Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Jachtwet

Waar gaat deze regeling over?

De Jachtwet van 3 november 1954 stelt bepalingen vast betreffende de jacht. Zij regelt de uitoefening van de jacht, de schade door wild en het behoud van een wildstand die met de belangen van de landbouw verenigbaar is.

Voor wie: De wet geldt voor jachthouders, jagers, grondgebruikers en jachtopzichters, en voor de Minister van Landbouw die de nadere regels vaststelt.

In één oogopslag

Land
Nederland
Rechtsgebied
Belastingrecht
Artikelen
97
Bron
wetten.overheid.nl
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Wat regelt deze regeling?

De wet definieert kernbegrippen zoals 'jagen' (het opsporen, bemachtigen of doden van wild en pogingen daartoe), 'jachthouder' (degene die het genot van de jacht heeft), 'landbouw', 'grondgebruiker' en 'jachtopzichter'. Zij regelt wie het jachtrecht heeft en onder welke voorwaarden, de aanwijzing van wildsoorten en jachtseizoenen, de eisen aan jachtakten en de vergoeding of voorkoming van schade die door wild aan de landbouw wordt toegebracht. Doel is een evenwicht tussen de jacht, de bescherming van het wild en de belangen van de landbouw.

Voor wie geldt deze regeling?

De wet geldt voor jachthouders, jagers, grondgebruikers en jachtopzichters, en voor de Minister van Landbouw die de nadere regels vaststelt.

Wat zijn de kernpunten?

  • Regeling van de uitoefening van de jacht.
  • Behoud van een met de landbouw verenigbare wildstand.
  • Regeling van wildschade en schadevergoeding.
  • Definities van jagen, jachthouder, grondgebruiker en jachtopzichter.

Belastingrecht

8

Belastingrecht

Wettekst

Wettekst
Inhoudsopgave (97)
  1. Artikel 1 1
  2. Artikel 2 Vervallen
  3. Artikel 2bis Vervallen
  4. Artikel 3 Vervallen
  5. Artikel 4 Vervallen
  6. Artikel 5 Vervallen
  7. Artikel 6 Vervallen
  8. Artikel 7 Vervallen
  9. Artikel 8 Vervallen
  10. Artikel 9 Vervallen
  11. Artikel 10 Vervallen
  12. Artikel 11 Vervallen
  13. Artikel 12 Vervallen
  14. Artikel 12a Vervallen
  15. Artikel 12b Vervallen
  16. Artikel 13 Vervallen
  17. Artikel 13a Vervallen
  18. Artikel 14 Vervallen
  19. Artikel 15 Vervallen
  20. Artikel 16 Vervallen
  21. Artikel 16a Vervallen
  22. Artikel 17 Vervallen
  23. Artikel 18 Vervallen
  24. Artikel 19 Vervallen
  25. Artikel 20 Vervallen
  26. Artikel 21 Vervallen
  27. Artikel 22 Vervallen
  28. Artikel 23 Vervallen
  29. Artikel 24 Vervallen
  30. Artikel 25 Vervallen
  31. Artikel 26 Vervallen
  32. Artikel 27 Vervallen
  33. Artikel 27a Vervallen
  34. Artikel 28 1
  35. Artikel 29 1
  36. Artikel 30
  37. Artikel 31
  38. Artikel 32
  39. Artikel 33 1
  40. Artikel 34
  41. Artikel 35 Vervallen
  42. Artikel 36 Vervallen
  43. Artikel 37
  44. Artikel 38 Vervallen
  45. Artikel 39 Vervallen
  46. Artikel 40 Vervallen
  47. Artikel 41 Vervallen
  48. Artikel 42 Vervallen
  49. Artikel 43 Vervallen
  50. Artikel 44 Vervallen
  51. Artikel 45 Vervallen
  52. Artikel 46 Vervallen
  53. Artikel 47 Vervallen
  54. Artikel 48 Vervallen
  55. Artikel 49 Vervallen
  56. Artikel 50 Vervallen
  57. Artikel 51 Vervallen
  58. Artikel 52 Vervallen
  59. Artikel 53 Vervallen
  60. Artikel 54 Vervallen
  61. Artikel 55 Vervallen
  62. Artikel 56 Vervallen
  63. Artikel 57 Vervallen
  64. Artikel 58 Vervallen
  65. Artikel 59 Vervallen
  66. Artikel 60 Vervallen
  67. Artikel 61 Vervallen
  68. Artikel 62 Vervallen
  69. Artikel 63 Vervallen
  70. Artikel 64 Vervallen
  71. Artikel 65 Vervallen
  72. Artikel 66 Vervallen
  73. Artikel 67 Vervallen
  74. Artikel 68 Vervallen
  75. Artikel 69 Vervallen
  76. Artikel 70 Vervallen
  77. Artikel 71 Vervallen
  78. Artikel 72 Vervallen
  79. Artikel 73 Vervallen
  80. Artikel 74 Vervallen
  81. Artikel 75 Vervallen
  82. Artikel 76 Vervallen
  83. Artikel 77 Vervallen
  84. Artikel 78 Vervallen
  85. Artikel 79 Vervallen
  86. Artikel 80 Vervallen
  87. Artikel 81 Vervallen
  88. Artikel 82 Vervallen
  89. Artikel 83 Vervallen
  90. Artikel 84 Vervallen
  91. Artikel 85 Vervallen
  92. Artikel 86 Vervallen
  93. Artikel 87 Vervallen
  94. Artikel 88 Vervallen
  95. Artikel 89 Vervallen
  96. Artikel 90 Vervallen
  97. Artikel 91 Vervallen

