act/gemeente/2024/CVDR696499 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm1740/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 2026-03-10 2026-03-10 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696499/nld@2026-04-07 /join/id/proc
Artikel 2.17 Toepassingsbereik 1.
De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Locatie agrarisch.
- De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel agrarisch. Artikel 2.18 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van de volgende functies: a. agrarische bedrijven, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.2.2; b. de uitoefening van grondgebonden agrarische activiteiten, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.2.3; c. het hobbymatig houden van dieren. Paragraaf 2.2.2 Agrarische bedrijven Artikel 2.19 Agrarisch bouwvlak Agrarische bedrijven zijn alleen toegestaan ter plaatse van de Functieaanduiding agrarisch bouwvlak. Artikel 2.20 Agrarisch bedrijven in de kernen Ter plaatse van de Functieaanduiding agrarisch bedrijven in de kernen zijn alleen de bestaand(e) agrarische bedrijven toegestaan. Artikel 2.21 Productiegebonden detailhandel Ter plaatse van een agrarisch bedrijf is productiegebonden detailhandel, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.58 toegestaan. Paragraaf 2.2.3 Grondgebonden agrarische activiteiten Artikel 2.22 Grondgebonden agrarische activiteiten
- Het gebruik van gronden ten behoeve van Grondgebonden agrarische activiteiten is toegestaan. Paragraaf 2.2.4 Beperkende regels voor agrarisch Artikel 2.23 Landelijke tuin
- Dit artikel is van toepassing ter plaatse van de Functieaanduiding landelijke tuin.
- Alleen het gebruik van gronden en bouwwerken voor een tuin, moestuin, boomgaard, akker, weide of daarmee gelijk te stellen doeleinde is toegestaan.
- Het is in ieder geval verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van: a. de opslag van mest; b. de opslag van goederen, materiaal en materieel in de openlucht; c. het gebruik als paardenbak, tennisbaan en zwembad. Afdeling 2.3 BEDRIJF Paragraaf 2.3.
Artikel 2.24 Toepassingsbereik 1.
De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Locatie bedrijf.
- De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel bedrijf. Artikel 2.25 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van de volgende functies: a. bedrijven, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.3.2; b. ondergeschikte detailhandel, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.59; c. buitenpandige opslag, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.33; d. productiegebonden detailhandel; en e. niet-zelfstandige kantoren. Paragraaf 2.3.2 Bedrijven Artikel 2.26 Bedrijfscategorieën
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een bedrijf is, tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald, alleen toegestaan indien het bedrijf valt onder categorie 1 of categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten - Kernen en in de kolom 'verkeer' een '1' scoort.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding bedrijf van categorie 3.1, is ook het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een bedrijf dat valt onder categorie 3.1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten - kernen toegestaan. Artikel 2.27 Risicobedrijven
- Bedrijven waar een activiteit plaatsvindt die in Bijlage VII t/m X bij het Besluit kwaliteit leefomgeving is aangewezen, zijn, tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald, uitsluitend toegestaan ter plaatse van de Functieaanduiding risicobedrijf toegestaan.
- Het eerste lid is niet van toepassing op: a. bedrijven waar een propaantank staat, voor zover:
- de afstanden genoemd in tabel 4.899 van het Besluit activiteiten leefomgeving en in Tabel A.7 van bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving binnen de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt uitgevoerd; en
- er geen andere activiteit uitgevoerd wordt die in Bijlage VII t/m X bij het Besluit kwaliteit leefomgeving is aangewezen.
- Activiteiten als bedoeld in artikel 3.30, 3.33 en 3.72, eerste lid, onder f van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn niet toegestaan. Artikel 2.28 Activiteiten die in aanzienlijke mate geluidhinder veroorzaken Bedrijven die activiteiten uitoefenen die in artikel 5.78b van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn aangewezen als activiteit die in aanzienlijke mate geluid kan veroorzaken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de Functieaanduiding activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken. Artikel 2.29 Specifieke bedrijvigheid
- Ter plaatse van de Functieaanduiding brandweerkazerne is ook het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een brandweerkazerne toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding garagebedrijf is ook het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een garagebedrijf toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding weg- en waterbouwbedrijf is ook het gebruik ten behoeve van het bestaande weg- en waterbouwbedrijf toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding gemeentewerf is ook het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van de bestaande gemeentewerf toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding metaalbewerkingsbedrijf is ook het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het bestaande metaalbewerkingsbedrijf dat valt in categorie 3.1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten - Kernen.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding goederenwegvervoerbedrijf is ook het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een goederenwegvervoerbedrijf toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg is ook het bestaande verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder de verkoop van lpg toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding verkooppunt motorbrandstoffen met lpg is ook het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van de verkoop van motorbrandstoffen inclusief de verkoop van lpg toegestaan, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.
- Artikel 2.30 Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg
- Het vulpunt, de afleverzuilen en de opslagtank ten behoeve van lpg worden zodanig gesitueerd dat de plaatsgebonden risicocontour binnen het Belemmeringengebied plaatsgebonden risico blijft. Artikel 2.31 Beperkende regels voor bedrijven
- Ter plaatse van de Functieaanduiding bedrijf - tuin is alleen het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een tuin toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding alleen opslag en stalling is alleen het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van de opslag en berging van goederen, alsmede de stalling van voertuigen ten dienste van de op het perceel toegestane functie toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding nutsvoorziening is alleen het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een nutsvoorziening toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding houtverwerkingsbedrijf is alleen het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van één houtverwerkingsbedrijf toegestaan.
- Ter plaatse van de Locatie brandweerkazerne Dodewaard is alleen het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een brandweerkazerne toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding gasdrukregel- en meetstation is alleen het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een gasdrukregel- en meetstation toegestaan. Artikel 2.32 Groothandel
- Ter plaatse van de Functieaanduiding groothandel niet toegestaan is het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een groothandel niet toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding groothandel toegestaan is het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een groothandel toegestaan. Artikel 2.33 Buitenpandige opslag Het gebruik van gronden ten behoeve van buitenpandige opslag is toegestaan onder de voorwaarden dat: a. buitenpandige opslag plaatsvindt achter de voorgevel van het dichtst bij de weg gesitueerde gebouw en het verlengde daarvan; en b. de hoogte van de buitenpandige opslag niet meer bedraagt dan 3 m. Paragraaf 2.3.3 Omgevingsplanactiviteit Subparagraaf 2.3.3.1 Ander bedrijf in de kernen Artikel 2.34 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken voor bedrijfsactiviteiten die anders zijn dan ingevolge paragraaf 2.3.2 is toegestaan. Artikel 2.35 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het bedrijf qua aard en omvang en invloed op het milieu en de omgeving gelijk te stellen is met de toegestane bedrijfsactiviteiten. Over de vergelijkbaarheid van de invloed op het milieu en de omgeving wordt advies gevraagd aan een onafhankelijke ter zake deskundige; b. het betreft geen activiteiten die in aanzienlijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken; c. het gaat om kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid; d. productie en/of laad- en loswerkzaamheden vinden alleen in de dagperiode plaats; en e. de activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig. Artikel 2.36 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gegevens en bescheiden verstrekt die het bevoegd gezag noodzakelijk acht ter onderbouwing van het bepaalde in artikel 2.35, waaronder in ieder geval: a. een beschrijving van de voorgenomen activiteit; b. een beschrijving van de te verwachten uitstoot van geluid, geur en stof; en c. een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen om de uitstoot van geluid, geur en stof in de omgeving te beperken. Artikel 2.37 Vergunningvoorschriften Met het oog op de beoordeling aan artikel 2.35 kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden, waaronder in ieder geval: a. het treffen van maatregelen of voorzieningen; en b. aan de bedrijfsactiviteit beperkingen stellen. Subparagraaf 2.3.3.2 Energie Opslag Systeem Artikel 2.38 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een Energie Opslag Systeem op te richten. Artikel 2.39 Beoordelingsregels
- De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de risico's op het gebied van externe veiligheid en met name brandveiligheid aanvaardbaar zijn.
