Samenvatting
De Vogelziektenwet van 22 december 1949 bevat bepalingen tot wering en bestrijding van besmettelijke vogelziekten, ter vervanging van een eerdere algemene maatregel van bestuur. Zij geeft de Minister bevoegdheden om in- en doorvoer te verbieden en bestrijdingsmaatregelen te treffen.
Wat het regelt
- Het verbieden of voorwaardelijk toestaan van in- en doorvoer van vogels en besmettingsdragers.
- De aanwijzing en bestrijding van besmettelijke vogelziekten.
- De strafbaarstelling van overtredingen.
Voor wie geldt dit
- Houders en importeurs van pluimvee, vogels, eieren, vlees en andere producten, en degenen die besmettingsdragers in- of doorvoeren.
Kernpunten
- De Minister kan de in- en doorvoer verbieden of voorwaardelijk toestaan van aangewezen soorten vogels, eieren, vlees, producten en andere mogelijke dragers van smetstof; voorwaardelijke in- of doorvoer mag alleen langs aangewezen kantoren, en voor voorafgaand onderzoek wordt een kostenvergoeding geheven (artikel 2).
- Tot wering en bestrijding van aangewezen besmettelijke vogelziekten zijn genoemde artikelen van de Veewet van overeenkomstige toepassing; aanwijzing kan slechts als de ziekte een gevaar voor ernstige aantasting van de pluimveestapel kan opleveren (artikel 3).
- Overtreding wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 1 jaar of geldboete van de eerste categorie (artikel 4). De wet trekt de wet van 29 december 1922 tot wering van besmettelijke pluimveeziekten in (artikel 5).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.