken na ontvangst van de eerste aanvraag. Het coördinerend bestuursorgaan kan bepalen dat voor het indienen van de aanvragen een andere termijn geldt. 2 Het coördinerend bestuursorgaan zendt terstond na ontvangst van de aanvragen een afschrift daarvan aan de bevoegde bestuursorganen. 3 Indien een aanvraag later dan de termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend, wordt die aanvraag niet betrokken bij de gecoördineerde voorbereiding van de andere besluiten, tenzij het coördinerend bestuursorgaan anders bepaalt. 4 Bij wettelijk voorschrift kan worden bepaald dat de aanvraag om een besluit niet wordt behandeld indien niet tevens de aanvraag om een ander besluit is ingediend. 5 Het coördinerend bestuursorgaan is mede bevoegd tot het indienen van een aanvraag bij het bevoegde bestuursorgaan, indien het besluit waarop de aanvraag betrekking heeft, strekt tot uitvoering van een besluit dat door het coördinerend bestuursorgaan is genomen. De aanvraag kan mede namens een van de andere betrokken bestuursorganen worden ingediend. Artikel 3:24 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Onverminderd artikel 3:23, vierde lid , vangt de termijn voor het nemen van de besluiten, bedoeld in artikel 3:23, eerste lid, aan met ingang van de dag waarop de laatste aanvraag is ontvangen. Artikel 3:25 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien op de voorbereiding van een van de besluiten afdeling 3.4 van toepassing is, is die afdeling van toepassing op alle besluiten, met inachtneming van het volgende: a. de ingevolge de artikelen 3:11 , 3:14 en 3:44 , eerste lid, onderdeel a, vereiste terinzageleggingen geschiedt in ieder geval ten kantore van het coördinerend bestuursorgaan; b. het coördinerend bestuursorgaan draagt er zorg voor dat de gelegenheid tot het mondeling naar voren brengen van zienswijzen wordt gegeven met betrekking tot alle ontwerpbesluiten gezamenlijk; c. zienswijzen worden bij het coördinerend bestuursorgaan naar voren gebracht; d. indien over een ontwerpbesluit zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht door een ieder geldt dit eveneens met betrekking tot de andere ontwerpbesluiten; e. indien een ontwerpbesluit strekt tot uitvoering van een ander besluit dat geen onderdeel uitmaakt van de coördinatie, kunnen zienswijzen geen betrekking hebben op dat andere besluit; f. het in de gelegenheid stellen te reageren op naar voren gebrachte zienswijzen geschiedt door het coördinerend bestuursorgaan; g. de ingevolge die afdeling en afdeling 3.6 vereiste mededelingen, kennisgevingen en toezendingen geschieden door het coördinerend bestuursorgaan; h. in afwijking van artikel 3:18 worden de besluiten genomen binnen een door het coördinerend bestuursorgaan te bepalen termijn, doch uiterlijk binnen de termijn die geldt voor het besluit met de langste beslistermijn; i. de dag van terinzagelegging van de besluiten door het coördinerend bestuursorgaan is bepalend voor de aanvang van de beroepstermijn ingevolge artikel 6:8, vierde lid . 2 Indien afdeling 3.4 niet van toepassing is, geschiedt de voorbereiding met toepassing of overeenkomstige toepassing van de onderdelen b tot en met h van het eerste lid. Artikel 3:26 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De bevoegde bestuursorganen zenden de door hen genomen besluiten zo spoedig mogelijk toe aan het coördinerend bestuursorgaan. 2 Het coördinerend bestuursorgaan maakt de besluiten gelijktijdig bekend en legt deze, indien tevens terinzagelegging wettelijk is voorgeschreven op grond van afdeling 3.4 , gelijktijdig ter inzage. Artikel 3:27 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien tegen een van de besluiten bezwaar kan worden gemaakt of administratief beroep kan worden ingesteld, geschiedt dit in afwijking van artikel 6:4 door het indienen van het bezwaar- of beroepschrift bij het coördinerend bestuursorgaan. Het coördinerend bestuursorgaan zendt terstond na ontvangst van het bezwaar- of beroepschrift een afschrift daarvan aan het bevoegde bestuursorgaan. 2 Het coördinerend bestuursorgaan draagt er zorg voor dat de gelegenheid tot het gebruik maken van het recht te worden gehoord wordt gegeven met betrekking tot alle bestreden besluiten gezamenlijk. 3 De bevoegde bestuursorganen zenden de door hen genomen beslissingen op het bezwaar of beroep zo spoedig mogelijk toe aan het coördinerend bestuursorgaan. Het coördinerend bestuursorgaan maakt de beslissingen gelijktijdig bekend en doet de ingevolge artikel 7:12, derde lid , of artikel 7:26, vierde lid , vereiste mededelingen. 4 Een beslissing op een verzoek in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter, bedoeld in artikel 7:1a, vierde lid , wordt genomen door het coördinerend bestuursorgaan. Onverminderd artikel 7:1a, tweede lid, wijst het coördinerend bestuursorgaan het verzoek in ieder geval af indien tegen een van de andere besluiten een bezwaarschrift is ingediend waarin eenzelfde verzoek ontbreekt. Artikel 3:28 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Voor de mogelijkheid van beroep bij de bestuursrechter worden besluiten die zijn voorbereid met toepassing van deze afdeling aangemerkt als één besluit. Artikel 3:29 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Tenzij het tweede lid van toepassing is, staat tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van deze afdeling beroep open bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waar het coördinerend bestuursorgaan zijn zetel heeft. 