Samenvatting
Dit besluit van 14 november 1945 machtigt de Minister van Financiën om schuldverplichtingen ten laste van het Rijk te vestigen tot ten hoogste twee miljard gulden, met het doel geblokkeerde tegoeden dienstbaar te maken aan de consolidatie van vlottende Staatsschuld.
Wat het regelt
- De machtiging en het maximumbedrag van de te vestigen staatsschuld.
- De voorwaarden, inschrijving, delging en verjaring van die schuld.
- Provisies, vrijstellingen en verrekening met belastingen.
Voor wie geldt dit
- De Minister van Financiën, die de schuld vestigt en de voorwaarden vaststelt.
- Houders van de schuld, alsmede bankiers, makelaars en commissionairs in effecten die bij de tegeldemaking bemiddelen.
Kernpunten
- De Minister van Financiën mag schuldverplichtingen vestigen tot een gezamenlijk beloop van ten hoogste twee miljard gulden, in één keer of in gedeelten (artikel 1).
- Van het aangaan wordt rekening afgelegd aan de Algemene Rekenkamer; de schuld wordt gedelgd in ten hoogste 50 jaar, met voorbehoud van versterkte delging en inkoop beneden pari (artikel 2).
- De schuld wordt ingeschreven in een afzonderlijk Grootboek en kan worden verwisseld in schuldbekentenissen aan toonder; de Grootboekwet 1913 is niet van toepassing (artikel 3).
- Bij rechtstreekse tegeldemaking kan een provisie van ten hoogste 3/8 procent aan tussenpersonen en ¼ procent aan bemiddelende bankiers worden toegekend (artikel 4); het recht tot opvordering van het kapitaal vervalt tien jaar na de eerste aflosdag (artikel 6).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.