De Inkwartieringsbeschikking 1953 van de Minister van Oorlog en van Marine stelt de nadere uitvoeringsvoorschriften vast bij de Inkwartieringswet en het Inkwartieringsbesluit. Zij regelt onder meer wie tot de legers worden gerekend en wie bevoegd is vorderingen aan te vragen.
De beschikking definieert 'de wet' en 'het besluit' en bepaalt welke personen uit de aard van hun betrekking geacht moeten worden bij de legers te behoren, zoals degenen die motorrijtuigen van de verzamelplaats naar hun bestemming brengen en niet-militairen die in militaire staven, diensten, inrichtingen en bedrijven werkzaam zijn. Verder wijst zij de autoriteiten aan die bevoegd zijn een aanvraag tot vordering (als bedoeld in artikel 6 van de wet) te doen, waaronder de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Zeestrijdkrachten, regionale militaire commandanten en commandanten van de Lokaal Facilitaire Dienst. De aanvraag geschiedt door een schriftelijk verzoek aan de burgemeester.
De beschikking geldt voor militaire commandanten en autoriteiten die vorderingen aanvragen, voor gemeenten (burgemeesters) die deze uitvoeren, en voor personen en bedrijven die aan de vorderingen onderworpen kunnen zijn.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.