- Over het bepaalde in het eerste lid wint het bevoegd gezag advies in bij de veiligheidsregio. Artikel 2.40 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de gegevens en bescheiden overlegd die nodig zijn voor de beoordeling aan artikel 2.
- Artikel 2.41 Vergunningvoorschriften Met het oog op de beoordeling aan artikel 2.39 kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden. Afdeling 2.4 CULTUUR EN ONTSPANNING Paragraaf 2.4.1 Evenementen Subparagraaf 2.4.1.1 Algemeen Artikel 2.42 Toepassingsbereik Deze regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Locatie evenementen als medegebruik. Subparagraaf 2.4.1.2 Evenementen als medegebruik Artikel 2.43 Algemene regel Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van evenementen als medegebruik is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. er dient sprake te zijn van een evenement in de vorm van een voor publiek bestemde uitvoering / verrichting van vermaak, op het gebied van sport, muziek of op sociaal-cultureel vlak; en b. het evenement duurt maximaal 7 (aaneengesloten) dagen. Subparagraaf 2.4.1.3 Omgevingsplanactiviteit evenementen als zelfstandig gebruik Artikel 2.44 Vergunningplicht Het is verboden om gronden en bouwwerken zonder omgevingsvergunning te gebruiken ten behoeve van een evenement dat niet voldoet aan het bepaalde in artikel 2.
- Artikel 2.45 Beoordelingsregel De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er dienen voldoende parkeerplaatsen al dan niet op eigen terrein beschikbaar te zijn. Van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de Nota Parkeernormen of de nadien gewijzigde beleidsregels met betrekking tot parkeren, zoals die gelden ten tijde van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning; b. er is vanuit milieuoogpunt (met name externe veiligheid en geluidhinder) sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; c. de aan te brengen voorzieningen dienen tijdelijk te zijn. Dit betekent dat het houden van een evenement niet mag leiden tot onomkeerbare voorzieningen en/of ingrepen; en d. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de binnen het gebied aanwezige waarden. Artikel 2.46 Aanvraagvereiste Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gegevens en bescheiden verstrekt die het bevoegd gezag noodzakelijk acht ter onderbouwing van het bepaalde in artikel 2.
- Artikel 2.47 Vergunningvoorschriften Met het oog op de beoordeling aan artikel 2.45 kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden. Afdeling 2.5 DETAILHANDEL Paragraaf 2.5.
Artikel 2.48 Toepassingsbereik 1.
De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Locatie detailhandel.
- De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel detailhandel. Artikel 2.49 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van de volgende functies: a. detailhandel, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.5.2; b. ondersteunende horeca, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.
- Artikel 2.50 Omvang en situering
- Ter plaatse van het Normgebied maximum bruto-vloeroppervlakte detailhandel bedraagt de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van detailhandel mag worden gebruikt niet meer dan met de Omgevingsnorm maximum bruto-vloeroppervlakte detailhandel is aangegeven.
- Detailhandel is, tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald, alleen toegestaan op de begane grond.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding detailhandel op eerste verdieping is detailhandel op de eerste verdieping toegestaan Artikel 2.51 Laden en lossen
- Indien op een perceel de Functieaanduiding laden en lossen is opgenomen, is het laden en lossen alleen ter plaatse van die aanduiding toegestaan.
- Bij maatwerkvoorschrift kunnen nadere eisen aan het laden en lossen worden gesteld.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding laden en lossen Drielplein Ochten geldt dat het laden en lossen uitsluitend is toegestaan met gesloten deuren van de laad- en losplaats en uitsluitend tussen 07.00 uur en 19.00 uur. Paragraaf 2.5.2 Detailhandel Artikel 2.52 Supermarkt
- Ter plaatse van de Functieaanduiding supermarkt niet toegestaan, is het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een supermarkt niet toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding supermarkt toegestaan is het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een supermarkt toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding kunststof winkelwagens met rubber wielen is het gebruik van de gronden ten behoeve van een supermarkt alleen toegestaan indien gebruik wordt gemaakt van kunststof winkelwagens met rubber wielen waarvan het bronvermogen Lwaeq niet hoger is dan 82 dB(A). Artikel 2.53 Volumineuze detailhandel
- Ter plaatse van de Functieaanduiding volumineuze detailhandel niet toegestaan, is volumineuze detailhandel niet toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding detailhandel in woninginrichting is volumineuze detailhandel toegestaan maar alleen in de vorm van detailhandel in woninginrichting waaronder meubels. Artikel 2.54 Detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen
- Detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke stoffen is niet toegestaan. Artikel 2.55 Verkoop van motorbrandstoffen
- Detailhandel in de vorm van verkoop van motorbrandstoffen is niet toegestaan. Artikel 2.56 Detailhandel in woninginrichting Ter plaatse van de Functieaanduiding uitsluitend detailhandel in woninginrichting toegestaan is alleen het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel in artikelen voor woninginrichting waaronder meubels toegestaan. Artikel 2.57 Overige regels
- De gronden en bouwwerken ter plaatse van de Functieaanduiding supermarkt Dokter M. van Drielplein Ochten mogen niet worden gebruikt ten behoeve van een supermarkt indien de gronden ter plaatse van de Functieaanduiding supermarkt Dokter M. van Drielplein 1 Ochten worden gebruikt ten behoeve van een supermarkt. Paragraaf 2.5.3 Productiegebonden detailhandel Artikel 2.58 Productiegebonden detailhandel bij de functie agrarisch
- Dit artikel is van toepassing indien dat elders in dit omgevingsplan is bepaald.
- De oppervlakte aan productiegebonden detailhandel bij de functie agrarisch bedraagt niet meer bedraagt dan 100 m². Paragraaf 2.5.4 Ondergeschikte detailhandel Artikel 2.59 Ondergeschikte detailhandel bij functie bedrijf
- Dit artikel is van toepassing indien dat elders in dit omgevingsplan is bepaald.
- De oppervlakte aan ondergeschikte detailhandel bij de functie bedrijf bedraagt niet meer dan 10% van de bedrijfsvloeroppervlakte met een maximum van 50 m². Artikel 2.60 Ondergeschikte detailhandel bij functie dienstverlening
- Dit artikel is van toepassing indien dat elders in dit omgevingsplan is bepaald.
- De oppervlakte aan ondergeschikte detailhandel bij de functie dienstverlening bedraagt niet meer dan 10% van de bedrijfsvloeroppervlakte met een maximum van 10 m
- Afdeling 2.6 DIENSTVERLENING Paragraaf 2.6.
Artikel 2.61 Toepassingsbereik 1.
De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Locatie dienstverlening.
- De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel dienstverlening. Artikel 2.62 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van de volgende functies: a. dienstverlening; b. ondergeschikte detailhandel, overeenkomstig het bepaalde in 2.60; c. ondersteunende horeca, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.
- Artikel 2.63 Omvang en situering
- Dienstverlening is alleen toegestaan op de begane grond.
- Ter plaatse van het Normgebied maximum bruto-vloeroppervlakte dienstverlening bedraagt de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van dienstverlening mag worden gebruikt niet meer dan met de Omgevingsnorm maximaal bruto-vloeroppervlakte dienstverlening is aangegeven. Paragraaf 2.6.2 Omgevingsplanactiviteit dienstverlening op locatie detailhandel Artikel 2.64 Vergunningplicht Ter plaatse van de Locatie detailhandel is het verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van dienstverlening Artikel 2.65 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien er aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast. Dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; b. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de parkeersituatie ter plaatse; c. het gebruik mag niet leiden tot een onaanvaardbare verkeersdruk ter plaatse; d. het leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving; en e. de dienstverlening is alleen op de begane grond toegestaan Artikel 2.66 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden in ieder geval de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn voor de toetsing aan artikel 2.
