Deze wet van 23 juli 1953 strekt tot wering van de besmettelijke ziekte van knaagdieren die tularaemie wordt genoemd. Zij vervangt een eerdere algemene maatregel van bestuur en geeft de Minister van Landbouw bevoegdheden om invoermaatregelen te nemen.
De wet definieert 'knaagdieren' (alle dieren die vóór in onder- en bovenkaak twee snijtanden hebben) en 'Minister' (van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening). Ter wering van besmettelijke ziekten van knaagdieren kan de minister de invoer van levende en dode knaagdieren, van organen en andere delen, en van huiden, haar en andere afvallen van knaagdieren uit alle of bepaalde landen verbieden of slechts voorwaardelijk toestaan. Van een invoerverbod voor huiden en haar zijn uitgezonderd gedroogde huiden en bereid en verwerkt haar. Wanneer invoer wordt toegestaan onder voorwaarde van voorafgaand onderzoek, gelden nadere regels voor dat onderzoek.
De wet geldt voor importeurs en handelaren in knaagdieren en producten daarvan, en voor de Minister van Landbouw die de invoermaatregelen vaststelt.
Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat volgens artikel 49 van de Veewet de algemene maatregel van bestuur van 27 April 1953, Stb. 211, houdende bepalingen tot wering van de besmettelijke ziekte van knaagdieren, genaamd tularaemie, behoort te worden vervangen door een regeling bij de wet; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Artikel 1 1 In deze wet wordt verstaan onder: "Minister": Onze Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening; 2 Voorts verstaat deze wet onder: "knaagdieren": alle dieren, welke vóór in onder- en bovenkaak twee snijtanden hebben. Artikel 2 1 Tot wering van besmettelijke ziekten van knaagdieren kan Onze Minister de invoer van: a. levende en dode knaagdieren; b. organen en andere delen van knaagdieren; c. huiden, haar en andere afvallen van knaagdieren; uit alle of uit bepaald aangewezen landen verbieden of niet dan voorwaardelijk toestaan. 2 Van een verbod tot invoer van huiden en haar van knaagdieren zijn uitgezonderd: a. gedroogde huiden; b. bereid en verwerkt haar. 3 Indien de invoer is toegestaan onder voorwaarde van voorafgaand onderzoek, wordt voor dat onderzoek vergoeding van kosten geheven naar een door Onze Minister vast te stellen tarief. Artikel 3 Tot wering van besmettelijke ziekten van knaagdieren kan Onze Minister bepalen, dat de doorvoer van: a. levende en dode knaagdieren; b. organen en andere delen van knaagdieren; c. huiden, haar en andere afvallen van knaagdieren; slechts is toegestaan onder de voorwaarde, dat zij, na aankomst hier te lande, rechtstreeks onder douaneverband naar het kantoor van wederuitvoer worden vervoerd. Artikel 4 1 Overtreding van het bepaalde krachtens deze wet wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie. 2 De in het vorige lid strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen. Artikel 5 Met het opsporen van de in deze wet strafbaar gestelde feiten zijn belast, behalve de bij artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren: a. de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen; b. de door Onze Minister aangewezen ambtenaren. Artikel 6 Vervallen Artikel 7 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet tot wering van besmettelijke ziekten bij knaagdieren. Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven ten Paleize Soestdijk 23 Juli 1953. JULIANA. De Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening a.i., C. STAF. de een en twintigste Augustus 1953. De Minister van Justitie a.i., BEEL.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.