De Wet op de gevaarlijke werktuigen van 5 maart 1952 stelt in het belang van de veiligheid en de gezondheid voorschriften vast waaraan gevaarlijke werktuigen en beveiligingsmiddelen moeten voldoen. Zij vormt het wettelijk kader om technische producten die de veiligheid of gezondheid in gevaar kunnen brengen aan eisen te onderwerpen.
De wet definieert 'gevaarlijke werktuigen' als bij algemene maatregel van bestuur aangewezen technische voortbrengselen waarmee de veiligheid in gevaar kan worden gebracht of de gezondheid schade kan lijden, en 'beveiligingsmiddelen' als eveneens bij amvb aangewezen middelen. Wanneer veiligheidsmaatregelen alleen afdoende zijn als zij ook rechtstreeks verbonden delen van gebouwen betreffen, worden die delen mede tot de werktuigen gerekend. De wet is ook van toepassing op gevaarlijke werktuigen en beveiligingsmiddelen die op het continentaal plat worden gebruikt bij opsporing of winning van delfstoffen of aardwarmte. Nadere veiligheidseisen en verplichtingen worden bij of krachtens amvb geregeld.
De wet geldt voor fabrikanten, importeurs, handelaren en gebruikers van aangewezen gevaarlijke werktuigen en beveiligingsmiddelen, alsmede voor bedrijven die op het continentaal plat werkzaam zijn.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.