Samenvatting
Het Besluit militaire medailles van 25 januari 1951 regelt de toekenning van onderscheidingen voor langdurige trouwe dienst aan beroepsmilitairen en bepaalde reservisten beneden de rang van tweede-luitenant.
Wat het regelt
- De toekenning van bronzen, zilveren en gouden medailles voor eerlijke en trouwe dienst.
- De vormgeving van de medaille en het lint, en het bijbehorende brevet.
- De berekening van de diensttijd en de gevallen van verbeuren van de medaille.
Voor wie geldt dit
- Militairen beneden de rang van tweede-luitenant die behoren tot het beroepspersoneel van de Koninklijke Landmacht, de Koninklijke Luchtmacht of de Koninklijke Marechaussee.
- Reservisten van deze krijgsmachtdelen beneden die rang die krachtens een vrijwillige verbintenis verplicht zijn tot werkelijke dienst.
- De Minister van Defensie (voorheen van Oorlog), belast met de uitvoering.
Kernpunten
- De onderscheiding bestaat uit een bronzen medaille na 12 jaar dienst, een zilveren medaille na 24 jaar dienst en een gouden medaille na 36 jaar dienst.
- De medaille is 27 millimeter in doorsnede en wordt gedragen op een lint van oranje moire zijde van 27 millimeter breed.
- Vereist zijn goed gedrag en goede plichtsbetrachting; bij berispelijk gedrag kan de toekenning worden uitgesteld.
- Bij toekenning van een hogere medaille mag de eerder toegekende lagere medaille niet meer worden gedragen.
- Het oorspronkelijke exemplaar wordt kosteloos verstrekt; in plaats van goud wordt een verguld zilveren medaille verstrekt.
- De medailles blijven eigendom van de begiftigde en gaan bij overlijden over op de erven.
- De medaille en het brevet worden verbeurd bij onder meer niet-eervol ontslag, ontslag krachtens rechterlijk vonnis, veroordeling wegens desertie of verlaging als straf.
- Het Koninklijk besluit van 18 februari 1904, nr. 30, wordt ingetrokken.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.