2 Tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van deze afdeling staat beroep open bij: a. de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, indien tegen een of meer van de besluiten beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling; b. het College van Beroep voor het bedrijfsleven, indien tegen een of meer van de besluiten beroep kan worden ingesteld bij het College en onderdeel a niet van toepassing is; c. de Centrale Raad van Beroep, indien tegen een of meer van de besluiten beroep kan worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep en de onderdelen a en b niet van toepassing zijn. 3 Indien inzake één van de besluiten die met toepassing van deze afdeling gecoördineerd zijn voorbereid hoger beroep kan worden ingesteld bij: a. de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, staat inzake alle besluiten hoger beroep open bij de Afdeling; b. het College van Beroep voor het bedrijfsleven en onderdeel a niet van toepassing is, staat inzake alle besluiten hoger beroep open bij het College; c. de Centrale Raad van Beroep en de onderdelen a en b niet van toepassing zijn, staat inzake alle besluiten hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep. 4 De ingevolge het eerste lid bevoegde rechtbank of de ingevolge het tweede of derde lid bevoegde bestuursrechter kan de behandeling van de beroepen dan wel hoger beroepen verwijzen naar een rechtbank onderscheidenlijk een andere bestuursrechter die voor de behandeling ervan meer geschikt wordt geacht. Artikel 8:13, tweede en derde lid , is van overeenkomstige toepassing. Artikel 3:30 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op [Vervallen per 01-07-2005] Artikel 3:31 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op [Vervallen per 01-07-2005] Artikel 3:32 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op [Vervallen per 01-07-2005] Artikel 3:33 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op [Vervallen per 01-07-2005] Afdeling 3.6. Bekendmaking en mededeling Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 3:40 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een besluit treedt niet in werking voordat het is bekendgemaakt. Artikel 3:41 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager. 2 Indien de bekendmaking van het besluit niet kan geschieden op de wijze als voorzien in het eerste lid, geschiedt zij op een andere geschikte wijze. Artikel 3:42 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De bekendmaking van besluiten die niet tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt op de in de artikelen 5 onderscheidenlijk 6 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze. Artikel 3:43 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan degenen die bij de voorbereiding ervan hun zienswijze naar voren hebben gebracht. Aan een adviseur als bedoeld in artikel 3:5 wordt in ieder geval mededeling gedaan indien van het advies wordt afgeweken. 2 Bij de mededeling van een besluit wordt tevens vermeld wanneer en hoe de bekendmaking ervan heeft plaatsgevonden. Artikel 3:44 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien bij de voorbereiding van een besluit dat tot een of meer belanghebbenden is gericht toepassing is gegeven aan afdeling 3.4 , wordt kennisgegeven van de terinzagelegging van het besluit en van de op de zaak betrekking hebbende stukken: a. met overeenkomstige toepassing van de artikelen 3:11 en 3:12, eerste lid , met dien verstande dat de stukken ter inzage liggen totdat de beroepstermijn is verstreken, en b. door toezending van een exemplaar van het besluit aan degenen die over het ontwerp van het besluit zienswijzen naar voren hebben gebracht. 2 Indien bij de voorbereiding van een besluit dat niet tot een of meer belanghebbenden is gericht toepassing is gegeven aan afdeling 3.4 , wordt gelijktijdig met de bekendmaking van het besluit kennisgegeven van de terinzagelegging van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Het eerste lid, onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing. 3 Indien bij de voorbereiding van het besluit toepassing is gegeven aan afdeling 3.4 , kan het bestuursorgaan in afwijking van artikel 3:43, eerste lid : a. indien de omvang van het besluit daartoe aanleiding geeft, volstaan met een ieder van de daar bedoelde personen de strekking van het besluit mee te delen; b. indien een zienswijze door meer dan vijf personen naar voren is gebracht bij hetzelfde geschrift, volstaan met toezending van een exemplaar aan de vijf personen wier namen en adressen als eerste in dat geschrift zijn vermeld; c. indien een zienswijze naar voren is gebracht door meer dan vijf personen bij hetzelfde geschrift en de omvang van het besluit daartoe aanleiding geeft, volstaan met het meedelen aan de vijf personen wier namen en adressen als eerste in dat geschrift zijn vermeld, van de strekking van het besluit; d. indien toezending zou moeten geschieden aan meer dan 250 personen, die toezending achterwege laten. Artikel 3:45 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien tegen een besluit bezwaar kan worden gemaakt of beroep kan worden ingesteld, wordt daarvan bij de bekendmaking en bij de mededeling van het besluit melding gemaakt. 