- Artikel 2.67 Vergunningvoorschriften Aan de omgevingsvergunning kunnen gelet op het bepaalde in artikel 2.65 voorschriften worden verbonden. Afdeling 2.7 GROEN Paragraaf 2.7.1 Stedelijk groen Subparagraaf 2.7.1.
Artikel 2.68 Toepassingsbereik 1.
De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Locatie stedelijk groen.
- De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel stedelijk groen. Artikel 2.69 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van de volgende functies: a. groenvoorzieningen; b. speelvoorzieningen; c. hondenuitlaatplaatsen; d. beeldende kunstwerken; e. parkeervoorzieningen overeenkomstig het bepaalde in subparagraaf 2.7.1.2; f. in- en uitritten overeenkomstig het bepaalde in subparagraaf 2.7.1.
- Subparagraaf 2.7.1.2 Parkeervoorzieningen en in- en uitritten Artikel 2.70 Parkeervoorzieningen Alleen de bestaande parkeervoorzieningen zijn toegestaan. Artikel 2.71 In- en uitritten Alleen de bestaande in- en uitritten zijn toegestaan. Paragraaf 2.7.2 Landelijk groen Subparagraaf 2.7.2.
Artikel 2.72 Toepassingsbereik 1.
De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Locatie landelijk groen.
- De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel landelijk groen. Artikel 2.73 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van de volgende functies: a. grasvelden; b. weilanden met voorzieningen zoals paardenbakken; c. parkeervoorzieningen overeenkomstig het bepaalde in subparagraaf 2.7.2.2; d. in- en uitritten overeenkomstig het bepaalde in subparagraaf 2.7.2.2 e. evenementen als medegebruik als bedoeld in subparagraaf 2.4.1.
- Subparagraaf 2.7.2.2 Parkeervoorzieningen en in- en uitritten Artikel 2.74 Parkeervoorzieningen Alleen de bestaande parkeervoorzieningen zijn toegestaan. Artikel 2.75 In- en uitritten Alleen de bestaande in- en uitritten zijn toegestaan. Paragraaf 2.7.3 Omgevingsplanactiviteit nieuwe parkeervoorziening en in- en uitritten Artikel 2.76 Vergunningplicht
- Het is verboden om zonder omgevingsvergunning nieuwe parkeervoorzieningen en in- en uitritten aan te leggen.
- Het verbod van het eerste lid geldt niet voor het vervangen van bestaande parkeervoorzieningen en in- en uitritten voor zover deze in overeenstemming met het omgevingsplan zijn aangelegd. Artikel 2.77 Beoordelingsregel De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien er geen onevenredige aantasting van de groenstructuur plaatsvindt. Artikel 2.78 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gegevens en bescheiden verstrekt die het bevoegd gezag noodzakelijk acht ter onderbouwing van het bepaalde in artikel 2.
- Artikel 2.79 Vergunningvoorschriften Met het oog op de beoordeling aan artikel 2.77 kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden. Afdeling 2.8 HORECA Paragraaf 2.8.
Artikel 2.80 Toepassingsbereik 1.
De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Locatie horeca.
- De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel horeca. Artikel 2.81 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruik ten behoeve van horecabedrijven, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.8.
- Artikel 2.82 Omvang en situering
- Horeca is uitsluitend op de begane grond toegestaan, tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding hotel is horeca op de verdieping toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding horeca op de verdieping is horeca op de verdieping toegestaan.
- Ter plaatse van de Locatie centrum is horeca in de vorm van logies en een overnachtingsmogelijkheid op de verdieping toegestaan. Artikel 2.83 Maatwerkvoorschrift terras Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen over de exploitatie van een terras om onaanvaardbare hinder voor het woon- en leefklimaat tegen te gaan. Paragraaf 2.8.2 Horecabedrijven Artikel 2.84 Horeca categorieën
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horecabedrijven in horeca categorie 1 en horeca categorie 2a is toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding horeca categorie 2b, is het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een horecabedrijf in horeca categorie 2b toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding horeca categorie 3 is het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een horecabedrijf in horeca categorie 3 toegestaan. Artikel 2.85 Specifieke horecabedrijven
- Ter plaatse van de Functieaanduiding café is het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een café toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding hotel is het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een hotel toegestaan. Paragraaf 2.8.3 Ondersteunende horeca Artikel 2.86 Ondersteunende horeca bij functie detailhandel
- Dit artikel is van toepassing indien dat elders in dit omgevingsplan is bepaald.
- Het bedrijfsvloeroppervlak aan ondersteunende horeca bij de functie detailhandel mag niet meer bedragen dan 20% van het totale winkelvloeroppervlak tot een maximum van 35 m² van het winkelvloeroppervlak. Artikel 2.87 Ondersteunende horeca bij functie dienstverlening
- Dit artikel is van toepassing indien dat elders in dit omgevingsplan is bepaald.
- Het bedrijfsvloeroppervlak aan ondersteunende horeca bij de functie dienstverlening mag niet meer bedragen dan 20% van het totale bedrijfsvloeroppervlak tot een maximum van 35 m2 van het bedrijfsvloeroppervlak. Artikel 2.88 Ondersteunende horeca bij functie maatschappelijk
- Dit artikel is van toepassing indien dat elders in dit omgevingsplan is bepaald.
- Het bedrijfsvloeroppervlak aan ondersteunende horeca mag niet meer bedragen dan 20% van het totale bedrijfsvloeroppervlak tot een maximum van 35 m2 van het bedrijfsvloeroppervlak, tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald.
- Het bedrijfsvloeroppervlak aan ondersteunende horeca mag ter plaatse van de Functieaanduiding grotere oppervlakte ondersteunende horeca, niet meer bedragen dan 175 m².
- Indien op een perceel de Functieaanduiding terras toegestaan is opgenomen is een terras alleen ter plaatse van die Functieaanduiding toegestaan. Paragraaf 2.8.4 Omgevingsplanactiviteit Subparagraaf 2.8.4.1 Ander horecabedrijf Artikel 2.89 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een ander horecabedrijf dan ingevolge het bepaalde in 2.84 is toegestaan. Artikel 2.90 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het mag geen ernstige c.q. onevenredige hinder opleveren voor het woon- en leefklimaat en de openbare orde; b. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse of er wordt in de onmiddellijke omgeving voorzien in voldoende parkeervoorzieningen; c. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in de omgeving; d. het leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. Artikel 2.91 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gegevens en bescheiden verstrekt die het bevoegd gezag noodzakelijk acht ter onderbouwing van het bepaalde in artikel 2.
- Artikel 2.92 Vergunningvoorschriften Met het oog op de beoordeling aan artikel 2.90 kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden, waaronder in ieder geval: a. het treffen van maatregelen en voorzieningen; en b. aan de horeca-activiteit beperkingen stellen. Subparagraaf 2.8.4.2 Horeca op de verdieping Artikel 2.93 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning in afwijking van het bepaalde in 2.82 de verdieping van gebouwen te gebruiken ten behoeve van horeca. Artikel 2.94 Beoordelingsregels
- De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien: a. de horecafunctie op de verdieping betreft een uitbreiding van een bestaand horecabedrijf op de begane grond binnen dezelfde toegestane horecacategorie; b. het mag geen ernstige c.q. onevenredige hinder opleveren voor het woon- en leefklimaat en de openbare orde; c. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de parkeersituatie ter plaatse of er wordt in de onmiddellijke omgeving voorzien in voldoende parkeervoorzieningen. Van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de Nota Parkeernormen of de nadien gewijzigde beleidsregels met betrekking tot parkeren, zoals die gelden ten tijde van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning; d. het gebruik mag niet leiden tot een onaanvaardbare verkeersdruk e. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in de omgeving; f. uit milieuoogpunt bestaan geen bezwaren voor horeca op de verdieping; g. het leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.
