Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Wet tot regeling van pensioenen reserve-officieren der Koninklijke landmacht

Waar gaat deze regeling over?

Deze wet regelt de pensioenen van reserve-officieren van de Koninklijke landmacht die zich vrijwillig in actieve dienst bevinden met de bestemming over te gaan naar het korps beroeps-officieren. Op hen worden de bepalingen van de Pensioenwet voor de landmacht van toepassing verklaard.

Voor wie: Reserve-officieren van de Koninklijke landmacht die zich krachtens vrijwillige verbintenis in actieve dienst bevinden met de bestemming beroeps-officier te worden; De nagelaten betrekkingen van deze officieren.

In één oogopslag

Land
Nederland
Rechtsgebied
Belastingrecht
Artikelen
4
Bron
wetten.overheid.nl
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Wat regelt deze regeling?

  • De toepassing van de Pensioenwet voor de landmacht op bepaalde reserve-officieren (Artikel 1).
  • De toepassing van de Militaire Weduwenwet 1922 op diezelfde reserve-officieren (Artikel 2).

Voor wie geldt deze regeling?

  • Reserve-officieren van de Koninklijke landmacht die zich krachtens vrijwillige verbintenis in actieve dienst bevinden met de bestemming beroeps-officier te worden.
  • De nagelaten betrekkingen van deze officieren.

Wat zijn de kernpunten?

  • Op de bedoelde reserve-officieren worden, tenzij anders bepaald, de bepalingen van de Pensioenwet voor de landmacht (Stb. 1922, nr. 66) van toepassing verklaard, met afwijking van artikel 1 van die wet (Artikel 1).
  • Op diezelfde reserve-officieren worden ook de bepalingen van de Militaire Weduwenwet 1922 van toepassing verklaard (Artikel 2).
  • Het gaat om officieren die dienen ter aanvulling van een tekort aan beroeps-officieren.

Belastingrecht

8

Belastingrecht

Wettekst

Wettekst
Inhoudsopgave (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3 1
  4. Artikel 4

Wet van 22 december 1938, tot regeling van de pensioenen voor reserve-officieren der Koninklijke landmacht, die zich - ter aanvulling van een bestaand tekort aan beroeps-officieren - krachtens een daartoe gesloten verbintenis in actieven dienst bevinden met bestemming om naar het korps beroeps-officieren bij het leger hier te lande over te gaan, alsmede voor hunne weduwen en weezen Wet tot regeling van pensioenen reserve-officieren der Koninklijke landmacht Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is, afzonderlijke bepalingen te treffen ten aanzien van de pensionneering van reserve-officieren der Koninklijke landmacht, die zich - ter aanvulling van een bestaand tekort aan beroeps-officieren - krachtens een daartoe gesloten vrijwillige verbintenis in actieven dienst bevinden met bestemming om naar het korps beroeps-officieren bij het leger hier te lande over te gaan, alsmede ten aanzien van de pensionneering van hunne weduwen en weezen;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

Ten aanzien van de reserve-officieren der Koninklijke landmacht, die zich - ter aanvulling van een bestaand tekort aan beroeps-officieren - krachtens een daartoe gesloten vrijwillige verbintenis in actieven dienst bevinden met bestemming om naar het korps beroeps-officieren bij het leger hier te lande over te gaan, worden, tenzij uitdrukkelijk anders wordt bepaald, van toepassing verklaard de bepalingen van de Pensioenwet voor de landmacht (Staatsblad 1922, No. 66), een en ander met afwijking in zooverre van het bepaalde in artikel 1 der evenaangehaalde pensioenwet.

Artikel 2

Ten aanzien van de in artikel 1 dezer wet bedoelde reserve-officieren worden, tenzij uitdrukkelijk anders wordt bepaald, eveneens van toepassing verklaard de bepalingen van de Militaire Weduwenwet 1922, een en ander met afwijking in zooverre van het bepaalde onder a van artikel 2 der evenaangehaalde wet.

Artikel 31

Behoudens het bepaalde in het tweede lid zal ten aanzien van de in artikel 1 dezer wet bedoelde reserve-officieren de Pensioenwet voor het reserve-personeel der landmacht (Staatsblad 1923, No. 356) geen toepassing vinden.

2 Indien in eenig geval pensionneering van de in artikel 1 dezer wet bedoelde reserve-officieren met toepassing van deze wet voor hen minder voordeelig mocht blijken te zijn dan pensionneering krachtens de bepalingen der Pensioenwet voor het reserve-personeel der landmacht (Staatsblad 1923, No. 356) en die der wetten, waarbij die wet is of nog zal worden aangevuld of gewijzigd, blijft pensionneering ingevolge deze wet achterwege en zal het pensioen worden geregeld met inachtneming van evenbedoelde bepalingen.

Artikel 4

Deze wet treedt in werking met ingang van den dag, volgende op dien der afkondiging.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize het Loo den 22sten December 1938 WILHELMINA.

De Minister van Defensie, VAN DIJK.

De Minister van Binnenlandsche Zaken, VAN BOEYEN. den tienden Januari 1939.

De Minister van Justitie, C. GOSELING.

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.