Samenvatting
De Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 van 22 augustus 1947 voert een buitengewoon pensioen in voor deelnemers aan het verzet tijdens de bezetting en voor hun nagelaten betrekkingen. Zij bepaalt wie als verzetsdeelnemer geldt en onder welke voorwaarden het pensioen wordt verleend.
Wat het regelt
- Het recht op buitengewoon pensioen voor deelnemers aan het verzet en hun nagelaten betrekkingen.
- De begripsbepalingen en de gelijkstelling van geregistreerd partnerschap.
- De uitsluiting van onwaardig gedragen personen.
Voor wie geldt dit
- Zij die tijdens de vijandelijke bezetting door daad of houding hebben deelgenomen aan het binnenlands verzet, inclusief leden van de Binnenlandse Strijdkrachten, en hun nagelaten betrekkingen.
Kernpunten
- "Deelnemers aan het verzet" zijn zij die tijdens de bezetting door daad of houding aan het binnenlands verzet hebben deelgenomen; bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van personen worden aangewezen op wie de wet van overeenkomstige toepassing is (artikel 1).
- Geregistreerd partnerschap wordt gelijkgesteld met huwelijk (artikel 1a); de taakverdeling tussen de Raad en de Sociale verzekeringsbank volgt de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen (artikel 1b).
- Buitengewoon pensioen wordt verleend aan verzetsdeelnemers en hun nagelaten betrekkingen; wie zich uit Nederlands nationaal oogpunt onwaardig heeft gedragen, en diens nagelaten betrekkingen, komen niet in aanmerking (artikel 2).
- Een algemene maatregel van bestuur wordt pas voorgedragen nadat het ontwerp is bekendgemaakt en eenieder vier weken de gelegenheid heeft gehad wensen en bedenkingen kenbaar te maken (artikel 3a).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.