- In afwijking van het eerste lid onder a kan de omgevingsvergunning ook worden verleend tegelijk met het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.
- Artikel 2.95 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gegevens en bescheiden verstrekt die het bevoegd gezag noodzakelijk acht ter onderbouwing van het bepaalde in artikel 2.
- Artikel 2.96 Vergunningvoorschriften Met het oog op de beoordeling aan artikel 2.94 kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden, waaronder in ieder geval: a. het treffen van maatregelen en voorzieningen; en b. aan de horeca-activiteit beperkingen stellen. Subparagraaf 2.8.4.3 Nieuwe horeca in het centrum Artikel 2.97 Toepassingsbereik De regels in deze subparagraaf gelden ter plaatse van de Locatie centrum. Artikel 2.98 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op andere locaties dan aangegeven in artikel 2.84, gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een horecabedrijf. Artikel 2.99 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het mag geen ernstige c.q. onevenredige hinder opleveren voor het woon- en leefklimaat en de openbare orde; b. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse of er wordt in de onmiddellijke omgeving voorzien in voldoende parkeervoorzieningen; c. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in de omgeving; d. het leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. Artikel 2.100 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gegevens en bescheiden verstrekt die het bevoegd gezag noodzakelijk acht ter onderbouwing van het bepaalde in artikel 2.
- Artikel 2.101 Vergunningvoorschriften Met het oog op de beoordeling aan artikel 2.99 kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden, waaronder in ieder geval: a. het treffen van maatregelen en voorzieningen; en b. aan de horeca-activiteit beperkingen stellen. Afdeling 2.9 KANTOOR Paragraaf 2.9.
Artikel 2.102 Toepassingsbereik 1.
De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Locatie kantoor.
- De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel kantoor. Artikel 2.103 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van kantoren, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.9.
- Artikel 2.104 Omvang en situering
- Kantoren zijn alleen toegestaan op de begane grond, tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding kantoor op de verdieping, is een kantoor op de verdieping toegestaan.
- Ter plaatse van het Normgebied maximum bruto-vloeroppervlakte kantoor bedraagt de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van kantoor mag worden gebruikt niet meer dan met de Omgevingsnorm maximale bruto-vloeroppervlakte kantoor is aangegeven. Paragraaf 2.9.2 Kantoor Artikel 2.105 Kantoor met baliefunctie Ter plaatse van de Functieaanduiding kantoor met baliefunctie, is alleen het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een kantoor met baliefunctie toegestaan. Artikel 2.106 Kantoor zonder baliefunctie Ter plaatse van de Functieaanduiding kantoor zonder baliefunctie, is alleen het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een kantoor zonder baliefunctie toegestaan. Afdeling 2.10 MAATSCHAPPELIJK Paragraaf 2.10.
Artikel 2.107 Toepassingsbereik 1.
De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Locatie maatschappelijk.
- De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel maatschappelijk. Artikel 2.108 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van de volgende functies: a. maatschappelijke doeleinden, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.10.2; b. sport- en speelvoorzieningen; c. ondersteunende horeca, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.
- Artikel 2.109 Omvang en situering
- Ter plaatse van de Functieaanduiding maatschappelijke doeleinden uitsluitend op begane grond, zijn maatschappelijke voorzieningen uitsluitend op de begane grond toegestaan.
- Ter plaatse van het Normgebied maximum bedrijfsvloeroppervlak maatschappelijk bedraagt de maximum bedrijfsvloeroppervlakte die ten behoeve van maatschappelijke doeleinden mag worden gebruikt niet meer dan met de Omgevingsnorm maximale bedrijfsvloeroppervlak maatschappelijk is aangegeven. Paragraaf 2.10.2 Maatschappelijke doeleinden Artikel 2.110 Maatschappelijke doeleinden
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van voorzieningen en/of activiteiten ten behoeve van openbaar bestuur, openbare dienstverlening, religie, verenigingsleven, onderwijs met bijbehorende sport- en gymnastieklokalen, (kinder)dagopvang, naschoolse opvang, opvoeding, bibliotheek, lichamelijke en/of geestelijke gezondheid van mens en dier is toegestaan.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een zorginstelling is toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding intramuraal wonen is ook het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van intramuraal wonen toegestaan.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van asielzoekerscentrum, crematorium, opvang van dieren, justitiële inrichting of militaire zaken is niet toegestaan. Artikel 2.111 Beperkende regels voor maatschappelijke doeleinden
- Ter plaatse van de Functieaanduiding begraafplaats is alleen het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een begraafplaats toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding school, is alleen het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een school toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding religie is alleen het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van religie toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding uitsluitend parkeerterrein, is uitsluitend het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van parkeervoorzieningen toegestaan. Artikel 2.112 Huisartsenpost
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding huisartsenpost.
- Er is alleen een huisartsenpost toegestaan.
- Het aantal behandelkamers dat gebruikt wordt door een huisarts, mag niet meer dan 6 bedragen. Artikel 2.113 Locatie Betuwestraat Noord
- Dit artikel geldt ter plaatse van de de Functieaanduiding maatschappelijke voorziening Betuwestraat Noord.
- Maatschappelijke doeleinden zijn alleen toegestaan in de vorm van een kerk, een school met gymzaal en ondersteunde maatschappelijke voorzieningen ten behoeve van een school.
- Voor een kerk gelden de volgende regels: a. het bruto vloeroppervlak bedraagt niet meer dan 4.450 m2 bvo; b. het bebouwd oppervlak bedraagt niet meer dan 2.260 m2; en c. het aantal zitplaatsen bedraagt niet meer dan 1.750;
- Voor een school gelden de volgende regels: a. het bruto vloeroppervlak bedraagt niet meer dan 2.900 m2 bvo; en b. het bebouwd oppervlak bedraagt niet meer dan 1.100 m2
- Voor een gymzaal gelden de volgende regels: a. het bruto vloeroppervlak bedraagt niet meer dan 518 m2 bvo; en b. het bebouwd oppervlak bedraagt niet meer dan 518 m2;
- Het bruto vloeroppervlak ten behoeve van andere dan de in de vorige leden genoemde maatschappelijke functies bedraagt niet meer dan 840 m2 bvo.
- Het bruto vloeroppervlak ten behoeve van een fietsenstalling/berging ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen bedraagt niet meer dan 500 m2 bvo. Artikel 2.114 Locatie Dr. M. van Drielplein
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding maatschappelijk Dr. M. van Drielplein.
- Het gebruik van ruimten voor het ten gehore brengen van onversterkte muziek alleen toegestaan op de eerste verdieping van het hoofdgebouw.
- Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid, zijn ramen en deuren gesloten, met uitzondering van de situatie voor het onmiddelijk doorlaten van personen.
- De entree van het hoofdgebouw wordt voorzien van een 'geluidsluis' waarbij, tijdens het ten gehore brengen van muziek, altijd één van de deuren (binnen- of buitendeur) gesloten is. Paragraaf 2.10.3 Omgevingsplanactiviteit Subparagraaf 2.10.3.1 Jongerenontmoetingsplaats (JOP) Artikel 2.115 Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Functieaanduiding omgevingsplanactiviteit jongerenontmoetingsplaats. Artikel 2.116 Vergunningplicht
- Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een jongerenontmoetingsplaats (JOP) te realiseren.
