De Aanpassingstoeslagwet voor gepensionneerden van 6 augustus 1954 verhoogt bepaalde pensioenen met een toeslag. Zij past pensioenen ten laste van het Rijk, het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds of het Spoorwegpensioenfonds aan aan de gestegen kosten van levensonderhoud.
De wet bepaalt dat pensioenen (waaronder buitengewone militaire pensioenen, voorlopige en tijdelijke pensioenen) die ten laste komen van het Rijk, het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (Pensioenwet 1922) of het Spoorwegpensioenfonds, nader worden verhoogd met een toeslag, met uitzondering van bepaalde groepen. Zij stelt vermissing gelijk met overlijden en de daaraan rechten ontlenende personen met nabestaanden, en rekent bepaalde categorieën personen mede tot de militairen. Bepaalde pensioenen (zoals die bedoeld in de artikelen 99 en 185 van de Grondwet en pensioenen op grond van wettelijke garanties) vallen buiten de regeling.
De wet geldt voor gepensioneerden en hun nabestaanden met een pensioen ten laste van het Rijk, het ABP of het Spoorwegpensioenfonds, met uitzondering van enkele specifiek uitgezonderde groepen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.