De Wet bescherming bevolking van 10 juli 1952 stelt bepalingen vast voor maatregelen ter bescherming van de bevolking tegen de gevolgen van oorlogsgeweld. Zij vormt in de context van de Koude Oorlog de basis voor de civiele verdediging (Bescherming Bevolking).
De wet geeft de Minister van Binnenlandse Zaken bevoegdheden om, in het belang van de bescherming van de bevolking, ondernemingen en openbare nutsbedrijven aan te wijzen en daaraan bevelen te geven. Dergelijke bevelen worden in beginsel gegeven in overeenstemming met de betrokken minister en na overleg met centrale organisaties van ondernemers of de besturen van overheidsbedrijven, tenzij de vereiste spoed dat verhindert. De wet voorziet in strafbepalingen: overtreding van krachtens de wet gegeven voorschriften wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden, met zwaardere sancties wanneer het feit is gepleegd in een periode van paraatheid. Ook de burgemeester en het kringbestuur kunnen bevoegdheden uitoefenen.
De wet geldt voor overheden (minister, burgemeester, kringbesturen) belast met de bescherming van de bevolking, en voor aangewezen ondernemingen en openbare nutsbedrijven en hun personeel.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.