- Het verbod van het eerste lid geldt niet voor bestaande jongerenontmoetingsplaatsen die op het moment van inwerkingtreding van dit artikel in gebruik waren overeenkomstig het op dat moment geldende omgevingsplan of verleende omgevingsvergunning. Artikel 2.117 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de situering van de jongerenontmoetingsplaats mag niet leiden tot een aantasting van de verkeers- en/of parkeersituatie; en b. er is geen sprake van een onevenredige aantasting van het woon-, leef- en ondernemersklimaat. Artikel 2.118 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gegevens en bescheiden verstrekt die het bevoegd gezag noodzakelijk acht ter onderbouwing van het bepaalde in artikel 2.
- Artikel 2.119 Vergunningvoorschriften Met het oog op de beoordeling aan artikel 2.117 kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden. Artikel 2.120 Maatwerkvoorschrift bestaande jongerenontmoetingsplaatsen Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen over het gebruik van jongerenontmoetingsplaatsen om onaanvaardbare hinder voor het woon- en leefklimaat tegen te gaan. Afdeling 2.11 NATUUR Paragraaf 2.11.
Artikel 2.121 Toepassingsbereik 1.
De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Locatie natuur. 2. De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel natuur. Artikel 2.122 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van natuurgebied. Afdeling 2.12 RECREATIE Paragraaf 2.12.1 Volkstuin Subparagraaf 2.12.1.
Artikel 2.123 Toepassingsbereik 1.
De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Locatie volkstuin. 2. De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel volkstuin. Artikel 2.124 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van een volkstuin. Paragraaf 2.12.2 Verblijfsrecreatie Afdeling 2.13 SPORT Paragraaf 2.13.
Artikel 2.125 Toepassingsbereik 1.
De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Locatie sport. 2. De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel sport. Artikel 2.126 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van de volgende functies: a. sportvoorzieningen, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13.2; b. ondergeschikte niet-commerciële maatschappelijke activiteiten; c. ondersteunende horeca. Artikel 2.127 Maatwerkvoorschrift Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen over de exploitatie van de functies genoemd in artikel 2.126 om onaanvaardbare hinder voor het woon- en leefklimaat tegen te gaan. Paragraaf 2.13.2 Sportvoorzieningen Artikel 2.128 Lawaaisporten Het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van lawaaisporten zoals autocircuit, kartbaan, motorcrossterrein en modelvliegtuigbaan, is niet toegestaan. Afdeling 2.14 VERKEER Paragraaf 2.14.1 Railverkeer Subparagraaf 2.14.1.
Artikel 2.129 Toepassingsbereik 1.
De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Locatie railverkeer. 2. De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel railverkeer. Artikel 2.130 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van de volgende functies: a. spoorwegvoorzieningen; b. wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie; c. verblijfsvoorzieningen. Paragraaf 2.14.2 Verblijfsgebied Subparagraaf 2.14.2.
Artikel 2.131 Toepassingsbereik 1.
De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Locatie verblijfsgebied.
- De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel verblijfsgebied. Artikel 2.132 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van de volgende functies: a. voorzieningen voor verkeer, vervoer en verblijf overeenkomstig het bepaalde in subparagraaf 2.14.2.2; b. hondenuitlaatplaatsen; c. terrassen; d. speelvoorzieningen; e. standplaatsen voor ambulante handel; f. beeldende kunstwerken. Artikel 2.133 Maatwerkvoorschrift ambulante handel Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen over de uitoefening van ambulante handel om onaanvaardbare hinder voor het woon- en leefklimaat tegen te gaan. Artikel 2.134 Maatwerkvoorschrift terras Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen over de exploitatie van een terras om onaanvaardbare hinder voor het woon- en leefklimaat tegen te gaan. Subparagraaf 2.14.2.2 Verblijfsgebied Artikel 2.135 Calamiteitenroute
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding calamiteitenroute.
- Voorzieningen voor verkeer, vervoer en verblijf zijn alleen toegestaan in de vorm van een verbinding voor: a. langzaam verkeer; en b. calamiteitenverkeer. Paragraaf 2.14.3 Verkeer Subparagraaf 2.14.3.
Artikel 2.136 Toepassingsbereik 1.
De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Locatie verkeer. 2. De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel verkeer. Artikel 2.137 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van wegen met bijbehorende voorzieningen zoals bruggen. Afdeling 2.15 WATER Paragraaf 2.15.
Artikel 2.138 Toepassingsbereik 1.
De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Locatie water. 2. De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel water. Artikel 2.139 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van de volgende functies: a. waterhuishoudkundige doeleinden; b. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer en waterberging; c. beeldende kunstwerken; en d. bruggen en andere waterstaatswerken. Afdeling 2.16 WONEN Paragraaf 2.16.1 Wonen in de kernen Subparagraaf 2.16.1.
Artikel 2.140 Toepassingsbereik 1.
De regels in deze paragraaf zijn van toepassing ter plaatse van de Locatie wonen.
- De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel wonen. Artikel 2.141 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor de volgende functies: a. het wonen in een woning overeenkomstig het bepaalde in subparagraaf 2.16.1.2; b. werken aan huis overeenkomstig het bepaalde in subparagraaf 2.16.1.
- Subparagraaf 2.16.1.2 Wonen Artikel 2.142 Beperkende regels
- Ter plaatse van de Functieaanduiding beperking hoogte beplanting en bebouwing, is het aanwezig hebben van beplanting of bebouwing hoger dan 0,5 m niet toegestaan. Artikel 2.143 Kamerbewoning
- Het gebruik van bouwwerken ten behoeve van kamerbewoning is, tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald, niet toegestaan.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding kamerbewoning toegestaan is het gebruik van bouwwerken ten behoeve van kamerbewoning toegestaan. Artikel 2.144 Wonen in het centrum
- Dit artikel is van toepassing ter plaatse van de Functieaanduiding wonen in het centrum.
- Wonen is, tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald, alleen toegestaan op de verdieping.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding wonen op de begane grond is wonen op de begane grond toegestaan. Subparagraaf 2.16.1.3 Werken aan huis Artikel 2.145 Woon-/werkeenheid Ter plaatse van de Functieaanduiding woon-/werkeenheid toegestaan, is het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een woon-/werkeenheid toegestaan. Artikel 2.146 Aan huis gebonden ambacht
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding aan huis gebonden ambacht toegestaan.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een aan huis gebonden ambacht is toegestaan.
- De activiteit genoemd in het tweede lid moet aan de volgende voorwaarden voldoen: a. het bruto-vloeroppervlak bedraagt niet meer dan 100 m2; b. de hoofdgebruiker dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. er mogen maximaal 2 parkeerplaatsen in het openbaar gebied worden gebruikt. d. er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit; e. buitenopslag is niet toegestaan. Artikel 2.147 Niet-publieksgerichte beroeps- en bedrijfsactiviteit aan huis
- Het gebruik van een deel van een (bedrijfs)woning en/of de aangebouwde bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit is toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 50 m² van het vloeroppervlak van de woning (begane grond + verdiepingen) met inbegrip van aangebouwde en vrijstaande bijbehorende bouwwerken, mag worden gebruikt voor een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; b. degene die de activiteiten in de woning of het daarbij behorende bijbehorende bouwwerken zal uitvoeren, is tevens de bewoner van de woning; c. activiteiten die vergunningplichtig zijn krachtens Besluit activiteiten leefomgeving zijn niet toegestaan; d. detailhandel mag niet plaatsvinden; e. buitenopslag is niet toegestaan; f. er mogen maximaal 2 parkeerplaatsen in het openbaar gebied worden gebruikt.
- Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen over de uitoefening van een niet-publieksgerichte beroeps- en bedrijfsactiviteit aan huis om onaanvaardbare hinder voor het woon- en leefklimaat tegen te gaan. Subparagraaf 2.16.1.4 Omgevingsplanactiviteit nieuwe woning Artikel 2.148 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een nieuwe woning op een bouwperceel te realiseren. Artikel 2.149 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de woning mag in de bouwwijze vrijstaand worden gerealiseerd of de bouwwijze van een aanwezige woning veranderen, zolang niet meer dan één extra woning wordt mogelijk gemaakt; b. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt bij een vrijstaande woning aan twee zijden en bij twee aaneengebouwde woningen aan één zijde niet minder dan 3 m; c. de maatvoering sluit aan op de stedenbouwkundige karakteristiek van de omgeving; d. er is geen sprake van een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving; e. uit milieuoogpunt bestaan geen bezwaren voor vestiging van de woning; f. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; g. de woning dient direct vanaf de openbare weg te worden ontsloten en dient zich op diezelfde openbare weg te oriënteren; h. de afstand van het hoofdgebouw tot de achterste perceelsgrens dient tenminste 8 m te bedragen. Artikel 2.150 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gegevens en bescheiden verstrekt die het bevoegd gezag noodzakelijk acht ter onderbouwing van het bepaalde in artikel 2.
- Artikel 2.151 Vergunningvoorschriften Met het oog op de beoordeling aan artikel 2.149 kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden. Subparagraaf 2.16.1.5 Omgevingsplanactiviteit wonen op de begane grond Artikel 2.152 Toepassingsbereik De regels in deze subparagraaf gelden ter plaatse van de Functieaanduiding wonen in het centrum. Artikel 2.153 Vergunningplicht
- Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van het wonen op de begane grond.
- Het verbod van het eerste lid geldt niet ter plaatse van de Functieaanduiding wonen op de begane grond. Artikel 2.154 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien er voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. gebruik van de begane grond door de functies detailhandel, dienstverlening, horeca of maatschappelijke doeleinden is redelijkerwijs binnen afzienbare tijd niet mogelijk; b. uit milieuoogpunt bestaan geen bezwaren tegen vestiging van de woning. Artikel 2.155 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gegevens en bescheiden verstrekt die het bevoegd gezag noodzakelijk acht ter onderbouwing van het bepaalde in artikel 2.
- Artikel 2.156 Vergunningvoorschriften Met het oog op de beoordeling aan artikel 2.154 kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden, waaronder in ieder geval het aantal woningen dat wordt toegestaan. Paragraaf 2.16.2 Woonwagens Artikel 2.157 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf zijn van toepassing ter plaatse van de Locatie woonwagens.
- De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel wonen in woonwagens. Artikel 2.158 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor het wonen in een woonwagen. Paragraaf 2.16.3 Bedrijfswoningen Subparagraaf 2.16.3.
Artikel 2.159 Toepassingsbereik 1.
De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Locatie bedrijfswoning.
- De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel wonen in een bedrijfswoning. Artikel 2.160 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van het wonen in een bedrijfswoning. Artikel 2.161 Aantal bedrijfswoningen
- Per aanduidingsvlak is 1 bedrijfswoning toegestaan. Subparagraaf 2.16.3.2 Omgevingsplanactiviteit omzetting bedrijfswoning Artikel 2.162 Vergunningplicht Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning een bedrijfswoning om te zetten naar een reguliere woning. Artikel 2.163 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de omzetting geen gevolgen heeft voor de exploitatie van bedrijven; b. ter plaatse van de voormalige bedrijfswoning sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Artikel 2.164 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken worden gegevens en bescheiden verstrekt ter onderbouwing van het bepaalde in artikel 2.
- Artikel 2.165 Vergunningvoorschriften Met het oog op de beoordeling aan artikel 2.163 kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden. Paragraaf 2.16.4 Zorgwoningen Subparagraaf 2.16.4.
Artikel 2.166 Toepassingsbereik 1.
De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Locatie zorgwoning. 2. De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel wonen in een zorgwoning. Artikel 2.167 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van het wonen in een zorgwoning. Paragraaf 2.16.5 Woongebied Subparagraaf 2.16.5.
Artikel 2.168 Toepassingsbereik 1.
De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Locatie woongebied.
- De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel woongebied. Artikel 2.169 Gebruiksdoelomschrijving
- De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van de volgende functies: a. wonen; b. voorzieningen voor verkeer, vervoer en verblijf, waaronder in ieder geval parkeervoorzieningen en voet- en fietspaden; c. speelvoorzieningen; d. hondenuitlaatplaatsen. Subparagraaf 2.16.5.2 Omgevingsplanactiviteit woongebied (wonen - uit te werken) Artikel 2.170 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf zijn van toepassing ter plaatse van de Locatie woongebied - uit te werken. Artikel 2.171 Vergunningplicht
- Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te transformeren.
- Onder transformeren wordt verstaan het gebruiken van de gronden ten behoeve van de in artikel 2.169 genoemde functies. Artikel 2.172 Beoordelingsregel De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien er sprake is van: a. een goede omgevingskwaliteit; b. een passende stedenbouwkundige structuur; c. een voldoende bijdrage aan de woningbouwopgave in de gemeente en een gevarieerd aanbod van woonruimte; d. een klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte; e. een doelmatige wegenstructuur en ontsluiting; en f. voldoende parkeerplaatsen. Van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de Nota Parkeernormen of de nadien gewijzigde beleidsregels met betrekking tot parkeren, zoals die gelden ten tijde van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning. Artikel 2.173 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de gegevens en bescheiden verstrekt die het bevoegd gezag noodzakelijk acht ter onderbouwing van het bepaalde in artikel 2.172 waaronder in ieder geval een inrichtingsplan als bedoeld in subparagraaf 4.2.4.
- Artikel 2.174 Vergunningvoorschriften Met het oog op de beoordeling aan artikel 2.172 kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden. Paragraaf 2.16.6 Publieksgerichte beroeps- en bedrijfsactiviteit aan huis Artikel 2.175 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een deel van een (bedrijfs)woning en/of de aangebouwde bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van een publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit te gebruiken. Artikel 2.176 Uitzondering vergunningplicht
- Het verbod van artikel 2.175 geldt niet ter plaatse van de Functieaanduiding publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit toegestaan.
- Het verbod van artikel 2.175 geldt niet voor bestaande publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten die op het moment van inwerkingtreding van dit artikel in gebruik waren overeenkomstig het op dat moment geldende omgevingsplan of verleende omgevingsvergunning. Artikel 2.177 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 50 m² van het vloeroppervlak van de woning (begane grond + verdiepingen) met inbegrip van aangebouwde en vrijstaande bijbehorende bouwwerken, mag worden gebruikt voor aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; b. degene die de activiteiten in de woning of de aangebouwde bijbehorende bouwwerken zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; d. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving; e. detailhandel mag niet plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en uitsluitend in verband met die activiteit; f. buitenopslag is niet toegestaan; g. er mogen maximaal 2 parkeerplaatsen in het openbaar gebied worden gebruikt. Artikel 2.178 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gegevens en bescheiden verstrekt die het bevoegd gezag noodzakelijk acht ter onderbouwing van het bepaalde in artikel 2.
