Samenvatting
De Landbouwuitvoerwet 1938 van 4 februari 1938 waarborgt bepaalde eigenschappen en hoedanigheden van uitgevoerde land-, tuinbouw-, veeteelt- en zuivelproducten. Zij verbiedt de uitvoer van aangewezen producten die niet voldoen aan eisen van herkomst, hoedanigheid en verzorging.
Wat het regelt
- Het verbod op uitvoer van opgesomde producten die niet aan de gestelde eisen voldoen.
- De vaststelling van eisen via een Uitvoercontrôlebesluit, na overleg met belanghebbende organisaties.
- Keuring, merken en het toezicht op de naleving.
Voor wie geldt dit
- Exporteurs en producenten van de aangewezen voortbrengselen van landbouw, tuinbouw, veeteelt en zuivel (zoals boter, kaas, melk, eieren, bacon, groenten, fruit, bloembollen, snijbloemen en aangewezen vis).
Kernpunten
- Het is verboden de in artikel 2 genoemde producten uit te voeren, te pogen uit te voeren of ten uitvoer aan te bieden indien zij of hun verpakking niet voldoen aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen van herkomst, hoedanigheid en verzorging.
- Eisen worden pas gesteld na overleg met organisaties van rechtstreeks belanghebbenden, aangewezen door de Minister (artikel 3).
- Een Uitvoercontrôlebesluit kan de uitvoer beperken tot aangewezen kantoren en een verplichte keuring en goedkeuring voorschrijven (artikelen 4 en 5).
- De Minister kan merken, tekenen of bewijsstukken vaststellen of erkennen ten bewijze van keuring, en regels stellen over het vervaardigen en afleveren daarvan (artikelen 6 en 7).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.