Samenvatting
Dit besluit van 23 januari 1948 voert artikel 32 van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 uit. Het regelt de wijze waarop de buitengewone pensioenen worden uitbetaald via de Sociale verzekeringsbank en de Stichting 1940-1945.
Wat het regelt
- De maandelijkse opgave en de betaalbaarstelling van de pensioenbedragen.
- De verantwoording van de betalingen en de bevoorschotting uit 's Rijks schatkist.
- De controle op het in leven zijn van de gepensioneerde.
Voor wie geldt dit
- Gepensioneerden aan wie een buitengewoon pensioen op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 is verleend.
- De Sociale verzekeringsbank en de Stichting 1940-1945.
Kernpunten
- In de eerste helft van elke maand zendt de Sociale verzekeringsbank aan de Stichting 1940-1945 een opgave van de uit te betalen pensioenbedragen, die de Stichting uiterlijk vóór het einde van de maand betaalbaar stelt (artikel 2).
- De Stichting zendt binnen twee maanden de stukken waaruit blijkt dat de rechthebbenden het pensioen hebben ontvangen en kwijting hebben gegeven (artikel 3).
- De benodigde gelden worden bij voorschot uit 's Rijks schatkist verstrekt en later verrekend (artikel 4).
- Op schriftelijk verzoek, en bij woonplaats buiten het Rijk in Europa, kan het pensioen rechtstreeks door de Sociale verzekeringsbank betaalbaar worden gesteld (artikel 5); de controle op het in leven zijn geschiedt op een door de Sociale verzekeringsbank te bepalen wijze (artikel 6).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.