Samenvatting
Dit besluit van 22 december 1943 stelt buitengewone bepalingen van strafrecht vast voor de berechting van ernstige feiten begaan gedurende de oorlog vóór 15 mei 1945. Het richt zich op zwaar strafwaardige feiten die met de vijand of de vijandelijke bezetting samenhangen en wijkt daarbij af van het gewone strafrecht.
Wat het regelt
- De aanwijzing van misdrijven waarop de buitengewone strafbepalingen van toepassing zijn.
- De toepasselijke procesregels en de bevoegde rechter.
- De uitbreiding van de werking van de Nederlandse strafwet buiten het Rijk in Europa.
Voor wie geldt dit
- Eenieder die zich schuldig heeft gemaakt aan de aangewezen misdrijven gedurende de oorlog vóór 15 mei 1945, ook buiten het Rijk in Europa in de omschreven gevallen.
Kernpunten
- Het besluit is van toepassing op misdrijven begaan gedurende de oorlog vóór 15 mei 1945, waaronder feiten uit het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Militair Strafrecht, in het bijzonder wanneer de schuldige gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid of middel geboden door de vijand of de vijandelijke bezetting (artikel 1).
- Behoudens afwijkingen gelden de bepalingen van het Wetboek van Militair Strafrecht en het gemene strafrecht; de rechtsmacht van de militaire rechter wordt uitgeoefend door de bij het Besluit op de Bijzondere Gerechtshoven aangewezen rechter (artikel 2).
- Het legaliteitsbeginsel van artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht blijft voor de werking van dit besluit buiten toepassing (artikel 3).
- De Nederlandse strafwet is ook toepasselijk op eenieder die zich buiten het Rijk in Europa aan de omschreven misdrijven schuldig maakt, met name tegen Nederlandse belangen (artikel 4); de duur van de vervangende hechtenis is ten hoogste een jaar (artikel 7a).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.