2 Hierbij wordt vermeld door wie, binnen welke termijn en bij welk orgaan bezwaar kan worden gemaakt of beroep kan worden ingesteld. Afdeling 3.7. Motivering Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 3:46 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering. Artikel 3:47 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De motivering wordt vermeld bij de bekendmaking van het besluit. 2 Daarbij wordt zo mogelijk vermeld krachtens welk wettelijk voorschrift het besluit wordt genomen. 3 Indien de motivering in verband met de vereiste spoed niet aanstonds bij de bekendmaking van het besluit kan worden vermeld, verstrekt het bestuursorgaan deze binnen een week na de bekendmaking. 4 In dat geval zijn de artikelen 3:41 tot en met 3:43 van overeenkomstige toepassing. Artikel 3:48 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De vermelding van de motivering kan achterwege blijven indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat. 2 Verzoekt een belanghebbende binnen een redelijke termijn om de motivering, dan wordt deze zo spoedig mogelijk verstrekt. Artikel 3:49 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Ter motivering van een besluit of een onderdeel daarvan kan worden volstaan met een verwijzing naar een met het oog daarop uitgebracht advies, indien het advies zelf de motivering bevat en van het advies kennis is of wordt gegeven. Artikel 3:50 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien het bestuursorgaan een besluit neemt dat afwijkt van een met het oog daarop krachtens wettelijk voorschrift uitgebracht advies, wordt zulks met de redenen voor de afwijking in de motivering vermeld. Hoofdstuk 4. Bijzondere bepalingen over besluiten Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Titel 4.1. Beschikkingen Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Afdeling 4.1.1. De aanvraag Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 4:1 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk ingediend bij het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te beslissen. Artikel 4:2 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De aanvraag wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de naam en het adres van de aanvrager; b. de dagtekening; c. een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd. 2 De aanvrager verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Artikel 4:3 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De aanvrager kan weigeren gegevens en bescheiden te verschaffen voor zover het belang daarvan voor de beslissing van het bestuursorgaan niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, met inbegrip van de bescherming van medische en psychologische onderzoeksresultaten, of tegen het belang van de bescherming van bedrijfs- en fabricagegegevens. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op bij wettelijk voorschrift aangewezen gegevens en bescheiden waarvan is bepaald dat deze dienen te worden overgelegd. Artikel 4:3a Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op [Vervallen per 01-01-2026] Artikel 4:4 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te beslissen, kan voor het indienen van aanvragen en het verstrekken van gegevens een formulier vaststellen, voor zover daarin niet is voorzien bij wettelijk voorschrift. 2 In het formulier worden geen gegevens gevraagd die voor de te nemen beschikking niet noodzakelijk zijn, tenzij wordt vermeld dat de verstrekking van die gegevens niet verplicht is. Artikel 4:5 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien: a. de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag, of b. de aanvraag geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van artikel 2:15 , of c. de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen. 2 Indien de aanvraag of een van de daarbij behorende gegevens of bescheiden in een vreemde taal is gesteld en een vertaling daarvan voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking noodzakelijk is, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn de aanvraag met een vertaling aan te vullen. 3 Indien de aanvraag of een van de daarbij behorende gegevens of bescheiden omvangrijk of ingewikkeld is en een samenvatting voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking noodzakelijk is, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn de aanvraag met een samenvatting aan te vullen. 