- Artikel 2.179 Vergunningvoorschriften Met het oog op de beoordeling aan artikel 2.177 kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden. Paragraaf 2.16.7 Bed & breakfast Artikel 2.180 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning in een (bedrijfs)woning en/of daarbij behorende aangebouwde bouwwerken een bed & breakfast te exploiteren. Artikel 2.181 Uitzondering vergunningplicht Het verbod van artikel 2.180 geldt niet voor een bestaande bed en breakfast die op het moment van inwerkingtreding van dit artikel in gebruik waren overeenkomstig het op dat moment geldende omgevingsplan of verleende omgevingsvergunning. Artikel 2.182 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de bed & breakfast is uitsluitend toegestaan in de woning en/of aangebouwde bijbehorende bouwwerken; b. het gebruik ten behoeve van de bed & breakfast is gekoppeld en ondergeschikt aan de woonfunctie van de woning; c. het vloeroppervlak van de bed & breakfast mag in niet meer bedragen dan 25% van het vloeroppervlak van de woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 80 m²; d. er mag tegelijkertijd aan niet meer dan vier personen in maximaal 4 kamers bed & breakfast worden geboden; e. de bed & breakfastvoorziening mag door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet kunnen functioneren als een zelfstandige woning. Dit betekent in ieder geval dat een aparte kookgelegenheid bij de voorziening is niet toegestaan; f. als gevolg van de bed & breakfast mogen geen onevenredige nadelige gevolgen ontstaan voor het woon- en leefklimaat van omwonenden en de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven. Artikel 2.183 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gegevens en bescheiden verstrekt die het bevoegd gezag noodzakelijk acht ter onderbouwing van het bepaalde in artikel 2.
- Artikel 2.184 Vergunningvoorschriften Met het oog op de beoordeling aan artikel 2.182 kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden. Paragraaf 2.16.8 Huisvesting in verband met mantelzorg Artikel 2.185 Mantelzorg bestaand bouwwerk Het gebruik van een bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg is toegestaan. Paragraaf 2.16.9 Doelgroepen woningen Artikel 2.186 Maximale huurprijs sociale en middeldure huurwoningen
- Sociale huurwoningen hebben een huurprijs tot aan de liberalisatiegrens. Deze wordt jaarlijks vastgesteld conform de betreffende MG Circulaire met betrekking tot o.a. huurprijsgrenzen.
- (Gereguleerde) middeldure huurwoningen hebben een huurprijs vanaf de liberalisatiegrens tot ten hoogste € 1.123,- (prijspeil 2024) en vervolgens jaarlijks vastgesteld conform de betreffende MG Circulaire met betrekking tot o.a. huurprijsgrenzen. Artikel 2.187 Koopprijsgrenzen en gebruiksoppervlak betaalbare koopwoningen
- Een betaalbare koopwoning dient een gebruiksoppervlak van ten minste 30 m² te hebben.
- De koopprijs vrij op naam voor een betaalbare koopwoning met een gebruiksoppervlak tot 50m² bedraagt ten hoogste € 250.000,- voor een woning met een gebruiksoppervlak van 50 tot 70m² ten hoogste € 275.000,- voor een woning met een gebruiksoppervlak vanaf 70m² ten hoogste € 350.000,-.
- De in het eerste lid bedoelde maximale koopprijzen worden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig het percentage waarmee de liberalisatiegrens wordt aangepast, zoals opgenomen in de jaarlijkse MG Circulaire met betrekking tot o.a. huurprijsgrenzen, en afgerond op een veelvoud van € 500.,-
- In overeenkomsten met ontwikkelende partijen worden indexatie-afspraken gemaakt vanaf prijspeildatum tot aan het moment van start verkoop, een en ander in lijn met het bepaalde in dit artikel.
- Het gebruiksoppervlak van een betaalbare koopwoning mag gedurende een periode van 5 jaar na de eerste oplevering niet worden vergroot. Artikel 2.188 Doelgroep sociale huurwoning De doelgroep voor sociale huurwoningen bestaat uit huishoudens met een huishoudinkomen tot maximaal de DAEB-inkomensgrens (in 2024: € 44.699,- voor een eenpersoonshuishouden en € 52.671,- voor een meerpersoonshuishouden). Artikel 2.189 Doelgroep geliberaliseerde woning voor middenhuur De doelgroep voor geliberaliseerde woningen voor middenhuur bestaat uit huishoudens met een huishoudinkomen tot maximaal 1,5 keer de lage DAEB-inkomensgrens. Artikel 2.190 Doelgroep betaalbare koopwoning De doelgroep voor betaalbare koopwoningen bestaat uit huishoudens met een huishoudinkomen tot maximaal 1,5 keer de lage DAEB-inkomensgrens. Artikel 2.191 Differentiatie woningbouw
- Tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald, dienen woningbouwplannen van tenminste 20 woningen minimaal 30% sociale huurwoningen, 20% betaalbare koopwoningen tot € 350.000,- en 15% woningen voor middenhuur of koopwoningen tot € 395.000,- te omvatten.
- Tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald, dienen woningbouwplannen van minder dan 20 woningen in minimaal 30% sociale huurwoningen en 35% geliberaliseerde woningen voor middenhuur of betaalbare koopwoningen tot de NHG grens te omvatten. Indien dit om praktische redenen niet mogelijk is, zal in samenspraak met de ontwikkelaar worden bezien of compensatie op een andere locatie van deze ontwikkelaar mogelijk is. Artikel 2.192 Differentiatie woningbouw - specifieke locaties
- Ter plaatse van de Functieaanduiding sociale huurwoning 30%, mogen niet minder dan 30% van het aantal totaal te bouwen woningen worden gebouwd als sociale huurwoning als bedoeld in artikel 5.161c van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding sociale koopwoning 10%, mogen niet minder dan 10% van het aantal totaal te bouwen woningen worden gebouwd als sociale koopwoning als bedoeld in artikel 5.161c van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding sociale huurwoning 20%, mogen niet minder dan 20% van het aantal totaal te bouwen woningen worden gebouwd als sociale huurwoning als bedoeld in artikel 5.161c van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
- Ter plaatse van de Functieaanduiding sociale huur of koop 20%, mogen niet minder dan 20% van het aantal totaal te bouwen woningen worden gebouwd als sociale huurwoning of sociale koopwoning als bedoeld in artikel 5.161c van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
- Ter plaatse van de Locatie Herenland-West Opheusden betreft minimaal 21 woningen een sociale huurwoning als bedoeld in artikel 5.161c van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
- Ter plaatse van de Locatie Oranjehof Ochten betreft minimaal 12 woningen een sociale huurwoning als bedoeld in artikel 5.161c van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Artikel 2.193 Instandhoudingstermijn
- Sociale huurwoningen worden ten minste vijfentwintig jaar na ingebruikname onafgebroken in stand gehouden voor de in artikel 2.188 omschreven doelgroep.
- Geliberaliseerde woningen voor middenhuur worden ten minste vijftien jaar na ingebruikname onafgebroken in stand gehouden voor de in artikel 2.189 omschreven doelgroep.
- Betaalbare koopwoningen worden ten minste vijf jaar na ingebruikname onafgebroken in stand gehouden voor de in artikel 2.190 omschreven doelgroep als betaalbare koopwoning. Artikel 2.194 Aanbieding en toewijzing
- Het aanbieden van een sociale huurwoning dient te geschieden conform de met de corporaties overeengekomen toewijzingscriteria voor sociale verhuur.
- Het gestelde in dit artikel geldt niet voor andere partijen dan toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Woningwet, indien de gemeente instemt met een ontheffing. Artikel 2.195 Rapportageverplichtingen huurwoningen
- De verhuurder dient op verzoek van het college een rapportage te overleggen waaruit blijkt dat ten aanzien van de verhuur is voldaan aan de verplichtingen voortvloeiend uit dit plan.
- Het gestelde in dit artikel geldt niet voor toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Woningwet. Artikel 2.196 Maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld, of een vergunningvoorschrift kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.22 worden verbonden, over het bepaalde in deze paragraaf.
- Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van het bepaalde in deze paragraaf. Artikel 2.197 Levensloopbestendig
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding levensloopbestendige woning.
- Het aantal woningen dat in de bouwwijze levensloopbestendig wordt gerealiseerd bedraagt niet minder dan met de Omgevingsnorm minimum aantal levensloopbestendige woningen is aangegeven. Afdeling 2.17 RIOOLLEIDING Artikel 2.198 Toepassingsbereik
- De regels in deze afdeling gelden ter plaatse van de Beschermingszone rioolleiding.
