Samenvatting
Deze wet van 23 april 1948 verklaart het algemeen nut van de naasting (verwerving) door de Staat van de aandelen in De Nederlandsche Bank N.V. en regelt die naasting. De aandelen gaan van rechtswege in volle eigendom over op de Staat, tegen een vergoeding in Nationale Schuld.
Wat het regelt
- De naasting van de aandelen in De Nederlandsche Bank N.V. door de Staat.
- De vergoeding aan de aandeelhouders via inschrijving in het Grootboek der Nationale Schuld.
- De rechten van derden op genaaste aandelen.
Voor wie geldt dit
- De houders van aandelen in het maatschappelijk kapitaal van De Nederlandsche Bank N.V. en derden met een recht op zulke aandelen.
Kernpunten
- Het algemeen nut vordert dat de aandelen door de Staat worden genaast; de Onteigeningswet is daarop niet van toepassing (artikel 1).
- De aandelen zijn vanaf de inwerkingtreding van artikel 2 genaast en in volle en vrije eigendom op de Staat overgegaan.
- De aandeelhouder ontvangt een inschrijving in het Grootboek der 2½-procents Nationale Schuld ten belope van het tweevoud van het nominale bedrag van zijn aandeel (artikel 3).
- Rechten van derden op een aandeel worden bij de inschrijving aangetekend (artikel 4); de boeking en aantekening geschieden door de directeur van de Grootboeken tegen inlevering van het aandeelbewijs, waarbij het verzoek binnen tien jaar moet zijn gedaan (artikel 5).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.