Samenvatting
De Distributiewet van 24 juni 1939 maakt het mogelijk om in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden een doelmatige distributie van goederen te regelen in het belang van volkshuishouding, landsverdediging en de veiligheid van niet-militaire personen. De kernartikelen zijn nog niet in werking getreden en treden pas bij koninklijk besluit in werking wanneer buitengewone omstandigheden dat noodzakelijk maken.
Wat het regelt
- De aanwijzing van distributiegoederen en het vaststellen van een distributieregeling, waarbij de landsverdediging voorrang krijgt.
- De bevoegdheid om handel, gebruik, verwerking en vervoer van distributiegoederen te binden aan regels of vergunningen.
- Een opgaveplicht voor houders van distributiegoederen.
Voor wie geldt dit
- Iedereen die distributiegoederen koopt, verkoopt, aflevert, voorhanden of in voorraad heeft, gebruikt, bewerkt, verwerkt of vervoert.
- Elektriciteit valt uitdrukkelijk mede onder "goederen".
Kernpunten
- "Onze Minister" is de Minister van Economische Zaken en Klimaat, of voor de voedselvoorziening de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (artikel 1).
- De minister kan bepalen dat distributiegoederen alleen met inachtneming van de distributieregeling en/of met schriftelijke vergunning mogen worden verhandeld; in spoedeisende gevallen kan de vergunning ook anders dan schriftelijk worden verleend (artikel 5).
- De minister kan regels stellen over gebruik, verbruik, bewerking, verwerking en vervoer, en dit vervoer in aangewezen gebieden geheel of gedeeltelijk verbieden (artikelen 6 en 7).
- Houders van distributiegoederen kunnen worden verplicht opgave te doen van aard, hoeveelheid en plaats van die goederen (artikel 8).
- De meeste artikelen (2 t/m 10) zijn nog niet in werking getreden en treden pas bij koninklijk besluit, op voordracht van de Minister-President, in werking.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.