← Nederland

Besluit vaststelling kortingspercentage ex artikel 6 Garantiewet Militairen K.N.I.L.

Samenvatting

Dit Koninklijk Besluit van 26 juni 1952 stelt het kortingspercentage vast dat wordt bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Garantiewet Militairen K.N.I.L. Het betreft de korting op wachtgeld of pensioen van voormalige militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger die ook een rangspensioen genieten.

Wat het regelt

Het besluit bepaalt de kortingspercentages voor personen op wie rangspensioenreglementen van toepassing zijn. Voor wachtgeldgenieters bedraagt de korting 55, 40 of 25%, afhankelijk van de hoogte van het wachtgeld (respectievelijk 80, 60 of 40% van de vastgestelde maandelijkse bezoldiging). Voor pensioengenieters bedraagt de korting 18% (bij het Europees militair pensioenreglement) of 6% (bij het niet-Europees militair pensioenreglement). Met de uitvoering is de Minister voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen belast; een afschrift gaat naar de Algemene Rekenkamer.

Voor wie geldt dit

Het besluit geldt voor voormalige beroepsmilitairen van het K.N.I.L. die wachtgeld of pensioen ontvangen en voor wie tevens een rangspensioenreglement geldt.

Kernpunten

Wettekst

Besluit van 26 juni 1952, houdende vaststelling van een kortingspercentage als bedoeld in artikel 6, lid 2, slotalinea van de Garantiewet Militairen K.N.I.L. Besluit vaststelling kortingspercentage ex artikel 6 Garantiewet Militairen K.N.I.L. Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen van 14 Juni 1952, Afdeling Militaire Personeels-Zaken, Nr. 8; Gelet op artikel 6, tweede lid van de Garantiewet Militairen K.N.I.L. (Stbl. 1951 Nr. 239), zoals gewijzigd bij de Wet van 23 April 1952 (Stbl. Nr. 220); Hebben goedgevonden en verstaan: artikel 1 Het kortingspercentage, bedoeld in artikel 6, tweede lid van bovenaangehaalde wet, bedraagt ten aanzien van de aldaar bedoelde personen, voor wie rangspensioenreglementen gelden: A. voor zover zij een wachtgeld genieten: onderscheidenlijk 55, 40 en 25%, voor zolang hun een wachtgeld toekomt van onderscheidenlijk 80, 60 en 40% van de voor de berekening van dat wachtgeld vastgestelde maandelijkse bezoldiging; B. voor zover zij een pensioen genieten: onderscheidenlijk 18 en 6%, indien dat pensioen is verleend op grond van onderscheidenlijk het Europees militair pensioenreglement en het niet-Europees militair pensioenreglement. Onze Minister voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer. Soestdijk 26 Juni 1952 JULIANA. De Staatssecretaris voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen, GÖTZEN. de achtste Juli 1952. De Minister van Justitie, H. MULDERIJE.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.