De Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie van 16 september 1954 regelt de tuchtrechtelijke handhaving van verordeningen van hoofdbedrijf- en bedrijfschappen en van lichamen die zijn ingesteld ter gemeenschappelijke behartiging van belangen. Zij vormt het tuchtrechtelijke sluitstuk van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie.
De wet definieert 'lichaam' (de bedrijfslichamen en de lichamen ter gemeenschappelijke belangenbehartiging uit de Wet op de Bedrijfsorganisatie) en 'het College' (het College van Beroep voor het bedrijfsleven). Zij stelt de tuchtrechtelijke maatregelen vast die op overtreding van verordeningen van een lichaam kunnen worden gesteld: berisping, geldboete en openbaarmaking van de tuchtbeschikking. Verder regelt zij de tuchtrechtelijke procedure en de rechtsgang bij het College.
De wet geldt voor ondernemingen en ondernemers die onder de verordeningen van bedrijfslichamen vallen en tuchtrechtelijk kunnen worden aangesproken, en voor de tuchtrechtelijke instanties en het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.