Wet van 1 november 1948, tot het vaststellen van nieuwe bepalingen betreffende de heffing van Kanselarijrechten Wet op de Kanselarijrechten 1948 Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederland
en, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, de bepalingen betreffende de heffing van kanselarijrechten opnieuw vast te stellen. Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Artikel 1 A Deze wet verstaat onder:
- de ambtenaren: de hoofden van diplomatieke zendingen en consulaire posten of hun plaatsvervangers, alsmede die andere personen, welke door Onze Minister van Buitenlandse Zaken tot het heffen van kanselarijrecht zijn of worden aangewezen;
- ambtsgebied: het district of - geen district vastgesteld zijnde - het ressort of sub-ressort van de ambtenaar;
- land: het gebied van een vreemde Mogendheid of van derzelver kolonie, protectoraat of ander gewest of mandaatgebied, dan wel een deel van zodanig gebied;
- heffen: het berekenen en ten laste stellen, onverschillig of de betaling vooruit, gelijktijdig of later geschiedt;
- handeling: de dienst, welke de ambtenaar ten behoeve van een persoon verricht;
- persoon: een natuurlijk persoon, of een rechtspersoon, hetzij naar het recht van Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, hetzij naar buitenlands recht;
- belanghebbende: de persoon, te wiens behoeve de ambtenaar de handeling verricht;
- gezin: een echtpaar zonder kinderen, of een echtpaar met een of meer minderjarige kinderen, uit deszelfs huwelijk of uit een vorig huwelijk van een der echtgenoten geboren, of een vader met een of meer zijner minderjarige kinderen of stiefkinderen, of een moeder met een of meer harer minderjarige kinderen of stiefkinderen, of twee of meer minderjarige kinderen of stiefkinderen van dezelfde vader of de zelfde moeder buiten aanwezigheid hunner ouders of stiefouders;
- Nederlands onderdaan: een Nederlands onderdaan, al dan niet Nederlander, of een persoon, staande onder Onze bescherming;
- Nederlands, behorende tot het staatsverband van het Koninkrijk;
- schip: tenzij het tegendeel blijkt, een vaartuig, hoe ook genaamd, dat gerechtigd is, de Nederlandse vlag te voeren;
- zeeman: de kapitein en alle andere personen, vermeld in de monsterrol van een schip, waarop zij in dienstbetrekking zijn, alsmede de schipper en verdere bemanning van Nederlandse binnenvaartuigen, en Nederlandse onderdanen, die op een buitenlands schip in dienstbetrekking zijn, of die de ambtenaar aannemelijk maken, dat zij van de zee- of binnenvaart of van de visserij hun beroep maken;
- proces verbaal: een verslag, dat de ambtenaar opmaakt, dateert, ondertekent en in zijn archief bewaart, doch waarvan hij afschrift geven kan;
- blad: een dubbel vel papier;
- bladzijde: 500 lettergrepen of 100 ideogrammen. B Waar deze wet voor de berekening van kanselarijrecht de maatstaf aanlegt van 500 Bruto Register Ton € 45,38 een uur of een half uur een maand een jaar of een halfjaar een bladzijde bladen, verstaat zij hieronder mede een aantal Bruto Register Ton, een bedrag, een tijdsverloop, een aantal lettergrepen of ideogrammen of een aantal bladen, dat beneden deze maatstaf blijft of na toepassing daarvan alsnog overschiet. Artikel 2 A De ambtenaren, bedoeld in art. 1, heffen van alle personen, te wier behoeve zij een handeling verrichten, in deze wet genoemd, het kanselarijrecht, daarvoor bij deze wet bepaald. B Zij laten de heffing van dat recht na, wanneer deze wet zulks voorschrijft, en kunnen de heffing nalaten, wanneer deze wet zulks veroorlooft. C Zij heffen geen kanselarijrecht met betrekking tot handelingen, waarvoor door of ingevolge deze wet geen recht bepaald wordt. D Is de ambtenaar belast met de algemene behartiging der belangen van een ander land, zo is deze wet toepasselijk op de handelingen, uit die behartiging voortvloeiende, en zullen, onverminderd de verhoging, bedoeld bij artikel 8, de woorden Nederlands en Nederlands onderdaan, voorkomende in deze wet, geacht worden, ter zake van die handelingen te zijn vervangen door overeenkomstige woorden betreffende dat land. E Is de ambtenaar echter belast met het beheer van een bestaande diplomatieke zending, consulaire post of ander bestaand kantoor van een ander land, zo past hij op de handelingen, uit dat beheer voortvloeiende, de voorschriften toe, welke dat land met betrekking tot kanselarijrechten mocht geven of gegeven hebben, en zal Onze Minister van Buitenlandse Zaken bepalen, welke de bestemming zal zijn van de gelden, die de ambtenaar uit dezen hoofde heft. F Onze