← Nederland

Besluit wijziging naam Departement voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen

Samenvatting

Dit Koninklijk Besluit van 7 november 1952 wijzigt de naam van het Departement voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen in Departement van Overzeese Rijksdelen en draagt een deel van de taken van dit departement over aan andere ministeries. Het weerspiegelt de veranderde verhoudingen na de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië.

Wat het regelt

Het besluit draagt de zorg voor alle aangelegenheden betreffende de Nederlands-Indonesische Unie en overige niet op de Overzeese Rijksdelen betrekking hebbende taken over aan de Minister van Buitenlandse Zaken. Enkele specifieke taken worden echter aan andere ministers overgedragen: de betaling van weduwenpensioenen en wezen-onderstanden aan nabestaanden van Indonesisch overheidspersoneel aan Binnenlandse Zaken; de culturele betrekkingen en het Nederlands onderwijs in Indonesië aan Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen; de financiële betrekkingen aan Financiën; en de economische betrekkingen aan Economische Zaken. Bij een aantal van deze onderwerpen blijft de Minister van Buitenlandse Zaken betrokken. Het besluit is gebaseerd op artikel 79 van de Grondwet.

Voor wie geldt dit

Het besluit betreft de rijksoverheid, in het bijzonder de betrokken ministeries en hun ambtelijke organisaties, en raakt indirect (gewezen) Indonesisch overheidspersoneel en hun nabestaanden.

Kernpunten

Wettekst

Besluit van 7 november 1952, houdende wijziging van de naam van het Departement voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen in die van Departement van Overzeese Rijksdelen en overdracht van een gedeelte van de taak van dit Departement aan andere Departementen Besluit wijziging naam Departement voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz. Op voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, mede namens Onze Minister van Buitenlandse Zaken, Onze Minister zonder Portefeuille, Mr J. M. A. H. Luns, en Onze Ministers van Binnenlandse Zaken, van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, van Financiën, van Economische Zaken, van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening en voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen, dd. 6 November 1952, nr 33328; Gelet op artikel 79 van de Grondwet; Hebben goedgevonden en verstaan: onbenoemd I Aan Onze Minister van Buitenlandse Zaken over te dragen de zorg voor alle aangelegenheden betreffende de Nederlands-Indonesische Unie en de overige niet op de Overzeese Rijksdelen betrekking hebbende aangelegenheden, waarmede Onze Minister voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen is belast, met uitzondering van de zorg voor: a. de door Nederland overgenomen verplichting tot betaling van weduwenpensioenen en wezen-onderstanden aan nagelaten betrekkingen van Overheidspersoneel van Indonesië, welke aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken wordt overgedragen; b. de culturele betrekkingen tussen het Koninkrijk en de Republiek Indonesië, alsmede het Nederlands onderwijs in Indonesië, welke aan Onze Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen wordt overgedragen; c. de financiële betrekkingen tussen het Koninkrijk en de Republiek Indonesië, welke aan Onze Minister van Financiën wordt overgedragen; d. de economische betrekkingen tussen het Koninkrijk en de Republiek Indonesië, welke aan Onze Minister van Economische Zaken wordt overgedragen; II te bepalen, dat bij de onder I sub b, c, en d vermelde aangelegenheden Onze Minister van Buitenlandse Zaken betrokken zal zijn in de gevallen waarin en overeenkomstig de wijze waarop zulks in het algemeen gebruikelijk is ten aanzien van de buitenlandse betrekkingen; III te bepalen, dat bij de onder I sub d vermelde aangelegenheden Onze Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening betrokken zal zijn in de gevallen waarin en overeenkomstig de wijze waarop zulks in het algemeen gebruikelijk is ten aanzien van de buitenlandse economische betrekkingen; IV de naam van het Departement voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen te wijzigen in die van Departement van Overzeese Rijksdelen; V te bepalen, dat dit besluit in werking treedt met ingang van 1 Januari 1953. Onze Ministers zijn belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst, en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van Ministers, de Raad van State, de Staten-Generaal, de Algemene Rekenkamer en aan de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister zonder Portefeuille, Mr J. M. A. H. Luns, de Ministers van Binnenlandse Zaken, van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, van Financiën, van Economische Zaken, van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening en voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen. Soestdijk, 7 November 1952. JULIANA. De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, W. DREES. de elfde November 1952. De Minister van Justitie, L. A. DONKER.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.