De Wet oorlogsstrafrecht van 10 juli 1952 stelt bepalingen vast met betrekking tot in geval van oorlog gepleegde misdrijven en de berechting daarvan, en brengt daarmee samenhangende wijzigingen aan in het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Militair Strafrecht en de Invoeringswet Militair Straf- en Tuchtrecht. Zij vormt de kern van het Nederlandse oorlogsstrafrecht.
De wet bepaalt op welke misdrijven zij van toepassing is: misdrijven die in geval van oorlog worden begaan of pas in geval van oorlog strafbaar zijn, waaronder bepaalde titels van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Militair Strafrecht, de eigen artikelen 4 tot en met 7, en enkele met die misdrijven samenhangende commune delicten. Bij een gewapend conflict dat niet als oorlog kan worden aangemerkt maar waarbij Nederland betrokken is (ter zelfverdediging of tot herstel van internationale orde en veiligheid), zijn de artikelen 4 tot en met 7 van overeenkomstige toepassing. De wet regelt tevens de berechting van deze misdrijven en voorziet in bijzondere strafbepalingen, waaronder oorlogsmisdrijven.
De wet geldt voor personen (militairen en burgers) die in geval van oorlog of gewapend conflict onder de omschreven misdrijven vallen, en voor de instanties belast met de opsporing en berechting daarvan.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.