De Vestigingswet Bedrijven 1954 van 25 februari 1954 stelt regels ter bevordering van een goede bedrijfsuitoefening. Zij vervangt de Vestigingswet Kleinbedrijf 1937 en maakt het mogelijk eisen te stellen aan de vestiging en uitoefening van aangewezen bedrijven.
De wet definieert begrippen als 'inrichting', 'beheerder' (die onmiddellijke leiding geeft aan een aangewezen bedrijf), 'bedrijfsleider' (die algemene leiding geeft aan een onderneming met een aangewezen bedrijf) en de bedrijfslichamen (product-, hoofdbedrijf- en bedrijfschappen) uit de Wet op de Bedrijfsorganisatie. Op basis daarvan kunnen bij algemene maatregel van bestuur bedrijven worden aangewezen waarvoor vestigingseisen gelden, bijvoorbeeld op het gebied van vakbekwaamheid, kredietwaardigheid of handelskennis. Doel is een goede bedrijfsuitoefening en het beschermen van consumenten en het bedrijfsleven tegen ondeskundige ondernemers.
De wet geldt voor ondernemers, beheerders en bedrijfsleiders van aangewezen bedrijven, en voor de instanties die vestigingsvergunningen verlenen en eisen stellen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.