Minister van Buitenlandse Zaken is bevoegd, overeenkomstig de bepalingen dezer wet voor handelingen, in deze wet genoemd, die te zijnen departemente verricht worden, het recht te heffen, daarvoor bij deze wet bepaald, tenzij er voor die handelingen, indien te zijnen departemente verricht, een ander recht is of zal worden vastgesteld, onder welke benaming ook. G Wij behouden Ons de bevoegdheid voor, een kanselarijrecht in te stellen voor een handeling, niet in deze wet genoemd. Daarop zijn de bepalingen dezer wet van toepassing. H Wij behouden Ons de bevoegdheid voor, bij gebleken noodzaak het bedrag van een kanselarijrecht, bij deze wet bepaald, te verlagen. Artikel 3 A Wij behouden Ons de bevoegdheid voor, te bepalen, dat de ambtenaren ten laste van belanghebbenden tot een bepaald land behorende, voor één of meer handelingen, in stede van het kanselarijrecht, daarvoor bij deze wet bepaald, een kanselarijrecht heffen, gelijk aan dat, hetwelk de ambtenaren van dat land voor die handelingen aan Nederlandse onderdanen in rekening brengen. B Wij behouden Ons de bevoegdheid voor, met vreemde Mogendheden overeenkomsten aan te gaan, waardoor bepaalde kanselarijrechten, bij deze wet bepaald, ten behoeve van belanghebbenden, tot het staatsverband dier Mogendheden behorende, worden opgeheven of gewijzigd. Artikel 4 De ambtenaar heft geen kanselarijrecht voor handelingen: A. ten behoeve van burgerlijke of militaire instanties van het Koninkrijk der Nederlanden of deszelfs staatsrechtelijke of administratieve onderdelen; B. ten behoeve van buitenlandse autoriteiten, wanneer hij meent, van de heffing van kanselarijrecht te moeten afzien; C. ten behoeve van leden van het personeel binnen en buiten ’s lands, ressorterende onder Onze Minister van Buitenlandse Zaken, al dan niet verbonden aan een diplomatieke zending of consulaire post, doch alleen, wanneer de handelingen verricht worden ten behoeve van de vervulling der ambtelijke taak van die leden van het personeel; D. ten behoeve van natuurlijke personen, die hem hun onvermogen aannemelijk maken; E. in verband met de dienstplicht dan wel met vrijwillige dienstneming bij enig onderdeel der strijdkrachten van het Koninkrijk; F. ten behoeve van hulp-acties of instellingen van weldadigheid, wanneer de ambtenaar meent, van de heffing van kanselarijrecht te moeten afzien. Artikel 5 A Bij uitzondering kan de ambtenaar het bedrag van het kanselarijrecht, met inbegrip van de opslag, waarmede dit in voorkomende gevallen ingevolge een of meer der artikelen 6, 7, 8 en 10 verhoogd is, verminderen met de helft, indien belanghebbende weliswaar niet zijn onvermogen aannemelijk maakt, maar het voor deze naar het oordeel van de ambtenaar nochtans te bezwarend zou zijn, het recht onverminderd te voldoen. B Dit artikel is niet van toepassing op het kanselarijrecht, voorzien bij artikel
- Artikel 6 Wanneer de ambtenaar ten verzoeke van een persoon of in diens welbegrepen belang een handeling verricht: A. tussen de uren, voor elke diplomatieke zending of consulaire post door Onze Minister van Buitenlandse Zaken te bepalen; B. op Zondag; C. op feest- en rouwdagen, voor elke diplomatieke zending of consulaire post door Onze Minister van Buitenlandse Zaken aan te wijzen, verhoogt hij het kanselarijrecht met 50 %, met dien verstande dat dit artikel niet van toepassing is op I. Mekkagangers, die Nederlands onderdaan zijn; II. handelingen, die vóór het begin der sub A. bedoelde uren zijn aangevangen en niet langer dan een half uur na dit begin voortduren; III. de tariefposten, waarbij deze wet vermeldt, dat zij voor verhoging ingevolge dit artikel niet vatbaar zijn, doch voorts met dien verstande, dat die verhoging toepasselijk is op de maxima en minima, bij deze wet bepaald. Artikel 7 A Wanneer de ambtenaar ten verzoeke van een persoon of in diens welbegrepen belang een handeling verricht buiten zijn kanselarij, verhoogt hij het kanselarijrecht met 50 %, met dien verstande, dat de verhoging niet toepasselijk is op posten, waarbij deze wet vermeldt, dat zij voor verhoging ingevolge dit artikel niet vatbaar zijn. B De verhoging, bedoeld sub A, is toepasselijk op de maxima en minima, bij deze wet bepaald. C Bij de berekening van kanselarijrecht per uur of half uur voor een handeling, buiten de kanselarij verricht, komt alleen de duur der handeling zelf in aanmerking, met dien verstande, dat de gehele duur der afwezigheid in aanmerking komt, wanneer de tocht heen en terug op de kortst mogelijke route en zonder onnodig oponthoud langer dan een uur duurt. Artikel 