Samenvatting
Dit besluit van 18 april 1939 regelt de vrijstelling en voorlopige vrijstelling van werkelijke dienst in geval van buitengewone omstandigheden. Bepaalde groepen dienstplichtigen, opgenomen in de lijsten A en B, komen bij een mobilisatie niet of voorlopig niet in werkelijke dienst.
Wat het regelt
- Welke groepen dienstplichtigen bij buitengewone omstandigheden zijn vrijgesteld of voorlopig zijn vrijgesteld van opkomst.
- De duur en de herziening van voorlopige vrijstellingen.
- Het herleven van de dienstplicht wanneer men niet langer tot een vrijgestelde groep behoort.
Voor wie geldt dit
- Dienstplichtigen die behoren tot de groepen vermeld in lijst A (definitieve vrijstelling) of lijst B (voorlopige vrijstelling), zoals leden van de Algemene Rekenkamer, departementshoofden, diplomaten, gemeentesecretarissen, wethouders, leden van de rechterlijke macht en van de Staten-Generaal.
Kernpunten
- Wanneer bij buitengewone omstandigheden dienstplichtigen krachtens de Kaderwet dienstplicht worden opgeroepen, komen personen uit de groepen van lijst A en B niet of voorlopig niet in werkelijke dienst (artikel 1).
- De voorlopige vrijstelling van lijst B wordt verleend voor onbepaalde tijd of voor een door de Minister van Defensie bepaalde maximumduur, en kan worden herzien (artikel 2).
- De Minister van Defensie kan reeds opgeroepen dienstplichtigen die tot een vrijgestelde groep blijken te behoren huiswaarts zenden (artikel 3).
- Wie ophoudt tot een vrijgestelde groep te behoren, of zonder overwegend bezwaar kan worden gemist of vervangen, is verplicht alsnog de werkelijke dienst te vervullen (artikel 4).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.