Handelsmerken en vijandelijk vermogen
Waar gaat deze regeling over?
Deze wet van 7 juni 1950 treft voorzieningen voor fabrieks- en handelsmerken die op grond van het Besluit Vijandelijk Vermogen in eigendom op de Staat zijn overgegaan. Zij wijkt af van enkele bepalingen van de Merkenwet ten gunste van deze merken.
Voor wie: De Staat als eigenaar van op hem overgegane fabrieks- en handelsmerken en degenen aan wie de Staat zulke merken overdraagt.
In één oogopslag
- Land
- Nederland
- Rechtsgebied
- Belastingrecht
- Artikelen
- 3
- Bron
- wetten.overheid.nl
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- Het niet vervallen van het merkrecht bij niet-gebruik door de Staat.
- De aantekening van overdracht van zulke merken.
Voor wie geldt deze regeling?
- De Staat als eigenaar van op hem overgegane fabrieks- en handelsmerken en degenen aan wie de Staat zulke merken overdraagt.
Wat zijn de kernpunten?
- In afwijking van artikel 3, eerste lid, van de Merkenwet vervalt het recht tot uitsluitend gebruik van een op de Staat overgegaan merk niet, ook niet als de Staat het merk langer dan drie jaar niet heeft gebruikt (artikel 1, eerste lid).
- Bij overdracht door de Staat begint een nieuwe termijn van drie jaar te lopen vanaf de dag van overdracht (artikel 1, tweede lid).
- In afwijking van artikel 20, eerste lid, van de Merkenwet wordt de overdracht ook aangetekend indien de Staat niet tevens de bijbehorende fabriek of handelsinrichting aan dezelfde persoon heeft overgedragen (artikel 2).
Belastingrecht
Wettekst
Wettekst
Wet van 7 Juni 1950, houdende voorzieningen aangaande fabrieks- en handelsmerken, die ingevolge het Besluit Vijandelijk Vermogen op de Staat in eigendom zijn overgegaan Handelsmerken en vijandelijk vermogen Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is voorzieningen te treffen aangaande fabrieks- en handelsmerken, die ingevolge het Besluit Vijandelijk Vermogen op de Staat in eigendom zijn overgegaan;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 11
In afwijking van artikel 3, eerste lid, van de Merkenwet vervalt het recht tot uitsluitend gebruik van een fabrieks- of handelsmerk, dat ingevolge het Besluit Vijandelijk Vermogen op de Staat in eigendom is overgegaan, niet, indien de Staat het merk langer dan drie jaren niet heeft gebruikt.
2 In geval van overdracht van een zodanig merk door de Staat aan een ander, begint een nieuwe termijn van drie jaren, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van hogergenoemde wet, te lopen met ingang van de dag van overdracht.
Artikel 2
Wanneer de Staat een ingevolge het Besluit Vijandelijk Vermogen op hem overgegaan merk aan een ander heeft overgedragen, wordt, in afwijking van artikel 20, eerste lid, van de Merkenwet, deze overdracht ook aangetekend, indien de Staat niet tevens de fabriek of handelsinrichting, tot onderscheiding van welker waren het merk bestemd was, aan dezelfde persoon heeft overgedragen.
Artikel 3
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag volgende op die harer afkondiging.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk 7 Juni 1950 JULIANA.
De Minister van Economische Zaken, VAN DEN BRINK.
De Minister van Justitie a.i., J. H. VAN MAARSEVEEN. de twintigste Juni 1950.
De Minister van Justitie a.i., J. H. VAN MAARSEVEEN.