Samenvatting
De Wet op de Kanselarijrechten 1948 stelt nieuwe bepalingen vast voor de heffing van kanselarijrechten, dat wil zeggen de rechten die diplomatieke en consulaire ambtenaren heffen voor de handelingen die zij voor personen verrichten. Zij bevat de definities en de grondslag voor de heffing.
Wat het regelt
- De begripsbepalingen rond de heffing van kanselarijrechten.
- De aanwijzing van de heffende ambtenaren en de maatstaven van heffing.
Voor wie geldt dit
- Personen (natuurlijke personen en rechtspersonen) ten behoeve van wie diplomatieke en consulaire ambtenaren handelingen verrichten.
- De hoofden van diplomatieke zendingen en consulaire posten en andere door de Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen ambtenaren.
Kernpunten
- De wet definieert onder meer "ambtenaren", "heffen" (berekenen en ten laste stellen), "handeling" (de dienst die de ambtenaar verricht), "belanghebbende", "gezin", "schip", "zeeman" en de eenheden "blad" (dubbel vel) en "bladzijde" (500 lettergrepen of 100 ideogrammen) (artikel 1, onder A).
- Voor de berekening van kanselarijrecht gelden vaste maatstaven zoals 500 Bruto Register Ton, een bedrag van 45,38 euro, tijdseenheden en aantallen bladen of lettergrepen; ook een lager restant wordt naar die maatstaf gerekend (artikel 1, onder B).
- De ambtenaren heffen van alle personen ten behoeve van wie zij een handeling verrichten (artikel 2).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.