Samenvatting
Deze wet van 30 november 1949 stelt regels vast voor het beheer van andere schuldregisters voor geldleningen ten laste van het Rijk dan de Grootboeken. Het beheer wordt opgedragen aan de Agent van het Ministerie van Financiën te Amsterdam.
Wat het regelt
- Het beheer van de schuldregisters en de erkenning van rechthebbenden en vertegenwoordigers.
- De behandeling van erfopvolging, beperkingen en aantekeningen.
- De kosten, geheimhouding en gesloten perioden.
Voor wie geldt dit
- Houders van in de schuldregisters ingeschreven rechten en hun vertegenwoordigers, erfgenamen en legatarissen.
- De Agent van het Ministerie van Financiën te Amsterdam.
Kernpunten
- Het houden van de schuldregisters is onder opperbeheer van de Minister van Financiën opgedragen aan de Agent (artikel 1); de op naam gestelde rekeninghouder geldt als eigenaar van de inschrijving (artikel 2).
- Beperkingen in de bevoegdheid en de rechten van erfgenamen of legatarissen worden pas erkend na overlegging van de vereiste bewijsstukken (artikelen 4 en 5).
- Gedurende een door de Minister te bepalen termijn (ten hoogste één maand) vóór de rentevervaldag kunnen geen in-, over- of afschrijvingen of aantekeningen tot stand worden gebracht (artikel 6); de kosten worden per schuldregister vastgesteld (artikel 7).
- Inzage of mededeling over andermans inschrijvingen is de Agent verboden, tenzij op bevelschrift van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam (artikel 10).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.