← Nederland

Plantenziektenwet

Samenvatting

De Plantenziektenwet van 5 april 1951 stelt regels vast om het optreden en de verspreiding van organismen die schadelijk zijn voor de landbouw te weren en te bestrijden. Zij geeft de Minister van Landbouw ruime bevoegdheden om maatregelen te nemen tegen plantenziekten en plaagorganismen, onder meer bij invoer, uitvoer en teelt.

Wat het regelt

De wet definieert begrippen als 'schadelijke organismen' (dierlijke of plantaardige organismen, virussen, mycoplasma's, viroïden en andere ziekteverwekkers), 'planten', 'plantaardige producten', 'verhandelen', 'invoeren', 'uitvoeren' en 'telen'. Ter voorkoming van het optreden en de verbreiding van schadelijke organismen kan de Minister de in- en uitvoer van schadelijke organismen, planten, plantaardige producten, grond, cultuurmedia en verpakkingsmateriaal verbieden of aan regels binden. De wet voorziet in toezicht door de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en maakt de inzet van instellingen en keuringen mogelijk.

Voor wie geldt dit

De wet geldt voor telers, handelaren, importeurs en exporteurs van planten en plantaardige producten, en voor eenieder die betrokken is bij de teelt, het verhandelen of het vervoer van planten en plantaardig materiaal.

Kernpunten

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.