Samenvatting
Dit besluit van 4 oktober 1944, tot stand gekomen in Londen, regelt de gevolgen van het toetreden tot vreemde krijgs- of staatsdienst tijdens de buitengewone oorlogsomstandigheden. Het bepaalt dat wie na 9 mei 1940 in dienst trad van een bondgenoot daardoor het Nederlanderschap of Nederlands onderdaanschap niet verliest.
Wat het regelt
- Het behoud van het Nederlanderschap en het Nederlands onderdaanschap bij het toetreden tot geallieerde krijgs- of staatsdienst.
- De definitie van "bondgenoot".
- De mogelijkheid tot het alsnog verlenen van verlof in andere gevallen.
Voor wie geldt dit
- Nederlanders en Nederlandse onderdanen uit anderen hoofde die zich na 9 mei 1940 in vreemde krijgs- of staatsdienst hebben begeven.
Kernpunten
- Door het na 9 mei 1940 toetreden tot krijgs- of staatsdienst van een bondgenoot gaat het Nederlanderschap noch het Nederlands onderdaanschap verloren, ook zonder voorafgaand verlof (artikel 1).
- Onder "bondgenoot" wordt verstaan elke niet-vijandelijke mogendheid, elk niet-vijandelijk erkend bewind en elke niet aan een vijandelijke mogendheid onderworpen georganiseerde krijgsmacht die tegen een vijandelijke mogendheid strijdt (artikel 2).
- De Kroon behoudt zich voor om ook in andere gevallen alsnog verlof te verlenen, zelfs zonder daartoe strekkend verzoek (artikel 3).
- Het besluit laat bestaande of toekomstige verplichtingen tot militaire of burgerlijke dienst onverlet (artikel 4) en is verbindend voor het gehele Koninkrijk (artikel 5).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.