Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Wet op de weerkorpsen

Waar gaat deze regeling over?

De Wet op de weerkorpsen verbiedt het oprichten van, deelnemen aan of steunen van weerkorpsen. Een weerkorps is een particuliere organisatie die zich richt op taken van de weermacht of politie. Overtreding is strafbaar.

Voor wie: Particulieren en organisaties die zich zouden kunnen richten op taken van weermacht of politie; Organisaties die bij of krachtens AMvB zijn toegelaten (uitzondering).

In één oogopslag

Land
Nederland
Rechtsgebied
Belastingrecht
Artikelen
13
Bron
wetten.overheid.nl
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Wat regelt deze regeling?

  • Het verbod op het tot stand brengen, deel uitmaken van of steunen van weerkorpsen (Hoofdstuk 1, Artikel 1).
  • De definitie van een weerkorps.
  • De strafbaarstelling van overtredingen (Artikel 2-3).

Voor wie geldt deze regeling?

  • Particulieren en organisaties die zich zouden kunnen richten op taken van weermacht of politie.
  • Organisaties die bij of krachtens AMvB zijn toegelaten (uitzondering).

Wat zijn de kernpunten?

  • Het is verboden weerkorpsen tot stand te brengen, daarvan deel uit te maken of deze te steunen (Artikel 1, lid 1).
  • Een weerkorps is iedere particuliere organisatie gericht op taken van weermacht of politie in de handhaving van de veiligheid en de openbare orde (Artikel 1, lid 2).
  • Handelen in strijd met artikel 1 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie; opzettelijke overtreding met gevangenisstraf (Artikel 2-3).

Belastingrecht

8

Belastingrecht

Wettekst

Wettekst
Inhoudsopgave (13)
  1. Artikel 1 1
  2. Artikel 2 1
  3. Artikel 3 1
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6 Vervallen
  7. Artikel 7 Vervallen
  8. Artikel 8 Vervallen
  9. Artikel 9 Vervallen
  10. Artikel 10 Vervallen
  11. Artikel 11 Vervallen
  12. Artikel 12 Vervallen
  13. Artikel 13 Vervallen

Wet van 11 september 1936, houdende voorzieningen omtrent weerkorpsen Wet op de weerkorpsen Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is enkele voorzieningen te treffen omtrent weerkorpsen;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1

De weerkorpsen

Artikel 11

Het is verboden weerkorpsen tot stand te brengen, daarvan deel uit te maken of deze te steunen.

2 Weerkorps is iedere organisatie van particulieren, welke gericht is op of voorbereidt tot het in onderling verband verrichten van of deelnemen aan hetgeen tot de taak behoort van weermacht of politie in de handhaving van de uit- en inwendige veiligheid en van de openbare orde en rust.

3 Het verbod van het eerste lid geldt niet voor organisaties, toegelaten bij of krachtens algemeenen maatregel van bestuur. Aan eene toelating kunnen voorwaarden worden verbonden.

Artikel 21

Hij die in strijd handelt met artikel 1, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

2 Het feit wordt beschouwd als eene overtreding.

Artikel 31

Hij die opzettelijk in strijd handelt met artikel 1, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.

2 Het feit wordt beschouwd als een misdrijf.

Artikel 4

Deze wet kan worden aangehaald als 'Wet op de weerkorpsen'.

Artikel 5

Zij treedt op een door Ons te bepalen tijdstip in werking.

Hoofdstuk 2

Artikel 6Vervallen

Artikel 7Vervallen

Artikel 8Vervallen

Artikel 9Vervallen

Artikel 10Vervallen

Hoofdstuk 3

Artikel 11Vervallen

Artikel 12Vervallen

Artikel 13Vervallen

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage den 11den September 1936.

WILHELMINA.

De Minister van Justitie, VAN SCHAIK.

De Minister van Binnenlandsche Zaken, J. A. DE WILDE.

De Minister van Staat, Minister van Defensie a.i., H. COLIJN. den twee en twintigsten September 1936.

De Minister van Justitie VAN SCHAIK.

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.