Samenvatting
Deze wet van 11 mei 1950 stelt met het oog op de overgang naar een nieuwe rechtsorde bepaalde waarborgen van het Rijk vast jegens groepen burgerlijke overheidsdienaren en gewezen burgerlijke overheidsdienaren van Indonesië en hun nagelaten betrekkingen. Zij omschrijft nauwkeurig wie onder deze categorieën valt.
Wat het regelt
- De begripsbepaling van "overheidsdienaren" en "gewezen overheidsdienaren" van Indonesië.
- De reikwijdte van de door het Rijk verstrekte waarborgen.
Voor wie geldt dit
- Bepaalde groepen burgerlijke landsdienaren van Indonesië en personen in dienst van de zelfstandige gemeenschappen, alsmede gewezen dienaren, voor zover zij Nederlander zijn en die status behouden.
Kernpunten
- "Overheidsdienaren" zijn burgerlijke landsdienaren van Indonesië die op 5 augustus 1949 in vaste, tijdelijke of kortverbanddienst waren onder de nauwkeurig omschreven voorwaarden, of die na 5 augustus 1949 maar vóór de soevereiniteitsoverdracht zijn aangesteld, of daarmee door de Minister zijn gelijkgesteld (artikel 1, onder I).
- De waarborgen gelden slechts voor zover en zolang deze personen Nederlander zijn, tenzij artikel 8a van toepassing is of dispensatie is verleend.
- "Gewezen overheidsdienaren" omvatten onder meer personen die na augustus 1945 aan de wederopbouw van Indonesië hebben meegewerkt en wier dienstverband vóór 5 augustus 1949 eindigde (artikel 1, onder II).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.