8 Heeft de ambtenaar niet de overtuiging, dat belanghebbende Nederlands onderdaan is, zo verhoogt hij het kanselarijrecht met 50 %, met dien verstande, dat deze bepaling niet van toepassing is op de rechten, voorzien bij de artikelen 3 en 17, noch op de posten, waarbij deze wet vermeldt, dat zij voor verhoging ingevolge dit artikel niet vatbaar zijn. Artikel 9 De verhogingen, voorzien bij de artikelen 6, 7 en 8, zijn niet van elkander te berekenen. Artikel 10 Met ingang van een jaar na het in werking treden dezer wet verdubbelt de ambtenaar voor een handeling ten behoeve van een Nederlands onderdaan, buiten het Koninkrijk verblijvende, zolang deze zich niet na verloop van dertien weken, te rekenen van zijn aankomst in het ambtsgebied, of van een jaar na het in werking treden dezer wet, persoonlijk of schriftelijk voor inschrijving bij de ambtenaar heeft aangemeld, het kanselarijrecht, dat belanghebbende verschuldigd mocht zijn, in voorkomende gevallen na verhoging ingevolge de artikelen 6 en
- Artikel 11 A Onze Minister van Buitenlandse Zaken is bevoegd, coëfficiënten vast te stellen of opnieuw vast te stellen, waarmede de ambtenaren in landen, door hem aan te duiden, hetzij alle kanselarijrechten vermenigvuldigen, hetzij die, welke Onze Minister hiervoor in aanmerking brengen zal. B De coëfficiënten zijn niet toepasselijk op kanselarijrechten, geheven ingevolge de artikelen 3 en 17, noch, wanneer zij verhoging betekenen, op tariefposten, waarbij deze wet zulks vermeldt. C Het coëfficiënt geldt mede voor de maxima en minima, bij deze wet bepaald. D De artikelen 5, 6, 7, 8 en 10 hebben betrekking op kanselarijrechten, waarop het coëfficiënt is toegepast. Artikel 12 A De kanselarijrechten worden verevend in de munt van de plaats, waar zij worden betaald. Indien de omstandigheden in een bepaald land hem daartoe aanleiding geven, is Onze Minister van Buitenlandse Zaken bevoegd te bepalen dat in dat land de kanselarijrechten worden verevend in een andere dan de hiervoor bedoelde munt. B De herleiding in buitenlandse munt van kanselarijrechten, die niet in euro worden betaald, geschiedt naar de koers, door Ons met de betrokken vreemde mogendheid overeengekomen, of, indien zulks niet geschied is, naar de koers van de dag, waarop de heffing plaats vindt. C Ter verantwoording van kanselarijrechten, in buitenlandse munt geheven ingevolge de artikelen 3 en 17 of als een percentage van een bedrag, geschiedt de herleiding in euro naar de koers, bedoeld sub B. D Onze Minister van Buitenlandse Zaken is bevoegd, regelen te stellen voor afronding der koersen, sub B. en C. bedoeld. E Bij gebreke ener algemeen erkende notering, waaruit de koers van de dag zou kunnen blijken, bepaalt Onze Minister van Buitenlandse Zaken de koers voor het herleiden van kanselarijrechten telkens wanneer hij aanleiding daartoe aanwezig acht. Artikel 13 A De honoraire consulaire ambtenaren heffen de kanselarijrechten te eigen bate tot een bedrag van € 2 722,68 per kalenderjaar behoudens bevoegdheid van Onze Minister van Buitenlandse Zaken, om voor een bepaalde standplaats dit bedrag hoger of lager te stellen. Hetgeen de honoraire consulaire ambtenaren gedurende het kalenderjaar boven het hun toekomende bedrag geheven hebben, verantwoorden zij aan ’s Rijks schatkist. B De overige ambtenaren verantwoorden alle kanselarijrechten, door hen geheven, aan ’s Rijks schatkist. C Het coëfficiënt, voorzien bij artikel 11, is toepasselijk op het bedrag, bedoeld in lid A. D Onze Minister van Buitenlandse Zaken is bevoegd, regelen vast te stellen, naar welke op een standplaats, waar zowel een beroepsambtenaar als een honorair consulair ambtenaar gevestigd is, de kanselarijrechten geheel of ten dele ten bate van laatstgenoemde komen. E Onze Minister van Buitenlandse Zaken is bevoegd, te bepalen, dat zekere handelingen, in deze wet genoemd, alleen door beroepsambtenaren kunnen worden verricht, en desgewenst regelen te stellen, volgens welke niettemin het kanselarijrecht, aan die handelingen verbonden, geheel of gedeeltelijk ten bate komt van de honoraire consulaire ambtenaar, binnen wiens ambtsgebied de handeling is aangevraagd, of belanghebbende woont of zich bevindt. Artikel 14 A De ambtenaar kan aan belanghebbende, zo mogelijk na ruggespraak met hem, de noodzakelijke onkosten in rekening stellen, welke hij voor het verrichten van een handeling maakt, ook indien hij de handeling niet voltooit of om andere reden geen kanselarijrecht heft. B De ambtenaar kan aan belanghebbende de schade, niet door verzekering gedekt, in rekening stellen, welke hij door het verrichten van een handeling mocht lijden, ook indien hij de handeling niet voltooit of om andere reden geen kanselarijrecht heft. Artikel 15 A De ambtenaar kan vooruitbetaling van kanselarijrecht vorderen en voorschot verlangen voor de onkosten, bedoeld bij artikel
