Deze wet van 8 juli 1953 keurt het Benelux-Invorderingsverdrag goed, dat op 5 september 1952 te Brussel werd gesloten tussen Nederland, België en Luxemburg. Het verdrag regelt de wederkerige bijstand bij de invordering van belastingschulden tussen de drie landen.
De wet keurt het verdrag (Tractatenblad 1952, nr. 137) goed, zoals vereist door (toenmalig) artikel 60, lid 2, van de Grondwet, en treft de nodige uitvoeringsvoorzieningen. Voor de invordering van een belastingschuld in Nederland op grond van het verdrag vaardigt de door de Minister van Financiën aangewezen autoriteit een dwangbevel uit, voorzien van het opschrift 'In naam der Koningin'. De betekening, het bevel tot betaling en de tenuitvoerlegging van dat dwangbevel geschieden volgens de voorschriften die gelden voor soortgelijke Nederlandse dwangbevelen tot invordering van belastingen.
De wet geldt voor belastingschuldigen met schulden in Nederland, België of Luxemburg, en voor de belastingautoriteiten van de drie Benelux-landen die elkaar bijstand verlenen bij de invordering.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.