Samenvatting
Deze wet van 27 januari 1950 stelt de Sociaal-Economische Raad (SER) in als publiekrechtelijk lichaam voor het bedrijfsleven, en regelt zijn taak, samenstelling, werkwijze en verordenende bevoegdheid. De Raad heeft zijn zetel te 's-Gravenhage en is rechtspersoon.
Wat het regelt
- De instelling en de taak van de Sociaal-Economische Raad: het bevorderen van een het algemeen belang dienende werkzaamheid van het bedrijfsleven en het behartigen van het belang van het bedrijfsleven en de daartoe behorende personen, naast een adviserende functie.
- De samenstelling van de Raad: voorzitter, dagelijks bestuur, algemeen secretaris en eventueel commissies uit zijn midden.
- De werkwijze: vergaderingen, quorum, stemmingen en besluitvorming.
- De bevoegdheid van de Raad om verordeningen te maken en medewerking te verlenen aan de uitvoering van wetten.
Voor wie geldt dit
- De Sociaal-Economische Raad zelf, zijn leden en plaatsvervangers.
- De voorzitter, plaatsvervangende voorzitters, het dagelijks bestuur en het secretariaat (algemeen secretaris, secretarissen en personeel).
- Door de Kroon aangewezen algemeen erkende centrale en representatieve organisaties van ondernemers en van werknemers, die leden benoemen.
- Onze Ministers, die vergaderingen mogen bijwonen met een raadgevende stem.
Kernpunten
- De Raad bestaat uit ten minste dertig en ten hoogste vijfenveertig leden; ten minste twee derden worden benoemd door aangewezen organisaties van ondernemers en werknemers, de overige door de Kroon.
- Organisaties van werknemers benoemen evenveel leden als organisaties van ondernemers.
- Leden en plaatsvervangers treden om de twee jaren tegelijk af en zijn terstond herbenoembaar.
- Leden, voorzitter, bestuur en secretariaatspersoneel zijn verplicht tot geheimhouding van zaken- en bedrijfsgeheimen (artikel 10).
- De Raad vergadert niet als niet meer dan de helft van de zitting hebbende leden aanwezig is; na tweemaal oproepen is de daarna uitgeschreven vergadering geldig ongeacht het aantal aanwezigen.
- Voor de vaststelling van een verordening is een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen vereist; voor andere besluiten de volstrekte meerderheid.
- Bij ontwerpen van algemeen bindende verordeningen geeft de Raad kennis in de Staatscourant en biedt hij gedurende vier weken gelegenheid tot schriftelijke bedenkingen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.