- B Op stukken, die hij tegen betaling van kanselarijrecht afgeeft, aftekent of afstempelt, vermeldt hij het bedrag in euro en buitenlandse munt van de kanselarijrechten, daarvoor door hem geheven, alsmede de artikelen of tariefposten dezer wet, waarnaar hij ze berekend heeft, de omrekeningskoers en de nummers, waaronder de handelingen in zijn register voorkomen. C Hij verstrekt belanghebbende op diens verzoek een gedetailleerde kwijting, door hem ondertekend, hetzij voor het geheven kanselarijrecht, alsmede onkosten en schade, ingevolge artikel 14 aan belanghebbende in rekening gesteld, hetzij voor het bedrag, dat hij ingevolge lid A. als vooruitbetaling of voorschot heeft ontvangen. D Geschiedt het afgeven, aftekenen of afstempelen van een stuk kosteloos, zo stelt hij daarop het woord "gratis" met vermelding van het artikel of de tariefpost, op grond waarvan hij de handeling kosteloos verricht heeft. Artikel 16 A Twijfelt de ambtenaar, welk artikel of welke tariefpost dezer wet op een handeling betrekking heeft, zo past hij die artikelen en tariefposten toe, waarbij het laagste recht voorzien is, doch staat het hem vrij, desgewenst onder toepassing van artikel 15, lid A, de beslissing van Onze Minister van Buitenlandse Zaken in te roepen. Beslist deze, dat belanghebbende te weinig heeft betaald, dan is deze gehouden, het verschuldigde aan te zuiveren. B Meent belanghebbende, dat de ambtenaar hem ten onrechte of te veel kanselarijrecht, onkosten of schade heeft in rekening gebracht, kan hij daartegen beroep in stellen bij Onze Minister van Buitenlandse Zaken. Beslist deze, dat belanghebbende ten onrechte of te veel betaald heeft, zo wordt hem het niet verschuldigde terug betaald. Artikel 17 1 Wij behouden Ons de bevoegdheid voor, regelen vast te stellen, krachtens welke de ambtenaar A. ten laste van een schip, dat de vlag voert van het land, waar hij gevestigd is, en dat uit zijn ambtsgebied naar Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba vertrekt, als kanselarijrecht de tegenwaarde heft van het bedrag in euro of andere munt, dat door een vertegenwoordiger van het land, welks vlag het schip voert, geheven zou worden, uit welken hoofde ook, van een Nederlands schip, dat onder gelijke omstandigheden uit een Nederlandse haven naar dat land vertrok; B. ten laste van een buitenlands schip, dat niet de vlag voert van het land, waar hij gevestigd is, en dat uit zijn ambtsgebied naar Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba vertrekt, als kanselarijrecht het bedrag heft, dat in de ter plaatse geldige of andere munt door een vertegenwoordiger van het land, welks vlag het schip voert, geheven zou worden, uit welken hoofde ook, van een Nederlands schip, dat onder gelijke omstandigheden naar dat land vertrok. 2 Onder buitenlandse schepen in de zin van dit artikel zijn niet te verstaan schepen, varende onder vreemde vlag, welke door een Nederlandse ondernemer zijn gehuurd of voor bepaalde tijd zijn bevracht. Artikel 18 De ambtenaar heft als kanselarijrecht: Post
- Voor de expeditie van een schip (waaronder te verstaan is het nazien, aftekenen, registreren en bewaren van de scheepspapieren en de in- en uitklaring op plaatsen, waar de ambtenaar deze verricht), behalve wanneer de reis rechtstreeks heeft plaats gehad tussen een Nederlandse haven en een buitenlandse haven op de Schelde, de Maas, de Rijn of de Eems, op de zijwateren dezer rivieren of op de kanalen tussen Nederland en andere landen op het vasteland van Europa, dan wel tussen zodanige buitenlandse havens, per 500 Bruto Register Ton per reis ...... € 1,13 met dien verstande A. dat een schip in dezelfde haven gedurende één kalenderjaar niet meer dan tien maal het recht voor expeditie verschuldigd is, onverminderd de verplichting van de kapitein, om de ambtenaar scheepspapieren te vertonen in gevallen, waarin de wet dit voor schrijft; B. dat de ambtenaar het recht voor een sleep berekent naar het hoogste totaal, inkomend of uitgaand, van de inhoud der Nederlandse schepen, waaruit zij bestaat, met inbegrip van Nederlandse sleepboten. ten laste van een schip van minder dan minstens 500 B.R.T. Post
- Voor handelingen in verband met de uitreiking van een getuigschrift betreffende inbeiteling of aanbrenging op een schip of binnenvaartuig van de merken, bedoeld bij art. 8
