Samenvatting
Dit besluit van 30 juli 1945 regelt de rechtsgevolgen van benoemingen, aanstellingen, bevorderingen en ontslagen van militaire ambtenaren bij de zeemacht die door of vanwege de vijand tijdens de bezetting zijn verleend. Zulke door de vijand verleende handelingen worden geacht nimmer van kracht te zijn geweest.
Wat het regelt
- De verbindende kracht van door de vijand verleende personeelsbeslissingen bij de zeemacht.
- De rechtspositie (non-activiteit) van betrokken militaire ambtenaren.
- De gevolgen voor pensioenopbouw.
Voor wie geldt dit
- Militaire ambtenaren in de zin van de Militaire Ambtenarenwet 1931, beperkt tot hen die zijn aangesteld in militaire openbare dienst bij de zeemacht.
Kernpunten
- Benoeming, aanstelling en bevordering door of vanwege de vijand tijdens de bezetting verleend worden geacht nimmer van kracht te zijn geweest (artikel 2).
- Ontslag door de vijand verleend, anders dan wegens ongeschiktheid door verwonding, verminking, ziekte of gebreken, wordt eveneens geacht nimmer van kracht te zijn geweest (artikel 3).
- Zulke ambtenaren worden - met uitzondering van de tijd in feitelijke krijgsgevangenschap - geacht op non-activiteit te zijn geweest tot zij weer ter beschikking komen (artikel 4); hetzelfde geldt voor wie een met de militaire stand strijdige betrekking vervulde (artikel 5).
- De als non-activiteit aangemerkte tijd telt niet mee voor pensioen op grond van de pensioenwetten voor de Zeemacht en de Koninklijke Marinereserve (artikel 6).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.