4 Een besluit om de aanvraag niet te behandelen wordt aan de aanvrager bekendgemaakt binnen vier weken nadat de aanvraag is aangevuld of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken. 5 Het bestuursorgaan kan afzien van het bieden van de gelegenheid het verzuim te herstellen, indien het toepassing geeft aan artikel 2:16, eerste lid, aanhef . Artikel 4:6 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan, is de aanvrager gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden. 2 Wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, kan het bestuursorgaan zonder toepassing te geven aan artikel 4:5 de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende beschikking. Afdeling 4.1.2. De voorbereiding Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 4:7 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Voordat een bestuursorgaan een aanvraag tot het geven van een beschikking geheel of gedeeltelijk afwijst, stelt het de aanvrager in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen indien: a. de afwijzing zou steunen op gegevens over feiten en belangen die de aanvrager betreffen, en b. die gegevens afwijken van gegevens die de aanvrager ter zake zelf heeft verstrekt. 2 Het eerste lid geldt niet indien sprake is van een afwijking van de aanvraag die slechts van geringe betekenis voor de aanvrager kan zijn. Artikel 4:8 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Voordat een bestuursorgaan een beschikking geeft waartegen een belanghebbende die de beschikking niet heeft aangevraagd naar verwachting bedenkingen zal hebben, stelt het die belanghebbende in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen indien: a. de beschikking zou steunen op gegevens over feiten en belangen die de belanghebbende betreffen, en b. die gegevens niet door de belanghebbende zelf ter zake zijn verstrekt. 2 Het eerste lid geldt niet indien de belanghebbende niet heeft voldaan aan een wettelijke verplichting gegevens te verstrekken. Artikel 4:9 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Bij toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 kan de belanghebbende naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren brengen. Artikel 4:10 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op [Vervallen per 01-07-2005] Artikel 4:11 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Het bestuursorgaan kan toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 achterwege laten voor zover: a. de vereiste spoed zich daartegen verzet; b. de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan, of c. het met de beschikking beoogde doel slechts kan worden bereikt indien de belanghebbende daarvan niet reeds tevoren in kennis is gesteld. Artikel 4:12 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het bestuursorgaan kan toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 voorts achterwege laten bij een beschikking die strekt tot het vaststellen van een financiële verplichting of aanspraak indien: a. tegen die beschikking bezwaar kan worden gemaakt of administratief beroep kan worden ingesteld, en b. de nadelige gevolgen na bezwaar of administratief beroep volledig ongedaan kunnen worden gemaakt. 2 Het eerste lid geldt niet bij een beschikking die strekt tot: a. het op grond van artikel 4:35 of met toepassing van artikel 4:51 weigeren van een subsidie; b. het op grond van artikel 4:46, tweede lid , lager vaststellen van een subsidie, of c. het intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen van een subsidieverlening of een subsidievaststelling. Afdeling 4.1.3. Beslistermijn Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op § 4.1.3.1. Beslistermijn Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 4:13 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een beschikking dient te worden gegeven binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn of, bij het ontbreken van zulk een termijn, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. 2 De in het eerste lid bedoelde redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer het bestuursorgaan binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking heeft gegeven, noch een mededeling als bedoeld in artikel 4:14, derde lid , heeft gedaan. Artikel 4:14 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien een beschikking niet binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn kan worden gegeven, deelt het bestuursorgaan dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien het bestuursorgaan na het verstrijken van de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn niet langer bevoegd is. 3 Indien, bij het ontbreken van een bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn, een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het bestuursorgaan dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een redelijke termijn binnen welke de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Artikel 4:15 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De termijn voor het geven van een beschikking wordt opgeschort met ingang van de dag na die waarop het bestuursorgaan: a. de aanvrager krachtens artikel 4:5 uitnodigt de aanvraag aan te vullen, tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken, of b. de aanvrager mededeelt dat voor de beschikking op de aanvraag redelijkerwijs noodzakelijke informatie aan een buitenlandse instantie is gevraagd, tot de dag waarop deze informatie is ontvangen of verder uitstel niet meer redelijk is. 2 De termijn voor het geven van een beschikking wordt voorts opgeschort: a. gedurende de termijn waarvoor de aanvrager schriftelijk met uitstel heeft ingestemd, b. zolang de vertraging aan de aanvrager kan worden toegerekend, of c. zolang het bestuursorgaan door overmacht niet in staat is een beschikking te geven. 