(1)van Ons Besluit van 28 December 1925 (Staatsblad No. 518), boven de rechten, voorzien bij Ons Besluit van 31 juli 1926 (Staatsblad No. 289), per uur € 4,54 € 9,08 Het recht, bij deze post voorzien, is niet vatbaar voor verhoging ingevolge artikel
- Post
- Indien hij is aangewezen als zijnde bevoegd tot het afgeven of vernieuwen van tijdelijke vergunningen tot het voeren van de Nederlandse vlag, gelijk bedoeld bij artikel 13 der Zeebrievenwet 1926 (Staatblad No. 178), Voor een afgifte of vernieuwing € 4,54 € 9,08 Post
- Voor het stellen op een zeebrief van een aantekening betreffende inhoudsverandering of verbouwing van het schip € 4,54 € 9,08 Post
- Voor de inzending van een vervallen zeebrief of van een buitengewone zeebrief of voor bemiddeling tot het bekomen van een nieuwe zeebrief of een voorlopige zeebrief of tot het verkrijgen van een verlenging van een zeebrief, een voorlopige zeebrief of een buitengewone zeebrief € 2,27 € 4,54 Post
- Voor ambtelijke aanhechting aan een zeebrief van een blad van een afmeting der daarin aanwezige vervolgbladen € 0,45 € 0,91 Post
- Voor het opmaken en afgeven van een verklaring, inhoudende dat een schip niet meer gerechtigd is, de Nederlandse vlag te voeren, of voor werkzaamheden, verband houdende met de verkoop van een schip en niet elders bij deze Wet voorzien, per uur € 6,81 € 9,08 Post
- Voor het aftekenen van een scheepsdagboek, wanneer het recht, bij post 1 voorzien, niet of ingevolge de bepaling sub A. van die post niet meer, verschuldigd is € 1,13 € 2,27 Post
- Voor het nummeren en waarmerken der bladen van een scheepsdagboek per 50 bladen € 1,13 € 2,27 Post
- Voor bemiddeling tot het verkrijgen van een certificaat voor een schip, dan wel van bericht, dat dit afgegeven is, en in het laatste geval mede voor het afgeven van een desbetreffende verklaring € 2,27 € 4,54 Post
- Voor bemiddeling tot het bewerkstelligen van keuring der draadloze installatie van een schip of het verkrijgen van een radio-veiligheids-certificaat € 2,27 € 4,54 Post
- Voor het verlengen van een certificaat voor een schip € 2,27 € 4,54 Post
- Voor het afgeven of aftekenen van een gezondheidspas voor een Nederlands schip € 1,13 € 2,27 Post
- Voor het afgeven of aftekenen van een gezondheidspas voor een buitenlands schip € 4,54 € 9,08 Het recht, bij deze post voorzien, is niet vatbaar voor verhoging ingevolge artikel 8, en wordt niet afzonderlijk berekend, wanneer artikel 17 toepassing vindt. Post
- Voor bemiddeling tot het bekomen van afwijking of vrijstelling, als bedoeld bij artikel 11 der Wet op de Zeevaartdiploma's 1935 (Staatsblad No. 456) of bij artikel 9 der Wet op de Zeevisvaart-diploma's 1935 (Staatsblad No. 455) dan wel bij overeenkomstige bepalingen in de wetgeving van de Nederlandse Antillen of Aruba, alsmede voor het afgeven van een desbetreffende verklaring, per persoon € 1,13 € 2,27 Post
- Voor het afgeven van een verklaring betreffende het aantal of de hoedanigheid der opvarenden van een schip, behalve wanneer de behandeling inbegrepen is in die, waarin post 37 voorziet, € 2,27 € 4,54 Post
- Voor het opmaken van een monsterrol in tweevoud 500 B.R.T. € 1,13 € 2,27 met dien verstande, dat het recht, bij deze post voorzien, per bladzijde te heffen is, indien de monsterrol geschreven moet worden. Post
- Voor veranderiug of aanvulling van de tekst van een monsterrol per bladzijde € 0,91 € 1,82 Post
- Voor ambtelijke toevoeging aan een monsterrol van een inlegvel in tweevoud, per bladzijde € 0,45 € 0,91 Post
- Voor het aanbrengeu op de monsterrol van een aantekening betreffende vervanging van de kapitein en voor verdere handelingen, die hiermede in verband mochten staan, € 1,13 € 2,27 Post
- Voor aanmonstering of bijmonstering met inbegrip van het paraferen der beide exemplaren van de arbeidsovereenkomst, dan wel voor afmonstering of afschrijving op de monsterrol, om welke reden ook, en het voor gezien tekenen, desverlangd, van een aantekening betreffende het eindigen van de dienst aan boord op de monsterrol en het monsterboekje of een van beide per persoon € 0,91 Post
- Voor het verlenen der vergunning, bedoeld in artikel 87, lid 4, van het Schepenbesluit 1932 (Staatsblad No. 563), per persoon € 0,45 Post
- Voor het afgeven van een monsterboekje of voorlopig monsterboekje ten laste van de schepeling € 0,68 Het recht, bij deze post voorzien, is niet vatbaar voor verhoging ingevolge de artikelen 7, 8 en
- Post
