← Nederland

Wet minimum-wachtgeldregeling ex artikel 3 Garantiewet Militairen K.N.I.L.

Samenvatting

Deze wet van 23 april 1952 bevestigt en regelt een minimum-wachtgeldregeling voor bepaalde beroepsmilitairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, op grond van artikel 3 van de Garantiewet Militairen K.N.I.L. Zij waarborgt een minimuminkomen tijdens de wachtgeldperiode.

Wat het regelt

De wet definieert de begrippen 'beroepsmilitair' en 'rechthebbende'. Het minimum-wachtgeld is gelijk aan het bedrag dat de rechthebbende zou ontvangen onder de Overbruggingsregeling 1949, verhoogd met een bijzondere toeslag van f 3 per week in het eerste jaar, f 2 per week in het tweede jaar en f 1 per week in het derde jaar van de wachtgeldperiode. Wanneer geen bepaald beroep aanwijsbaar is, wordt voor de berekening uitgegaan van het loon van een geoefend metaalarbeider. Als het berekende bedrag ontoereikend is, kan een bijslag worden verstrekt. Voor het overige zijn de bepalingen van de Overbruggingsregeling 1949 zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Voor wie geldt dit

De wet geldt voor beroepsmilitairen van het K.N.I.L. die op grond van artikel 3, lid 3, van de Garantiewet in aanmerking komen voor het minimum-wachtgeld.

Kernpunten

Wettekst

Wet van 23 april 1952, houdende een minimum-wachtgeldregeling ingevolge artikel 3 van de Garantiewet Militairen K.N.I.L. Wet minimum-wachtgeldregeling ex artikel 3 Garantiewet Militairen K.N.I.L. Wij

JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ingevolge artikel 3, lid 3 van de "Garantiewet Militairen K.N.I.L." nodig is Ons besluit van 28 November 1951 (Staatsblad No. 525), houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur inzake minimumwachtgeld als bedoeld in artikel 3 van die wet, te bevestigen; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: "Beroepsmilitair", hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Garantiewet Militairen K.N.I.L.; "Rechthebbende", de beroepsmilitair, die op grond van het bepaalde in artikel 3 lid 3 van de Garantiewet Militairen K.N.I.L. voor toekenning van het minimum-wachtgeld in aanmerking komt. Artikel 2 Het minimum-wachtgeld, bedoeld in artikel 3 lid 3 van de Garantiewet Militairen K.N.I.L., beloopt het bedrag, dat aan de rechthebbende zou worden uitgekeerd, indien op hem van toepassing zou zijn de Overbruggingsregeling 1949, zoals die sedert is aangevuld en/of gewijzigd, met dien verstande dat: a. evengenoemd bedrag in beginsel wordt verhoogd met een bijzondere toeslag van: f 3,- per week gedurende het 1e jaar der wachtgeldperiode; f 2,- per week gedurende het 2e jaar der wachtgeldperiode; f 1,- per week gedurende het 3e jaar der wachtgeldperiode; b. voor zover geen bepaald beroep aanwijsbaar is, voor de berekening van het minimum-wachtgeld wordt uitgegaan van het loon van een geoefend metaalarbeider. Artikel 3 Indien het volgens artikel 2 berekende bedrag niet toereikend wordt geacht kan een bijslag worden verstrekt. Artikel 4 Op degenen, die het minimum-wachtgeld ontvangen, zijn voor zover mogelijk de bepalingen van de Overbruggingsregeling 1949 van overeenkomstige toepassing. Artikel 5 In - naar het oordeel van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid - bijzondere gevallen kan bij de uitvoering van deze wet worden afgeweken van de hiervoren gestelde bepalingen. Artikel 6 Degenen, die voor de toekenning van het minimum-wachtgeld in aanmerking wensen te komen, dienen zich, onder overlegging van een hun vanwege het Ministerie van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen verstrekte verklaring, waaruit blijkt dat zij als rechthebbende dienen te worden aangemerkt, te wenden tot het gemeentebestuur hunner woonplaats. Artikel 7 De gemeentebesturen - die desgevraagd hun medewerking verlenen voor de uitvoering van deze wet - ontvangen voor de bedragen, uitgekeerd ingevolge deze wet, 100% subsidie. Artikel 8 De subsidie, bedoeld in artikel 7, wordt uitbetaald door het Ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid; de uitbetaalde bedragen worden verrekend met het Ministerie voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen. Artikel 9 Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid geeft in overeenstemming met Onze Minister voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen nadere voorschriften met betrekking tot de uitvoering van het gestelde in deze wet. Artikel 10 Vervallen Artikel 11 Deze wet treedt in werking met ingang van de dag, volgende op die van haar afkondiging en werkt terug tot 30 December 1951. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven te Ottawa 23 April 1952 JULIANA. De Minister voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen, L. PETERS. De Staatssecretaris voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen, GÖTZEN. De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, A. M. JOEKES. De Minister van Financiën, P. LIEFTINCK. de twintigste Mei 1952. De Minister van Justitie, H. MULDERIJE.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.