3 In geval van overmacht deelt het bestuursorgaan zo spoedig mogelijk aan de aanvrager mede dat de beslistermijn is opgeschort, alsmede binnen welke termijn de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 4 Indien de opschorting eindigt, doet het bestuursorgaan daarvan in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, of het tweede lid, onderdelen b en c, zo spoedig mogelijk mededeling aan de aanvrager, onder vermelding van de termijn binnen welke de beschikking alsnog moet worden gegeven. § 4.1.3.2. Dwangsom bij niet tijdig beslissen Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 4:16 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op [Vervallen per 01-10-2009] Artikel 4:17 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien een beschikking op aanvraag niet tijdig wordt gegeven, verbeurt het bestuursorgaan aan de aanvrager een dwangsom voor elke dag dat het in gebreke is, doch voor ten hoogste 42 dagen. De Algemene termijnenwet is op laatstgenoemde termijn niet van toepassing. 2 De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23 per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35 per dag en de overige dagen € 45 per dag. 3 De eerste dag waarover de dwangsom verschuldigd is, is de dag waarop twee weken zijn verstreken na de dag waarop de termijn voor het geven van de beschikking is verstreken en het bestuursorgaan van de aanvrager een schriftelijke ingebrekestelling heeft ontvangen. 4 Beroep tegen het niet tijdig geven van de beschikking schort de dwangsom niet op. 5 Geen dwangsom is verschuldigd indien: a. het bestuursorgaan onredelijk laat in gebreke is gesteld, b. de aanvrager geen belanghebbende is, of c. de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is. 6 Indien er meer dan één aanvrager is, is de dwangsom aan ieder van de aanvragers voor een gelijk deel verschuldigd. Artikel 4:18 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Het bestuursorgaan stelt de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vast binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd was. Artikel 4:19 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het bezwaar, beroep of hoger beroep tegen de beschikking op de aanvraag heeft mede betrekking op een beschikking tot vaststelling van de hoogte van de dwangsom, voor zover de belanghebbende deze beschikking betwist. 2 De bestuursrechter kan de beslissing op het beroep of hoger beroep inzake de beschikking tot vaststelling van de hoogte van de dwangsom echter verwijzen naar een ander orgaan, indien behandeling door dit orgaan gewenst is. 3 In beroep of hoger beroep legt de belanghebbende zo mogelijk een afschrift over van de beschikking die hij betwist. 4 Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een verzoek om voorlopige voorziening. Artikel 4:20 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Het bestuursorgaan kan onverschuldigd betaalde dwangsommen terugvorderen voor zover na de dag waarop de beschikking, bedoeld in artikel 4:18 is vastgesteld, nog geen vijf jaren zijn verstreken. § 4.1.3.3. Positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 4:20a Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Deze paragraaf is van toepassing indien dit bij wettelijk voorschrift is bepaald. 2 Paragraaf 4.1.3.2 is niet van toepassing indien deze paragraaf van toepassing is. Artikel 4:20b Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien niet tijdig op de aanvraag tot het geven van een beschikking is beslist, is de gevraagde beschikking van rechtswege gegeven. 2 De verlening van rechtswege geldt als een beschikking. 3 In afwijking van artikel 3:40 treedt de beschikking in werking op de derde dag na afloop van de beslistermijn. Artikel 4:20c Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het bestuursorgaan maakt de beschikking bekend binnen twee weken nadat zij van rechtswege is gegeven. 2 Bij de bekendmaking en mededeling van de beschikking wordt vermeld dat de beschikking van rechtswege is gegeven. Artikel 4:20d Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien het bestuursorgaan de beschikking niet overeenkomstig artikel 4:20c binnen twee weken heeft bekendgemaakt, verbeurt het na een daarop volgende ingebrekestelling door de aanvrager een dwangsom vanaf de dag dat twee weken zijn verstreken sinds die ingebrekestelling. 2 De dwangsom wordt berekend overeenkomstig artikel 4:17, eerste en tweede lid . 