Samenvatting
Deze wet van 14 februari 1947 geeft wettelijke voorschriften over de schrijfwijze van de Nederlandse taal. Zij stelt de officiële spelling vast als die volgens De Vries en Te Winkel, met een aantal aanpassende regels.
Wat het regelt
- De vaststelling van de officiële schrijfwijze van het Nederlands.
- De concrete spellingregels die daarbij in acht worden genomen.
- Het verplichte gebruik ervan door overheid en onderwijs.
Voor wie geldt dit
- De ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren voor in het Nederlands gestelde stukken.
- De instellingen van openbaar en van gesubsidieerd bijzonder onderwijs.
Kernpunten
- De officiële schrijfwijze is die volgens De Vries en Te Winkel, met inachtneming van elf genoemde regels (artikel 1), waaronder: de e en de o worden in open lettergrepen niet verdubbeld (met genoemde uitzonderingen), sch alleen waar de ch wordt uitgesproken, en de naamvals-n mag buiten staande uitdrukkingen worden weggelaten.
- De schrijfwijze van aardrijkskundige namen, bastaardwoorden, historische namen en tussenklanken wordt nader geregeld bij algemene maatregel van bestuur.
- De officiële schrijfwijze wordt gevolgd in alle in het Nederlands gestelde stukken van de overheid (artikel 2) en door het openbaar en gesubsidieerd bijzonder onderwijs (artikel 3).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.