- Voor het verlenen der toestemming, bedoeld bij artikel 394-bis, lid 2, van het Wetboek van Strafrecht of bij overeenkomstige bepalingen in het strafrecht van de Nederlandse Antillen of Aruba, alsmede voor het afgeven van een desbetreffende verklaring per persoon € 1,13 Post
- Voor bemiddeling tot het terugbrengen op een schip van een schepeling, die zich aan zijn verbintenis tot dienst aan boord van dat schip onttrekt, ten laste van de schepeling € 2,27 Post
- Voor het afgeven van een verklaring, dat de ambtenaar geen beletsel bekend is tegen het aanmonsteren van een persoon, te diens laste € 0,23 Het recht, bij deze post voorzien, is niet vatbaar voor verhoging ingevolge artikel
- Post
- Voor het afgeven van een gewaarmerkt uittreksel uit het monsterings-register, of van een verklaring, inhoudende, dat een persoon tot de bemanning van een schip behoort of behoord heeft, per persoon € 0,23 Het recht, bij deze post voorzien, is niet vatbaar voor verhoging ingevolge artikel
- Post
- Voor het afgeven van een stuk, dat een zeeman in staat stelt, aan wal te gaan, of voor stappen bij een buitenlandse instantie, om hem daartoe in staat te stellen, ten laste van het schip, indien hij daarop in dienstbetrekking is; anders te zijnen laste ......€ 0,23 Het recht, bij deze post voorzien, is niet vatbaar voor verhoging ingevolge artikel
- Post
- Voor het opnemen van een scheepsverklaring, als voorzien bij artikel 353, lid 1, van het Wetboek van Koophandel, per uur € 6,81 alsmede per bladzijde € 0,91 Post
- Voor het opnemen van een voorlopige scheepsverklaring, als voorzien bij artikel 353, lid 2, van het Wetboek van Koophandel, per uur € 2,27 alsmede per bladzijde € 0,91 Post
- Voor het opnemen van een volledige scheepsverklaring, al dan niet aansluitende op een voorlopige, per uur € 6,81 alsmede per bladzijde € 0,91 Post
- Voor het opnemen van een scheepsverklaring ingevolge de wetgeving van de Nederlandse Antillen of Aruba A. indien het een voorlopige verklaring is per uur € 2,27 alsmede per bladzijde € 0,91 Het recht, bij deze post voorzien, is niet vatbaar voor verhoging ingevolge de artikelen 7 en
- Post
- Voor het afgeven of aftekenen van een gezondheidsverklaring voor een Nederlands luchtvaartuig ...... € 2,27 Post
- Voor het afgeven of aftekenen van een gezondheidsverklaring voor een buitenlands luchtvaartuig ...... € 9,08 Het recht, bij deze post voorzien, is niet vatbaar voor verhoging ingevolge artikel
- Post
- Voor medewerking tot het redden of bergen van een luchtvaartuig of deszelfs uitrusting, lading of opvarenden, of voor de zorg voor wrakgoed per uur € 6,81 Het recht, bij deze post voorzien, is niet vatbaar voor verhoging ingevolge artikel
- Post
- Voor het bewerkstelligen van een minnelijke schikking, of het beslechten van een geschil als scheidsman, dan wel voor het doen van uitspraak ingevolge artikel 6 sub 1 of 2 der Consulaire Wet 1871 (Staatsblad No. 91) ten laste der verliezende partij of - zo deze niet is aan te wijzen - bij gelijke delen ten laste van alle partijen per uur € 4,54 Post 52 Voor het opmaken van het desbetreffende proces verbaal ten laste als voren per bladzijde € 2,27 Post
- Voor een aanvrage tot betekening van een stuk, gelijk die voorzien is bij artikel 1 van het Verdrag betreffende de Burgerlijke Rechtsvordering (Staatsblad 1909 No. 120), nihil Post
- Voor het betekenen van een stuk in een burgerlijke zaak of voor de eenvoudige uitreiking daarvan, alsmede voor het verstrekken van een desbetreffend bewijs dan wel van de verklaring, dat de betekening of uitreiking niet bewerkstelligd kon worden, een en ander tenzij wet of verdrag anders bepaalt, ...... € 2,27 Post
- Voor het uitreiken tegen ontvangbewijs van een stuk, niet elders in deze wet genoemd, of het afgeven van een verklaring, dat de uitreiking niet bewerkstelligd kon worden, ...... € 2,27 Post
- Voor het overmaken van een rogatoire commissie ingevolge artikel 9 van het Verdrag betreffende de Burgerlijke Rechtsvordering (Staatsblad 1909, No. 120) ...... nihil Post
- Overigens voor het overmaken van een rogatoire commissie, tenzij wet of verdrag anders bepaalt, ...... € 2,27 Post
- Voor het beëdigen van een persoon of het ontvangen der belofte of verklaring, aan de eed gelijk gesteld, alsmede voor het opmaken van een desbetreffend proces verbaal ...... € 2,27 Post
- Voor het horen of ondervragen van een getuige of deskundige in een burgerlijke zaak op last van de rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba per uur € 2,27 Post
- Voor het opmaken van het desbetreffend proces-verbaal per bladzijde € 2,27 Post
