Deze wet van 28 oktober 1954 aanvaardt het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Zij vormt de formele Nederlandse instemming met de nieuwe staatkundige rechtsorde tussen Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen.
De wet bepaalt in een enig artikel dat het bij de wet gevoegde Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden wordt aanvaard. Zij geeft daarmee uitvoering aan het op grond van (toenmalig) artikel 215 van de Grondwet gevoerde overleg en is de wet als bedoeld in artikel 218 van de Grondwet. Met de aanvaarding van het Statuut ontstaat een nieuwe rechtsorde waarin de landen van het Koninkrijk op voet van gelijkwaardigheid hun gemeenschappelijke belangen behartigen.
De wet betreft het Koninkrijk der Nederlanden als geheel en de landen die daarvan deel uitmaken, en raakt daarmee alle inwoners van het Koninkrijk.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.