3 De artikelen 4:17, vijfde lid, onder a en b , en 4:18 tot en met 4:20 zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 4:20e Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien in een wettelijk voorschrift of een beleidsregel is bepaald dat in een beschikking steeds bepaalde voorschriften worden opgenomen, dan maken deze ook deel uit van de beschikking van rechtswege. Artikel 4:20f Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het bestuursorgaan kan aan de beschikking van rechtswege alsnog voorschriften verbinden of de beschikking intrekken voor zover dit nodig is om ernstige gevolgen voor het algemeen belang te voorkomen. 2 Een beschikking als bedoeld in het eerste lid kan slechts worden genomen binnen zes weken na de bekendmaking van de beschikking van rechtswege. 3 Het bestuursorgaan vergoedt de schade die door de wijziging of intrekking bedoeld in het eerste lid wordt veroorzaakt. Titel 4.2. Subsidies Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Afdeling 4.2.1. Inleidende bepalingen Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 4:21 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Onder subsidie wordt verstaan: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. 2 Deze titel is niet van toepassing op aanspraken of verplichtingen die voortvloeien uit een wettelijk voorschrift inzake: a. belastingen, b. de heffing van een premie dan wel een premievervangende belasting ingevolge de Wet financiering sociale verzekeringen , of c. de heffing van een inkomensafhankelijke bijdrage dan wel een bijdragevervangende belasting ingevolge de Zorgverzekeringswet . 3 Deze titel is niet van toepassing op de aanspraak op financiële middelen die wordt verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift dat uitsluitend voorziet in verstrekking aan rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld. 4 Deze titel is van overeenkomstige toepassing op de bekostiging van het onderwijs en onderzoek. Artikel 4:22 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Onder subsidieplafond wordt verstaan: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift. Artikel 4:23 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een bestuursorgaan verstrekt slechts subsidie op grond van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt. 2 Indien een zodanig wettelijk voorschrift is opgenomen in een niet op een wet berustende algemene maatregel van bestuur, vervalt dat voorschrift vier jaren nadat het in werking is getreden, tenzij voor dat tijdstip een voorstel van wet bij de Staten-Generaal is ingediend waarin de subsidie wordt geregeld. 3 Het eerste lid is niet van toepassing: a. in afwachting van de totstandkoming van een wettelijk voorschrift gedurende ten hoogste een jaar of totdat een binnen dat jaar bij de Staten-Generaal ingediend wetsvoorstel is verworpen of tot wet is verheven en in werking is getreden; b. indien de subsidie rechtstreeks op grond van een door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Europese Commissie vastgesteld programma wordt verstrekt; c. indien de begroting de subsidie-ontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt, of d. in incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt. 4 Het bestuursorgaan publiceert jaarlijks een verslag van de verstrekking van subsidies met toepassing van het derde lid, onderdelen a en d . Artikel 4:24 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien een subsidie op een wettelijk voorschrift berust, wordt ten minste eenmaal in de vijf jaren een verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Afdeling 4.2.2. Het subsidieplafond Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 4:25 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een subsidieplafond kan slechts bij of krachtens wettelijk voorschrift worden vastgesteld. 2 Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden. 3 Indien niet tijdig, dan wel in bezwaar of beroep of ter uitvoering van een rechterlijke uitspraak omtrent verstrekking wordt beslist, geldt de verplichting van het tweede lid slechts voor zover zij ook gold op het tijdstip, waarop de beslissing in eerste aanleg werd genomen of had moeten worden genomen. Artikel 4:26 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Bij of krachtens wettelijk voorschrift wordt bepaald hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. 2 Bij de bekendmaking van het subsidieplafond wordt de wijze van verdeling vermeld. Artikel 4:27 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het subsidieplafond wordt bekendgemaakt voor de aanvang van het tijdvak waarvoor het is vastgesteld. 