- Voor het bijwonen van een terechtzitting of ambtelijk onderzoek A. ten behoeve van een zeeman ...... nihil II. over het meerdere tot en met € 4537,80...... % III. over het meerdere tot en met € 11 344,51 ...... ½ % IV. over het meerdere ...... % II. over het meerdere tot en met € 4537,80 ...... 4 o/oo. III. over het meerdere tot en met € 13 613,41 ...... 3 o/oo. IV. over het meerdere tot en met € 22 689,01 ...... 2 o/oo. V. over het meerdere tot en met € 45 378,02 ...... 1 o/oo. VI. over het meerdere ...... ½ o/oo doch niet minder dan ...... € 0,45 noch meer dan ...... € 113,45 De rechten, bij deze post voorzien, zijn niet vatbaar voor verhoging ingevolge de artikelen 8 en
- Post
- Voor het afgeven van een transitopas of bemoeiingen ter zake daarvan ...... € 1,13 Post
- Voor bemoeiingen tot het verkrijgen van verlof, om goederen in te voeren, door te voeren, uit te voeren, te bezitten, te bewaren, te vervaardigen of te verhandelen, per uur € 2,27 Post
- Voor het afgeven of legaliseren van een certificaat van oorsprong de rechten, voorzien bij post
- De rechten, bij deze post voorzien, zijn niet vatbaar voor verhoging ingevolge de artikelen 6, 8 en
- Post
- Voor het opmaken en afgeven van een verklaring, of voor andere bemoeiingen, strekkende tot het verkrijgen van vermindering, vrijstelling of restitutie van invoerrecht of andere heffingen, van welke aard ook, voor zover de handeling niet voorzien is bij post 186, 187 of 188, A. ten behoeve van een zeeman ...... nihil II. overigens ...... 2 % doch niet minder dan ...... € 0,23 Artikel 19 De ambtenaar, ingevolge artikel 1 der Consulaire Wet 1871 (Staatsblad No. 91) aangewezen als ten volle of ten dele bezittende de bevoegdheid tot het opmaken van akten van de burgerlijke stand, heft uit hoofde van die bevoegdheid als kanselarijrecht Post
- Voor het inschrijven van de akte betreffende de geboorte van een wettig kind, of van een onwettig kind met of zonder gelijktijdige erkenning ...... nihil Post
- Voor het inschrijven van het procesverbaal betreffende het vinden van een pas geboren kind ...... nihil Post
- Voor het inschrijven van de akte, houdende verklaring betreffende een pas geboren kind, dat overleden is, ...... nihil Post
- Voor het inschrijven van de akte betreffende de erkenning van een onwettig kind zonder gelijktijdige geboorte-inschrijving ...... € 0,91 Post
- Voor het inschrijven van een akte van overlijden, mitsgaders het toezenden van een uittreksel daarvan aan de ambtenaar van de burgerlijke stand der laatstbekende woonplaats van de overledene ...... nihil Post
- Voor het inschrijven van de akte, houdende toestemming tot een voorgenomen huwelijk, ...... € 1,36 Post
- Voor het inschrijven van een akte van huwelijks-aangifte ...... nihil Post
- Voor de afkondiging van een voorgenomen huwelijk ...... € 2,27 Post
- Voor een mededeling tot het doen der huwelijksafkondiging elders dan ter standplaats van de ambtenaar ...... € 1,36 Post
- Voor het aanbrengen van een kantmelding betreffende stuiting van een voorgenomen huwelijk of betreffende opheffing of intrekking van zodanige stuiting ...... nihil Post
- Voor het afgeven van de verklaring, inhoudende, dat de afkondiging van een voorgenomen huwelijk zonder stuiting is verlopen, of dat de stuiting opgeheven of ingetrokken is, ...... € 1,36 Post
- Voor het opnemen van de beëdigde verklaring, inhoudende, dat een aanstaand echtgenoot zich een akte van geboorte of overlijden of een akte van bekendheid niet kan verschaffen, ...... € 2,27 Post
- Voor het inschrijven van een akte van huwelijk ...... € 4,54 Post
- Voor het inschrijven van een vonnis van huwelijksontbinding, mitsgaders in voorkomend geval aantekening daarvan ter zijde van de huwelijksakte ...... nihil Post
- Voor het inschrijven van een vonnis, bevelende aanvulling of verbetering van het register van de burgerlijke stand, mitsgaders de aantekening ter zijde van de te verbeteren akte ...... nihil Post
- Voor het afgeven van een gewaarmerkt uittreksel of afschrift uit het register van de burgerlijke stand betreffende de inschrijving, voorzien bij: A. post 251, ......€ 1,36 B. post 252, ...... € 1,36 C. post 253, ...... € 1,36 D. post 254, ...... € 1,36 E. post 255, ......€ 1,36 F. post 256, ...... € 1,36 G. post 263, ......€ 2,27 H. post 264, ...... € 2,27 Artikel 20 De ambtenaar, ingevolge artikel 1 der Consulaire Wet 1871 (Staatsblad No. 91) aangewezen als ten volle of ten dele bezittende de bevoegdheid tot de verrichtingen, de notaris bij de Nederlandse wetten opgedragen, heft uit hoofde van die bevoegdheid als kanselarijrecht, met uitsluiting van andere kanselarijrechten, bij deze wet voorzien: Post