Wet van 3 november 1954, houdende bepalingen betreffende de jacht Jachtwet Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe bepalingen vast te stellen inzake de jacht en daarbij nieuwe regelingen te treffen met betrekking tot schade door wild en het behoud van een wildstand, welke met de belangen van de landbouw verenigbaar is;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Titel I

Algemene bepalingen

Artikel 11

Deze wet verstaat onder: "Onze Minister": Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; "jagen": het opsporen, bemachtigen of doden van wild en het doen van pogingen daartoe; "jachthouder": degene, die overeenkomstig het in de artikelen 4 en 6 bepaalde het gehele of gedeeltelijke genot heeft van de jacht; "landbouw": akkerbouw, weidebouw, tuinbouw, bosbouw, teelt van griendhout, veeteelt, pluimveeteelt en visserij; "grondgebruiker": degene, die gerechtigd is de grond te gebruiken, hetzij als eigenaar, hetzij krachtens een zakelijk recht, hetzij krachtens een pachtovereenkomst; "jachtopzichter": degene, die is belast met de bescherming van de jachtbelangen van een jachthouder en buitengewoon opsporingsambtenaar is; "kooiker": degene, die ingevolge artikel 39 als zodanig is geregistreerd; "wildhandelaar": ieder, die als ondernemer handel drijft in wild; "verzekerde": hij, wiens aansprakelijkheid overeenkomstig de bepalingen van deze wet is gedekt; "benadeelde": hij die schade heeft geleden, welke grond oplevert voor toepassing van de artikelen 12a en 12b van deze wet alsmede zijn rechtverkrijgenden.

2 Deze wet begrijpt onder: "grond": water; "veld": stranden, schorren, gorzen, kwelders, slikken, wadden, binnenwateren en territoriale wateren, alsmede wegen en paden, voorzover deze geacht kunnen worden deel uit te maken van een tot jachtbedrijf bestemd of geschikt terrein; "eieren": schalen van eieren; "dood wild": dood wild en delen van wild al dan niet geprepareerd of op andere wijze geschikt gemaakt om duurzaam te worden bewaard; "produkten van wild": al hetgeen afkomstig is van wild en al hetgeen geheel of gedeeltelijk is vervaardigd uit wild of uit delen daarvan alsmede alle goederen waarvan uit een begeleidend document, de verpakking, een merk of etiket of enige andere omstandigheid blijkt dat zij afkomstig zijn van of geheel of gedeeltelijk vervaardigd zijn uit wild of uit delen daarvan.

Artikel 2Vervallen

Artikel 2bisVervallen

Artikel 3Vervallen

Titel II

Vervallen

Artikel 4Vervallen

Artikel 5Vervallen

Artikel 6Vervallen

Artikel 7Vervallen

Artikel 8Vervallen

Artikel 9Vervallen

Artikel 10Vervallen

Artikel 11Vervallen

Titel III

Vervallen

Artikel 12Vervallen

Artikel 12aVervallen

Artikel 12bVervallen

Artikel 13Vervallen

Artikel 13aVervallen

Artikel 14Vervallen

Artikel 15Vervallen

Artikel 16Vervallen

Artikel 16aVervallen

Artikel 17Vervallen

Artikel 18Vervallen

Titel IV

Vervallen

Artikel 19Vervallen

Artikel 20Vervallen

Artikel 21Vervallen

Artikel 22Vervallen

Artikel 23Vervallen

Artikel 24Vervallen

Artikel 25Vervallen

Artikel 26Vervallen

Artikel 27Vervallen

Artikel 27aVervallen

Titel V

Het Jachtfonds

Artikel 281

Er is een openbaar lichaam, genaamd Jachtfonds, hetwelk tot taak heeft het in stand houden te bevorderen van niet tot het in artikel 8, eerste lid, genoemd wild behorende wildsoorten, welker handhaving in de vrije natuur waardevol is en de belangen van de landbouw met betrekking tot de jacht te dienen.