2 Indien het subsidieplafond of een verlaging daarvan later wordt bekendgemaakt, heeft deze bekendmaking geen gevolgen voor voordien ingediende aanvragen. Artikel 4:28 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 4:27, tweede lid , is niet van toepassing, indien: a. de aanvragen voor het tijdvak waarvoor het subsidieplafond is vastgesteld ingevolge wettelijk voorschrift moeten worden ingediend op een tijdstip waarop de begroting nog niet is vastgesteld of goedgekeurd; b. het een verlaging betreft die voortvloeit uit de vaststelling of goedkeuring van de begroting, en c. bij de bekendmaking van het subsidieplafond is gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. Afdeling 4.2.3. De subsidieverlening Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 4:29 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald kan voorafgaand aan een subsidievaststelling een beschikking omtrent subsidieverlening worden gegeven, indien een aanvraag daartoe is ingediend voor de afloop van de activiteit of het tijdvak waarvoor de subsidie wordt gevraagd. Artikel 4:30 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De beschikking tot subsidieverlening bevat een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend. 2 De omschrijving kan later worden uitgewerkt, voor zover de beschikking tot subsidieverlening dit vermeldt. Artikel 4:31 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De beschikking tot subsidieverlening vermeldt het bedrag van de subsidie, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald. 2 Indien de beschikking tot subsidieverlening het bedrag van de subsidie niet vermeldt, vermeldt zij het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Artikel 4:32 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een subsidie in de vorm van een periodieke aanspraak op financiële middelen wordt verleend voor een bepaald tijdvak, dat in de beschikking tot subsidieverlening wordt vermeld. Artikel 4:33 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een subsidie kan niet worden verleend onder de voorwaarde dat uitsluitend het bestuursorgaan of uitsluitend de subsidie-ontvanger een bepaalde handeling verricht, tenzij het betreft de voorwaarde dat: a. de subsidie-ontvanger medewerkt aan de totstandkoming van een overeenkomst ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening, of b. de subsidie-ontvanger aantoont dat een gebeurtenis, niet zijnde een handeling van het bestuursorgaan of van de subsidie-ontvanger, heeft plaatsgevonden. Artikel 4:34 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan zij worden verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. 2 De voorwaarde kan niet worden gesteld, voor zover zulks voortvloeit uit het wettelijk voorschrift waarop de subsidie berust. 3 De voorwaarde vervalt, indien het bestuursorgaan daarop niet binnen vier weken na de vaststelling of goedkeuring van de begroting een beroep heeft gedaan. 4 Het beroep op de voorwaarde geschiedt bij een subsidie voor een activiteit die door het bestuursorgaan ook in het voorafgaande begrotingsjaar werd gesubsidieerd door een intrekking wegens veranderde omstandigheden overeenkomstig artikel 4:50 . 5 In andere gevallen geschiedt het beroep op de voorwaarde door een intrekking overeenkomstig artikel 4:48, eerste lid . Artikel 4:35 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat: a. de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden; b. de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; c. de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn. 2 De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd indien de aanvrager: a. in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid, of b. failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend. 3 De subsidieverlening wordt voorts geweigerd indien de verstrekking van subsidie naar het oordeel van het bestuursorgaan niet verenigbaar is met het bepaalde in de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Artikel 4:36 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening kan een overeenkomst worden gesloten. 2 Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de subsidie zich daartegen verzet, kan in de overeenkomst worden bepaald dat de subsidie-ontvanger verplicht is de activiteiten te verrichten waarvoor de subsidie is verleend. Afdeling 4.2.4. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 4:37 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het bestuursorgaan kan de subsidie-ontvanger verplichtingen opleggen met betrekking tot: a. aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend; b. de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten; c. het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie; d. de te verzekeren risico’s; e. het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten; f. het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn; g. het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor derden; h. het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek op het door het bestuursorgaan gevoerde financiële beheer en de financiële verantwoording daarover. 2 Indien een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c , wordt opgelegd, zijn de artikelen 4:3 en 4:4 van overeenkomstige toepassing. Artikel 4:38 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het bestuursorgaan kan de subsidie-ontvanger ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. 