← Nederland

Organisatiebesluit Arbeidsvoorziening 1954

Samenvatting

Het Organisatiebesluit Arbeidsvoorziening 1954 van 5 juli 1954 stelt een Directie voor de Arbeidsvoorziening in binnen het Departement van Sociale Zaken en Volksgezondheid. Het regelt de organisatie van de overheidsinspanningen op het gebied van arbeidsbemiddeling en werkgelegenheid.

Wat het regelt

Het besluit stelt de Directie voor de Arbeidsvoorziening in als onderdeel van het departement, bestaande uit het Rijksarbeidsbureau en de Rijksdienst voor de Aanvullende Werkgelegenheid. De Directie heeft tot taak een doeltreffende arbeidsvoorziening te bevorderen, waaronder de werkzaamheden van het Rijksarbeidsbureau op het gebied van arbeidsbemiddeling en scholing, herscholing en omscholing, alsmede de regulering van door het departement te subsidiëren werken.

Voor wie geldt dit

Het besluit betreft de rijksoverheid, in het bijzonder het Departement van Sociale Zaken en Volksgezondheid, en raakt werkzoekenden en werkgevers die gebruikmaken van de arbeidsvoorziening.

Kernpunten

Wettekst

Besluit van 5 juli 1954, houdende instelling van een Directie voor de Arbeidsvoorziening Organisatiebesluit Arbeidsvoorziening 1954 Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz. Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid d.d. 1 Juli 1954, Afdeling D.U.W. No. 426 I K, gedaan in overeenstemming met Onze Ministers van Binnenlandse Zaken, van Financiën, van Oorlog, van Wederopbouw en Volkshuisvesting, van Verkeer en Waterstaat, van Economische Zaken en van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening; Overwegende, dat het wenselijk is nadere regelen te stellen met betrekking tot de organisatie van de arbeidsvoorziening; Hebben goedgevonden en verstaan: Artikel 1 Er is een Directie voor de Arbeidsvoorziening, hierna te noemen de Directie, welke een onderdeel vormt van het Departement van Sociale Zaken en Volksgezondheid en welke omvat: a. het Rijksarbeidsbureau; b. de Rijksdienst voor de Aanvullende Werkgelegenheid. Artikel 2 De Directie heeft tot taak een doeltreffende arbeidsvoorziening te bevorderen. Deze taak omvat: a. de werkzaamheden, welke bij of krachtens het Koninklijk besluit van 17 Juli 1944, Stb. E 51, houdende regelen betreffende de arbeidsbemiddeling en de scholing, herscholing en omscholing, aan het Rijksarbeidsbureau zijn of worden opgedragen; b. de werkzaamheden, betrekking hebbende op de regulering van door het Departement van Sociale Zaken en Volksgezondheid te subsidiëren werken, behorende tot de aanvullende werkgelegenheid; c. de werkzaamheden, betrekking hebbende op de voorbereiding en het tot uitvoering komen van de onder b. bedoelde werken, voor zover deze werkzaamheden niet, in overeenstemming tussen Onze betrokken Ministers, aan andere Rijksdiensten zijn opgedragen, alsmede het vervoeren en huisvesten van werknemers, voor zover de arbeidsvoorziening zulks medebrengt; d. de bevordering van de uitvoering van werken, als bedoeld onder b, voor zover deze van civieltechnische aard zijn en zulks niet, in overeenstemming tussen Onze betrokken Ministers, aan andere Rijksdiensten is opgedragen. De werkzaamheden, genoemd onder b., c. en d. worden verricht door de Rijksdienst voor de Aanvullende Werkgelegenheid. Artikel 3 De Directie verricht voorts alle andere werkzaamheden op het gebied der arbeidsvoorziening, waarmede zij door Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid wordt belast. Artikel 4 De Directie werkt volgens de aanwijzingen van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid samen met andere Rijksorganen, met de provinciale besturen, met de besturen van andere openbare lichamen, met het bedrijfsleven en met instellingen en personen, welke daartoe in aanmerking komen. Onverminderd het bepaalde in het vorig lid worden bij de taakvervulling, bedoeld onder b, c en d van artikel 2, in acht genomen de door Onze genoemde Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken vast te stellen richtlijnen nopens inschakeling van en samenwerking met door Gedeputeerde Staten der onderscheidene provincies tot dit doel ingestelde commissies. Artikel 5 De leiding van de Directie is opgedragen aan een Directeur-Generaal. Artikel 6 Vervallen Artikel 7 Ter bevordering van de coördinatie van de zorg voor de aanvullende werkgelegenheid en van deze zorg met het financiële, monetaire, economische en sociale beleid stelt Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid een interdepartementaal Coördinatie-College voor Openbare Werken in en regelt de samenstelling en de werkwijze daarvan, zulks in overeenstemming met Onze Ministers van Binnenlandse Zaken, van Financiën, van Oorlog, van Wederopbouw en Volkshuisvesting, van Verkeer en Waterstaat, van Economische Zaken en van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening. Artikel 8 Het Organisatiebesluit D.U.W. 1948 wordt ingetrokken. Artikel 9 Tenzij daaromtrent door of vanwege Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid anders wordt bepaald, is aan de Directie opgedragen de afwikkeling van zaken, waarmede de Rijksdienst voor de Uitvoering van Werken (D.U.W.) was belast. Artikel 10 Het personeel, dat, hetzij krachtens aanstelling, hetzij op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, werkzaam is bij de Rijksdienst voor de Uitvoering van Werken (D.U.W.), is op zodanige voet overgegaan in dienst bij de Directie. Artikel 11 Dit besluit kan worden aangehaald als Organisatiebesluit Arbeidsvoorziening 1954 en werkt terug tot 1 Juli 1954. Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst. Soestdijk 5 Juli 1954 JULIANA. De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid a.i., W. DREES. de twintigste Juli 1954. De Minister van Justitie, L. A. DONKER,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.