Samenvatting
Dit besluit van 21 december 1946 voert de artikelen 30 en 31 van de IJkwet 1937 uit. Het legt overgangstijdstippen vast en stelt de toegestane onnauwkeurigheid (meet- en weegeigenschappen) van meet- en weegwerktuigen vast.
Wat het regelt
- De tijdstippen bedoeld in de artikelen 30 en 31 van de IJkwet 1937.
- De toegestane afwijkingen van meet- en weegwerktuigen.
Voor wie geldt dit
- Gebruikers en keurders van maten, gewichten, gasmeters en meet- en weegwerktuigen onder de IJkwet 1937.
Kernpunten
- Het tijdstip van artikel 30 wordt voor maten en gewichten bepaald op 1 januari 1970 en voor gasmeters op 1 januari 1965 (artikel 1); het tijdstip van artikel 31 op 1 januari 1965 (artikel 2).
- De onjuistheid mag bij lengtemeting -2% tot +2% bedragen, bij volumemeting ten hoogste het dubbele van de bij modelkeuring toegestane afwijking, en bij oppervlaktemeting -2% tot +2% (artikel 3).
- Voor weegwerktuigen gelden de eisen van gevoeligheid, juistheid en bestendigheid op 1/3 van die van het Reglement 1939, met bijzondere regels voor automatische en kabeltrekweegwerktuigen.
- Het besluit treedt in werking op 1 januari 1947, waarbij het besluit van de Secretaris-Generaal van 5 maart 1941 vervalt (artikel 4).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.