2 Indien de subsidie op een wettelijk voorschrift berust, worden de verplichtingen opgelegd bij wettelijk voorschrift of krachtens wettelijk voorschrift bij de subsidieverlening. 3 Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, kunnen de verplichtingen worden opgelegd bij de subsidieverlening. Artikel 4:39 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie kunnen slechts aan de subsidie worden verbonden voor zover dit bij wettelijk voorschrift is bepaald. 2 Verplichtingen als bedoeld in het eerste lid kunnen slechts betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. Artikel 4:40 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De verplichtingen kunnen na de subsidieverlening worden uitgewerkt, voor zover de beschikking tot subsidieverlening dit vermeldt. Artikel 4:41 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 In de gevallen, genoemd in het tweede lid, is de subsidie-ontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor een vergoeding verschuldigd aan het bestuursorgaan, mits: a. dit bij wettelijk voorschrift of, indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, bij de subsidieverlening is bepaald, en b. daarbij is aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald. 2 De vergoeding is slechts verschuldigd indien: a. de subsidie-ontvanger voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen vervreemdt of bezwaart of de bestemming daarvan wijzigt; b. de subsidie-ontvanger een schadevergoeding ontvangt voor verlies of beschadiging van voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen; c. de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd; d. de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd, of e. de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden. 3 De vergoeding wordt vastgesteld binnen een jaar nadat het bestuursorgaan op de hoogte is gekomen of kon zijn van de gebeurtenis die het recht op vergoeding deed ontstaan, doch in ieder geval binnen vijf jaren na de bekendmaking van de laatste beschikking tot subsidievaststelling. Afdeling 4.2.5. De subsidievaststelling Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Artikel 4:42 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag overeenkomstig afdeling 4.2.7 . Artikel 4:43 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, bevat de beschikking tot subsidievaststelling een aanduiding van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt. 2 De artikelen 4:32 , 4:35, tweede en derde lid , 4:38 en 4:39 zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 4:44 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, dient de subsidie-ontvanger na afloop van de activiteiten of het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in, tenzij: a. de subsidie met toepassing van artikel 4:47, onderdeel a , ambtshalve wordt vastgesteld; b. bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is bepaald dat de aanvraag wordt ingediend telkens na afloop van een gedeelte van het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend, of c. de vaststelling van de subsidie bij een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36, eerste lid , anders is geregeld. 2 Indien bij wettelijk voorschrift geen termijn is bepaald, wordt de aanvraag tot vaststelling ingediend binnen een bij de subsidieverlening te bepalen termijn. 3 Indien voor de indiening van de aanvraag tot vaststelling geen termijn is bepaald of de aanvraag na afloop van de daarvoor bepaalde termijn niet is ingediend kan het bestuursorgaan de subsidie-ontvanger een termijn stellen binnen welke de aanvraag moet zijn ingediend. 4 Indien na afloop van deze termijn geen aanvraag is ingediend, kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld. Artikel 4:45 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Bij de aanvraag tot subsidievaststelling toont de aanvrager aan dat de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de subsidie verbonden verplichtingen, tenzij de subsidie voor de aanvang van de activiteiten wordt vastgesteld. 2 Bij de aanvraag tot subsidievaststelling legt de aanvrager rekening en verantwoording af omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn. Artikel 4:46 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, stelt het bestuursorgaan de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening vast. 2 De subsidie kan lager worden vastgesteld indien: a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden; b. de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; c. de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten. 3 Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, worden kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen. Artikel 4:47 Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ... Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Het bestuursorgaan kan de subsidie geheel of gedeeltelijk ambtshalve vaststellen, indien: a. bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening een termijn is bepaald binnen welke de subsidie ambtshalve wordt vastgesteld; b. toepassing wordt gegeven aan artikel 4:44, vierde lid , of c. de beschikking tot subsidieverlening of de beschikkin