Samenvatting
Dit besluit van 2 augustus 1946 herziet de instelling van de Eerepenning voor menschlievend hulpbetoon, onder intrekking van het Koninklijk besluit van 1822. De penning beloont menslievende daden met de kenmerken van moed, beleid en zelfopoffering.
Wat het regelt
- De toekenning en de vorm van de erepenning.
- De klassen (brons, zilver, goud) en de wijze van dragen.
- De voordracht en het eventueel ontnemen van de penning.
Voor wie geldt dit
- Personen die een menslievende daad met de kenmerken van moed, beleid en zelfopoffering hebben verricht.
Kernpunten
- De penning heet Eerepenning voor menschlievend hulpbetoon en wordt door de Kroon toegekend (artikel 1); hij bestaat uit een ovale draagpenning met een totale hoogte van 6 centimeter, gedragen op de linkerborst aan een oranje-moiré lint van 3 centimeter met een rode bies (artikel 2).
- De penning wordt verleend in brons, zilver of goud, met een oorkonde die de daad vermeldt (artikel 3).
- Een voordracht wordt gedaan door de Minister van Defensie (voor militairen of burgerambtenaren van Defensie) of anders door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (artikel 4a).
- In bijzondere gevallen kan de penning tijdelijk of blijvend worden ontnomen aan wie zich niet langer waardig toont (artikel 5).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.