Dit besluit van 6 juli 1929 regelt de overbrenging van de registers der overledenen naar de Rijksarchiefbewaarplaatsen. Het gaat om registers die zijn opgemaakt ingevolge de Ordonnantie eener Belasting op het Regt van Successie van 4 oktober 1805.
Besluit van 6 juli 1929, tot regeling van de overbrenging naar de Rijksarchiefbewaarplaatsen van de registers der overledenen, opgemaakt ingevolge de "Ordonnantie eener Belasting op het Regt van Successie" van 4 October 1805 Besluit tot regeling van overbrenging naar Rijksarchiefbewaarplaatsen van de registers der overledenen Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz. Op de gemeenschappelijke voordracht van Onzen Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, van Onzen Minister van Justitie en van Onzen Minister van Financiën van 25 Maart 1929, n°. 13194, afdeeling Kunsten en Wetenschappen, van 9 April 1929, 1e Afdeeling C, n°. 885, en van 19 April 1929, n°. 13, Afdeeling Indirecte Belastingen; Overwegende, dat het wenschelijk is de registers der overledenen, opgemaakt ingevolge de Ordonnantie eener Belasting op het Regt van Successie van 4 October 1805 en krachtens het Koninklijk besluit van 23 Januari 1824 onder bewaring van de ambtenaren van den burgerlijken stand gesteld, naar de Algemeene Rijksarchiefbewaarplaats te 's-Gravenhage, naar de Rijksarchiefbewaarplaatsen in de provinciën over te brengen; Gelet op artikel 19, tweede lid van de Archiefwet 1918 (Staatsblad n°. 378), gelijk zij gewijzigd is bij de wet van 14 Mei 1928 (Staatsblad n°. 177); Den Raad van State gehoord (advies van 28 Mei 1929, n°. 20); Gelet op het nader rapport van Onze voornoemde Ministers van 8 Juni 1929, n°. 2712, Afdeeling Kunsten en Wetenschappen van 15 Juni 1929, 1e Afdeeling C, n°. 918 en van 2 Juli 1929, n°. 69, afdeeling Indirecte Belastingen; Hebben goedgevonden en verstaan: met intrekking van het Koninklijk besluit van 23 Januari 1824 en van Ons besluit van 18 September 1919 (Staatsblad n°. 576), te bepalen als volgt: Artikel 1 De registers der overledenen, opgemaakt krachtens de Ordonnantie eener Belasting op het Regt van Successie alomme in het Bataafsche Gemeenebest in te vorderen van 4 October 1805, zullen worden overgebracht naar de Rijksarchiefbewaarplaats, gevestigd in de hoofdplaats der provincie, binnen welke de gemeente is gelegen, waar de ambtenaar van den burgerlijken stand, door wien die registers thans bewaard worden, gevestigd is. Artikel 2 De in artikel 1 genoemde registers worden gesteld onder den Rijksarchivaris, die belast is met het beheer van de Rijksarchiefbewaarplaats, waarheen die registers zullen zijn overgebracht. Artikel 3 De overbrenging der in artikel 1 genoemde registers geschiedt op de wijze en op het tijdstip, tusschen den ambtenaar van den burgerlijken stand, die de registers bewaarde en den Rijksarchivaris van de Rijksarchiefbewaarplaats, waarheen zij worden overgebracht, in gemeen overleg te bepalen, met dien verstande, dat de overbrenging moet plaats vinden vóór 1 November
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.