Samenvatting
Dit besluit van 22 december 1943 stelt Bijzondere Gerechtshoven in voor de snelle en doeltreffende berechting van bepaalde tijdens de oorlog begane misdrijven, telkens naarmate het Rijk in Europa van de bezetting wordt bevrijd. Het regelt de samenstelling, benoeming en bevoegdheidseisen van deze gerechten.
Wat het regelt
- De instelling van Bijzondere Gerechtshoven en de bepaling van hun rechtsgebied en vestigingsplaats.
- De samenstelling van de hoven en de daarbij horende functionarissen.
- De benoemings- en benoembaarheidseisen voor de leden.
Voor wie geldt dit
- Personen die worden berecht voor de onder het besluit vallende misdrijven begaan tijdens de oorlog.
- De rechtsgeleerde en militaire raadsheren, presidenten, procureurs-fiscaal en griffiers van de hoven.
Kernpunten
- In het Rijk in Europa worden, naarmate het van de bezetting wordt bevrijd, zo spoedig mogelijk Bijzondere Gerechtshoven ingesteld, waarvan de Kroon rechtsgebied en vestigingsplaats bepaalt (artikel 1).
- Ieder hof bestaat uit een rechtsgeleerde president, vice-presidenten en rechtsgeleerde en militaire raadsheren, met een procureur-fiscaal, een griffier en advocaten-fiscaal (artikel 2).
- De leden worden benoemd op gemeenschappelijke voordracht van de Ministers van Justitie, van Marine en van Oorlog (artikel 3).
- Benoembaar zijn Nederlandse onderdanen tussen 30 (griffiers 25) en 70 jaar; de rechtsgeleerde leden moeten een universitaire rechtengraad bezitten, terwijl de militaire raadsheren officieren van de zee- of landmacht moeten zijn (artikel 4).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.