Samenvatting
Dit besluit van 4 juli 1946 wijkt tijdelijk af van het Koninklijk besluit van 20 mei 1933 over het toezicht op de boekhouding van notarissen. Het stelt bijzondere regels vast voor de kostenstaten en de kostenomslag over de jaren 1944 en 1945.
Wat het regelt
- De opmaak van de staten van kosten van het boekhoudtoezicht over 1944 en 1945.
- De renteberekening en de opgave- en aanslagtermijnen.
Voor wie geldt dit
- Notarissen, voor de kosten van het toezicht op hun boekhoudverplichting over de jaren 1944 en 1945.
Kernpunten
- De staten van kosten worden opgemaakt vóór 1 september 1946; de rente wordt over 1944 berekend over 2,5 jaar (wisseldisconto Nederlandsche Bank per 1 juli 1944) en over 1945 over 1,5 jaar (per 1 juli 1945) (artikelen 1 en 2).
- De opgaven bedoeld in artikel 18 van het besluit van 1933 moeten vóór 1 oktober 1946 worden gedaan; notarissen worden in juli 1946 herinnerd; wie na herhaalde aanmaning niet vóór 15 oktober 1946 opgeeft, wordt ambtshalve in klasse c ingedeeld (artikel 3).
- De aanslagen over 1944 en 1945 worden zo mogelijk vóór eind november 1946 ter kennis gebracht (artikel 4); onbetaald gebleven kosten mogen in de kostenstaat over 1946 worden opgenomen (artikel 5).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.