Samenvatting
Deze wet van 24 april 1947 treft voorzieningen voor roerende goederen die in handen van de vijand zijn aangetroffen. Zulke goederen gaan van rechtswege in eigendom over op de Staat, met een regeling voor het herstel van oorspronkelijke rechthebbenden.
Wat het regelt
- De eigendomsovergang op de Staat van bepaalde onder de vijand aangetroffen goederen.
- Het herstel in recht van de oorspronkelijke rechthebbende onder voorwaarden.
- Het beheer van deze goederen door het Bureau Oorlogsbuit.
Voor wie geldt dit
- Oorspronkelijke rechthebbenden op roerende goederen die na 9 mei 1940 uit Nederlands bezit in handen van de vijand zijn overgegaan.
Kernpunten
- "Vijand" is elke militaire of paramilitaire organisatie van Duitsland of zijn bondgenoten; "goederen" zijn roerende goederen die na 9 mei 1940 uit Nederlands bezit in vijandelijke handen overgingen (artikel 1).
- Van rechtswege gaan in eigendom op de Staat over: door de Nederlandse strijdkrachten in bezit genomen goederen, hier te lande door de vijand voor de oorlogvoering afgezonderde goederen, en door de Geallieerden aan Nederlandse instanties overgedragen goederen (artikel 2).
- De oorspronkelijke rechthebbende die vóór inwerkingtreding de feitelijke heerschappij herkreeg, wordt van rechtswege in zijn recht hersteld, mits hij aan de Staat de ontvangen schadeloosstelling, de waardevermeerdering en de gemaakte kosten afdraagt of vergoedt (artikel 3).
- Goederen onder beheer van het Bureau Oorlogsbuit van het Ministerie van Financiën vallen onder een bijzondere regeling (artikel 4).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.