De Runderhorzelwet van 22 april 1953 bevat voorschriften ter bestrijding van de runderhorzel, een parasiet die schade toebrengt aan runderen. Zij verplicht houders van runderen om maatregelen te nemen tegen de larven van de runderhorzelvlieg.
De wet definieert de 'runderhorzelvlieg' (de grote, Hypoderma bovis, en de kleine, Hypoderma lineatum) en de 'houder van runderen'. Iedere houder van runderen is verplicht alle larven van runderhorzelvliegen, waarvan de aanwezigheid blijkt uit bulten of andere uiterlijke kentekenen, te doden of te laten doden. Het is verboden runderen met dergelijke kentekenen in het weiland te brengen of aan te voeren op markten, keuringen, tentoonstellingen, openbare verkopingen of soortgelijke tijdelijke verzamelplaatsen van rundvee. Overtreding van deze voorschriften is strafbaar.
De wet geldt voor houders van runderen, dat wil zeggen personen die één of meer runderen onder beheer of toezicht hebben (met uitzondering van kortdurend beheer bij vervoer of tijdelijke verzamelplaatsen).
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe wettelijke voorschriften tot bestrijding van de runderhorzel uit te vaardigen; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Artikel 1 1 Deze wet verstaat onder "runderhorzelvlieg": a. de grote runderhorzelvlieg (Hypoderma bovis); b. de kleine runderhorzelvlieg (Hypoderma lineatum). 2 Voorts verstaat deze wet onder: "houder van runderen": hij, die één of meer runderen onder beheer of toezicht heeft, tenzij zulks geschiedt voor korte duur en uitsluitend ten behoeve van het vervoer van runderen dan wel tijdens de aanwezigheid van runderen op markten, keuringen, tentoonstellingen, openbare verkopingen of soortgelijke tijdelijke verzamelplaatsen van rundvee. Artikel 2 Iedere houder van runderen is verplicht alle larven van runderhorzelvliegen, welker aanwezigheid bij die runderen door bulten of andere uiterlijke kentekenen blijkt, te doden, of te doen doden. Artikel 3 Het is verboden runderen in het weiland te brengen of toe te laten, indien deze runderen bulten of andere uiterlijke kentekenen vertonen, welke duiden op de aanwezigheid van larven van runderhorzelvliegen. Artikel 4 Het is verboden runderen, op welke zich blijkens bulten of andere uiterlijke kentekenen larven van runderhorzelvliegen bevinden, aan te voeren op een markt, een keuring, een tentoonstelling, een openbare verkoping of op een soortgelijke tijdelijke verzamelplaats van rundvee. Artikel 5 1 Overtreding van een der artikelen 2, 3 en 4 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste één jaar of geldboete van de eerste categorie. 2 Het feit is een overtreding. Artikel 6 De artikelen 76, 77, 85-88, 90, 91 en 96 der Veewet (Stb. 1920, 153) zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 7 1 Deze wet kan worden aangehaald onder de titel: Runderhorzelwet. 2 Zij treedt in werking met ingang van de dag volgende op die harer afkondiging. Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven ten Paleize Soestdijk 22 April 1953 JULIANA. De Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, MANSHOLT. de zesde Mei 1953. De Minister van Justitie, L. A. DONKER.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.