Het Inkwartieringsbesluit van 20 juli 1953 stelt de uitvoeringsregels vast voor de Inkwartieringswet. Het werkt de bevoegdheden tot vordering van inkwartiering, onderhoud en leveranties ten behoeve van de strijdkrachten nader uit.
Het besluit definieert begrippen als 'de wet' (de Inkwartieringswet), 'Onze Minister' (van Defensie), 'vordering in eigendom' (ingebruikneming of beschikbaarstelling in eigendom krachtens de wet) en 'vordering in gebruik'. Als hoofdregel geldt dat geen verstrekkingen worden gevorderd indien daardoor de uitoefening van een beroep of bedrijf in ernstige mate wordt belet of belemmerd; hierop bestaat een uitzondering in buitengewone omstandigheden die gevaar opleveren voor de veiligheid van de Staat, wanneer de vorderende commandant oordeelt dat het militaire belang voorrang moet hebben. Het besluit regelt verder de procedures en voorwaarden voor vorderingen.
Het besluit geldt voor inwoners (personen en bedrijven) van wie inkwartiering of leveranties kunnen worden gevorderd, en voor de militaire autoriteiten en gemeenten die de vorderingen uitvoeren.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.