- Voor een akte van huwelijkstoestemming ...... € 1,36 Post
- Voor een akte van huwelijksvolmacht, als bedoeld bij artikel 134 van het Burgerlijk Wetboek, ......€ 11,34 Post
- Voor een akte van lastgeving tot het aangaan van huwelijksvoorwaarden ...... € 6,81 Post
- Voor een akte van lastgeving tot het aangeven van een geboorte of overlijden ...... € 1,13 Post
- Voor een akte van lastgeving tot het erkennen van een onwettig kind ......€ 1,13 Post
- Overigens voor een akte, waarvan de uitgifte in originali plaats heeft, per bladzijde € 4,54 Post
- Bij gelijktijdige uitgifte van meer dan één exemplaar van een akte in originali, voor elk dubbel per bladzijde € 1,82 Post
- Voor een akte van huwelijksvoorwaarden per bladzijde € 6,81 Post
- Voor een akte van uiterste wilsbeschikkingen of van bewaarneming van een olographisch of geheim testament per bladzijde € 6,81 Post
- Voor een akte van erkenning van een onwettig kind ...... € 0,91 Post
- Voor een akte van scheepsverklaring per uur € 6,81 alsmede per bladzijde € 0,91 Post
- Voor een akte van schenking: A. naar de waarde der schenking, indien bekend, te berekenen of te schatten I. over de eerste € 907,56 ...... € 9,08 II. over het meerdere tot en met € 2 268,90 ...... 1 % III. over het meerdere tot en met € 4 537,80 ...... 3/4 % IV. over het meerdere tot en met € 13 613,41 ...... ½ % V. over het meerdere tot en met € 45 378,02 ...... % VI. over het meerdere ...... 2 o/oo. B. indien de waarde niet bekend, te berekenen of te schatten is, per bladzijde € 6,81 De rechten, bij deze post sub A voorzien, zijn niet vatbaar voor verhoging ingevolge artikel
- Post
- Overigens voor een akte, die in minute wordt opgemaakt, per bladzijde € 3,63 Post
- Voor het opstellen van een ontwerp voor een akte, voorzien bij post 276, 278, 279, 282 of 283, per half uur € 1,36 Post
- Voor openbare verkoop of veiling, van de toegewezen prijs I. over de eerste € 1361,34 ...... 1 % II. over het meerdere tot en met € 4537,80 ...... 3/4 % III. over het meerdere tot en met € 11 344,51 ...... ½ % IV. over het meerdere ...... % Het recht, bij deze post voorzien, is niet vatbaar voor verhoging ingevolge de artikelen 7 en
- Post
- Voor openbare verhuring of verpachting: A. van de huur of pacht over het eerste en tweede jaar ...... ½ % Artikel 21 Elke getuige bij een handeling, voorzien bij art. 20, ontvangt van belanghebbende door tussenkomst van de ambtenaar een toelage van € 0,45per uur, alsmede tot vergoeding van zijn onkosten en tijdverzuim een redelijke som, ter beoordeling van de ambtenaar. Artikel 22 De ambtenaar, ingevolge artikel 1 of artikel 6a der Consulaire Wet 1871 (Staatsblad No. 91) aangewezen als ten volle of ten dele bezittende de bevoegdheid tot het verrichten van buitengerechtelijke handelingen, heft uit hoofde dier bevoegdheid als kanselarijrecht: Post
- Voor tussenkomst, voorzien bij de artikelen 99 tot en met 104 van het Burgerlijk Wetboek ...... nihil Post
- Voor andere buitengerechtelijke handelingen, tenzij wet of verdrag anders bepaalt, per half uur € 1,13 Artikel 23 Bij het in werking treden van deze Wet, van eventuele wetten tot wijziging van deze Wet, van Koninklijke besluiten die op grond van deze Wet worden vastgesteld, en van beschikkingen van Onze Minister van Buitenlandse Zaken die gebaseerd zijn op deze Wet, blijft het bepaalde in artikel 32 van de Consulaire Wet (Wet van 25 Julij 1871, Staatsblad 91) buiten toepassing. Artikel 24 Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Wet op de Kanselarijrechten", met vermelding van het jaar en het nummer van het Staatsblad, waarin zij geplaatst is. Zij treedt in werking op een nader door Ons te bepalen tijdstip. Alsdan vervallen de Wet op de Kanselarijrechten 1918 (Staatsblad No. 376), gelijk deze gewijzigd is bij de wetten van 22 November 1918 (Staatsblad No. 603), 6 Februari 1922 (Staatsblad No. 52), 23 Juni 1927 (Staatsblad No. 187), 6 April 1933 (Staatsblad No. 139) en 14 Juni 1934 (Staatsblad No. 315), alsmede lid 3 en lid 4 van artikel 17 der Consulaire wet 1871 ((Staatsblad No. 91) en de Koninklijke besluiten van 9 Maart 1875 (Staatsblad No. 26), 3 Maart 1905 (Staatsblad No. 88), 18 Augustus 1911 (Staatsblad No. 284) en 18 Mei 1933 (Staatsblad No. 285). Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven ten Paleize Soestdijk 1 November 1948 JULIANA. De Minister van Buitenlandse Zaken a.i., W. DREES. de zevende December
- De Minister van Justitie, WIJERS.