2 Het Jachtfonds tracht het in het eerste lid omschreven doel te bereiken door het ter hand nemen of bevorderen van wetenschappelijk onderzoek, het bevorderen van voorlichting en opleiding, het bevorderen van maatregelen tot voorkoming van schade door wild en door het treffen van andere maatregelen, welke voor de verwezenlijking van het in het eerste lid omschreven doel van belang kunnen zijn. Deze maatregelen kunnen ook bestaan in het verlenen van tegemoetkomingen in door wild aangerichte schade, met inachtneming van door Onze Minister te stellen regelen.

3 Het Jachtfonds is rechtspersoon en heeft zijn zetel te 's-Gravenhage.

Artikel 291

Het bestuur van het Jachtfonds bestaat uit negen leden.

2 Onze Minister benoemt de voorzitter en twee leden van het bestuur.

3 De overige zes leden van het bestuur worden benoemd door de door Ons aan te wijzen representatieve organisaties op het gebied van de landbouw, de jacht en de natuurbescherming.

4 Elk der in het derde lid bedoelde organisaties benoemt twee leden.

Artikel 30

Het bestuur regelt zijn werkwijze bij een reglement, hetwelk de instemming behoeft van Onze Minister. De artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 31

Onze Minister kan bepalen, dat de bestuursleden volgens door hem te stellen regelen een vergoeding genieten.

Artikel 32

Bij algemene maatregel van bestuur worden regelen vastgesteld betreffende het nemen van besluiten door het Jachtfonds, zijn dagelijkse leiding, zijn secretariaat, zijn vertegenwoordiging in en buiten rechte en zijn boekjaar.

Artikel 331

Jaarlijks vóór 1 september dient het bestuur bij Onze Minister een begroting van inkomsten en uitgaven voor het volgend boekjaar in. Deze begroting behoeft de instemming van Onze Minister.

2 Heeft Onze Minister niet ingestemd met de begroting vóór de aanvang van het boekjaar, waarvoor zij moet dienen, dan is het bestuur bevoegd tot het innen van inkomsten en het doen van uitgaven, in de begroting voorzien, voorzover Onze Minister daartegen geen bezwaren heeft gemaakt.

3 Onze Minister is bevoegd de begroting vast te stellen, indien daaromtrent met het bestuur geen overeenstemming wordt verkregen.

Artikel 34

Jaarlijks vóór 1 mei dient het bestuur bij Onze Minister een financieel verslag in over het afgelopen boekjaar met daarbij behorende balans en verlies- en winstrekening. Dit verslag behoeft de instemming van Onze Minister.

Artikel 35Vervallen

Artikel 36Vervallen

Artikel 37

Ten behoeve van het Jachtfonds kan het Rijk een bijdrage verlenen.

Titel VI

Vervallen

Artikel 38Vervallen

Artikel 39Vervallen

Artikel 40Vervallen

Artikel 41Vervallen

Artikel 42Vervallen

Titel VII

Vervallen

Artikel 43Vervallen

Artikel 44Vervallen

Artikel 45Vervallen

Artikel 46Vervallen

Artikel 47Vervallen

Artikel 48Vervallen

Artikel 49Vervallen

Artikel 50Vervallen

Artikel 51Vervallen

Artikel 52Vervallen

Artikel 53Vervallen

Artikel 54Vervallen

Artikel 55Vervallen

Artikel 56Vervallen

Artikel 57Vervallen

Artikel 58Vervallen

Artikel 59Vervallen

Titel VIII

Vervallen

Artikel 60Vervallen

Artikel 61Vervallen

Artikel 62Vervallen

Artikel 63Vervallen

Artikel 64Vervallen

Artikel 65Vervallen

Artikel 66Vervallen

Artikel 67Vervallen

Titel VIIIA Vervallen

Artikel 68Vervallen

Titel IX

Vervallen

Artikel 69Vervallen

Artikel 70Vervallen

Artikel 71Vervallen

Artikel 72Vervallen

Artikel 73Vervallen

Artikel 74Vervallen

Artikel 75Vervallen

Artikel 76Vervallen

Artikel 77Vervallen

Titel X

Vervallen

Artikel 78Vervallen

Artikel 79Vervallen

Artikel 80Vervallen

Artikel 81Vervallen

Artikel 82Vervallen

Artikel 83Vervallen

Artikel 84Vervallen

Artikel 85Vervallen

Artikel 86Vervallen

Artikel 87Vervallen

Artikel 88Vervallen

Artikel 89Vervallen

Artikel 90Vervallen

Artikel 91Vervallen

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Amsterdam 3 November 1954 JULIANA.

De Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, MANSHOLT.

De Minister van Financiën, VAN DE KIEFT.

De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen a.i., BEEL.

De Minister van Justitie, L. A. DONKER. de derde December 1954.

De Minister van Justitie, L. A. DONKER.

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.