Samenvatting
Het Besluit Demobilisatievoorzieningen 1948 van 14 februari 1948 treft voorzieningen voor militairen van de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Marine die na 1 maart 1946 zijn of worden gedemobiliseerd. Het bevat definities en de reikwijdte van de regeling.
Wat het regelt
- Begripsbepalingen rond demobilisatie, maand, militair inkomen en "het Oosten".
- De kring van militairen op wie het besluit van toepassing is.
Voor wie geldt dit
- Gedemobiliseerde militairen van de Koninklijke Marine en de Koninklijke Landmacht, met de in het besluit genoemde uitzonderingen.
Kernpunten
- "Demobilisatie" is het verlenen van ontslag of groot verlof aan of het ontheffen van de werkelijke dienst van militairen; een resterend maandgedeelte van vijftien of meer dagen telt als volle maand, "zes maanden" is 180 dagen (artikel 1).
- "Het Oosten" omvat het grondgebied van het voormalige Nederlandsch-Indië en het Verre Oosten met aangrenzende zeegebieden en de Stille Oceaan (artikel 1, onder e).
- Het besluit geldt niet voor onder meer beroepspersoneel, militairen die geen of minder dan zes maanden werkelijke dienst in het Oosten hebben verricht, en militairen wier demobilisatie niet in Nederland geschiedt, telkens behoudens de uitzonderingen van artikel 13 (artikel 2).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.