Samenvatting
De Huurwet (Wet van 13 oktober 1950) stelt regels nopens de huurprijzen van onroerend goed en de bescherming van huurders. Zij bindt de prijs bij huur en verhuur aan wat bij of krachtens de wet is bepaald en beschermt de huurder tegen ongerechtvaardigde verhogingen.
Wat het regelt
- De huurprijs en overige betalingsverplichtingen bij huur en verhuur van gebouwde onroerende zaken.
- De maximaal toegelaten huurprijs, uitgaande van de huurprijs op een peildatum, met een beperkte toegestane overschrijding.
- De mogelijkheid voor de Minister om, onder voorwaarden, een hoger verhogingspercentage toe te staan.
- De bescherming van de huurder en de rol van de huurcommissie.
Voor wie geldt dit
- Verhuurders en huurders van gebouwde onroerende zaken.
- De Minister belast met de zorg voor de volkshuisvesting.
- De huurcommissie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de huurcommissies.
- Uitgezonderd zijn onder meer ongebouwde onroerende zaken, woonruimte als bedoeld in de Huurprijzenwet woonruimte en bedrijfsruimte als bedoeld in artikel 1624 van het Burgerlijk Wetboek.
Kernpunten
- Terzake van huur en verhuur gelden de bij of krachtens de wet bepaalde prijzen, tenzij partijen lagere prijzen zijn overeengekomen.
- Elk beding waarbij door of tegenover een derde enig niet redelijk voordeel wordt overeengekomen, is nietig.
- De huurprijs van een voor 1 juli 2002 tot stand gekomen gebouwde onroerende zaak is de huurprijs op 30 juni 2002, tenzij anders overeengekomen en mits de overeengekomen prijs het toegestane maximum met niet meer dan 5,5 ten honderd overschrijdt.
- De Minister kan dit percentage desverzocht door een hoger vervangen om de huurprijs in betere verhouding te brengen tot vergelijkbare woningen of bedrijfsonroerende zaken, na overeenstemming van partijen of uitspraak van de huurcommissie.
- Overeenkomsten als bedoeld mogen wat de huurprijs betreft een tijdvak van 5 jaar niet overschrijden.
- Als woning wordt aangemerkt een zelfstandige woning of een zaak waarvan meer dan 60 ten honderd van het vloeroppervlak tot een niet-zelfstandige woning behoort, met uitzondering van winkelwoningen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.