De Garantiewet Militairen K.N.I.L. van 22 juni 1951 stelt bepaalde waarborgen van het Rijk vast jegens groepen (gewezen) militairen van het voormalige Koninklijk Nederlands-Indisch Leger en hun nagelaten betrekkingen. Zij ontstond met het oog op de nieuwe rechtsorde na de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië.
De wet omschrijft nauwkeurig de begrippen 'militairen', 'beroepsmilitairen' en 'gewezen militairen' van het K.N.I.L., waarbij onder meer wordt gekeken naar de datum van indiensttreding, de status op 27 december 1949 en het Nederlanderschap. Op basis van deze definities kent de wet waarborgen toe met betrekking tot wachtgeld, pensioen en onderstand voor de betrokken militairen en hun nabestaanden. Zij vormt de grondslag voor uitvoeringsregelingen zoals de minimum-wachtgeldregeling (art. 3) en de kortingspercentages (art. 6).
De wet geldt voor Nederlandse (gewezen) militairen van het voormalige K.N.I.L. die op de peildata in dienst waren, alsmede voor hun nagelaten betrekkingen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.