- De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel rioolleiding. Artikel 2.199 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van de aanleg en instandhouding van een rioolpersleiding. Afdeling 2.18 WATERKERING Paragraaf 2.18.1 Algemene regel Artikel 2.200 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gelden ter plaatse van de Beschermingszone waterkering en de Functieaanduiding vrijwaringszone dijk.
- De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel waterkering. Artikel 2.201 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van de aanleg, instandhouding en verbetering van een waterkering. Afdeling 2.19 PRIMAIRE WATERGANG Artikel 2.202 Toepassingsbereik
- De regels in deze afdeling gelden ter plaatse van de Beschermingszone primaire watergang.
- De gronden zijn aangewezen voor het Gebruiksdoel primaire watergang. Artikel 2.203 Gebruiksdoelomschrijving De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van de bescherming, het beheer en de verbetering van een watergang. Afdeling 2.20 FUNCTIES OP SPECIFIEKE LOCATIES Paragraaf 2.20.1 Algemeen Artikel 2.204 Toepassingsbereik De regels in deze afdeling gaan over specifieke functies op specifieke locaties. Paragraaf 2.20.2 Bedrijf Artikel 2.205 Groothandel in en reparatie en onderhoud van scooters en bromfietsen
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding groothandel in en reparatie en onderhoud van scooters en bromfietsen.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van de groothandel in scooters en bromfietsen is toegestaan.
- Het bruto vloeroppervlak van de activiteit bedoeld in het tweede lid, mag niet meer bedragen dan 80 m².
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van de reparatie en het onderhoud van scooters en bromfietsen is toegestaan. Artikel 2.206 Groothandel in fruit
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding fruitgroothandel.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een groothandel in fruit is toegestaan. Artikel 2.207 Meubelstoffeerderij
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding meubelstoffeerderij.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een meubelstoffeerderij is toegestaan. Artikel 2.208 Installatiebedrijf
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding installatiebedrijf.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een installatiebedrijf is toegestaan. Artikel 2.209 Bakkerij
- Dit artikel is van toepassing ter plaatse van de Functieaanduiding bakkerij.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een bakkerij is toegestaan. Artikel 2.210 Buitenpandige opslag
- Dit artikel is van toepassing ter plaatse van de Functieaanduiding buitenpandige opslag.
- Het gebruik van gronden ten behoeve van buitenpandige opslag is toegestaan. Artikel 2.211 Roboticabedrijf
- Dit artikel is van toepassing ter plaatse van de Functieaanduiding roboticabedrijf.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van de ontwikkeling, reparatie en vermarkten van robotica/systemen en roboticacomponenten is toegestaan.
- De bruto-vloeroppervlakte van de activiteit genoemd in het tweede lid mag niet meer dan 125 m² bedragen
- Het gebruik van gronden buiten de gebouwen ten behoeve van opslag of ander bedrijfsmatig gebruik, met uitzondering van het parkeren van voertuigen, is verboden. Artikel 2.212 Binnenpandige opslag
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding binnenpandige opslag toegestaan.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van binnenpandige opslag is toegestaan. Paragraaf 2.20.3 Centrum Artikel 2.213 Beperking milieucategorie - 1
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding beperking milieucategorie -
- Het gebruik van gronden en bouwwerken is uitsluitend toegestaan indien de activiteiten vallen onder categorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten - kernen. Artikel 2.214 Beperking milieucategorie - 2
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding beperking milieucategorie -
- Het gebruik van gronden en bouwwerken is uitsluitend toegestaan indien de activiteiten vallen onder categorie 1 of categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten - kernen. Paragraaf 2.20.4 Cultuur en ontspanning Artikel 2.215 Atelier
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding atelier.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een atelier is toegestaan. Artikel 2.216 Atelier met theeschenkerij
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding atelier met theeschenkerij.
- De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van een atelier met theeschenkerij.
- Het bruto vloeroppervlak van de activiteit genoemd in het tweede lid mag niet meer bedragen dan 125 m². Paragraaf 2.20.5 Detailhandel Artikel 2.217 Detailhandel in woninginrichting
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Locatie uitsluitend detailhandel in woninginrichting.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel in artikelen voor woninginrichting waaronder meubels toegestaan. Artikel 2.218 Detailhandel in scooters en bromfietsen
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding detailhandel in scooters en bromfietsen.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel in scooters en bromfietsen is toegestaan.
- Het bruto vloeroppervlak mag, samengenomen met de activiteit als bedoeld in artikel 2.205, vierde lid, niet meer bedragen dan 70 m². Artikel 2.219 Detailhandel in fietsen
- Dit artikel is van toepassing ter plaatse van de Functieaanduiding detailhandel in fietsen.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel in fietsen is toegestaan. Artikel 2.220 Detailhandel in landbouwmachines
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding verhuur en verkoop van landbouwmachines.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel in landbouwmachines is toegestaan. Artikel 2.221 Volumineuze detailhandel
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding volumineuze detailhandel toegestaan.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van volumineuze detailhandel is toegestaan. Artikel 2.222 Bruidsmodezaak
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding bruidsmodezaak.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een bruidsmodezaak is toegestaan.
- Het gebruik is uitsluitend op de begane grond toegestaan. Paragraaf 2.20.6 Dienstverlening Artikel 2.223 Fotostudio
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding fotostudio.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een fotostudio is toegestaan. Artikel 2.224 Kapsalon
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding kapsalon.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een kapsalon is toegestaan. Paragraaf 2.20.7 Horeca Artikel 2.225 Café en zalencentrum - 1
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding café en zalencentrum -
- De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van een café en zalencentrum.
- Het bruto-vloeroppervlak van de activiteit genoemd in het tweede lid mag niet meer bedragen dan 485 m². Artikel 2.226 Café en zalencentrum - 2
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding café en zalencentrum -
- De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van een café en zalencentrum.
- Het bruto-vloeroppervlak van de activiteit genoemd in het tweede lid mag niet meer bedragen dan 250 m².
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een terras is alleen aan de zuidzijde van het bouwvlak toegestaan.
- De oppervlakte van het terras mag niet meer bedragen dan 45 m². Artikel 2.227 Cafetaria
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding cafetaria.
- De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van een cafetaria. Paragraaf 2.20.8 Kantoor Paragraaf 2.20.9 Maatschappelijk Artikel 2.228 Peuterspeelzaal
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding peuterspeelzaal.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een peuterspeelzaal is toegestaan. Paragraaf 2.20.10 Verkeer Artikel 2.229 Volière
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding volière.
- Het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van een volière is toegestaan. Artikel 2.230 Garagebox
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding garagebox.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een garagebox is toegestaan.
- Het gebruik anders dan voor de stalling van (motor)voertuigen en voor berging als medegebruik is niet toegestaan. Artikel 2.231 Parkeerterrein
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding parkeerterrein.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een parkeerterrein is toegestaan. Artikel 2.232 Openbare parkeerplaatsen
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding openbare parkeerplaatsen.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van openbare parkeerplaatsen is toegestaan. Paragraaf 2.20.11 Sport Artikel 2.233 Recreatieve sportactiviteiten
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding recreatieve sportactiviteiten.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van recreatieve sportactiviteiten in de sport- en gymnastieklokalen is toegestaan. Hoofdstuk 3 GEBRUIK - THEMA'S Afdeling 3.1 Thematische regels over gebruik van gronden en bouwwerken Paragraaf 3.1.1 Algemeen Artikel 3.1 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken. Paragraaf 3.1.2 Inrichten en gebruiken van bij een hoofdgebouw behorend erf en erfbebouwing Artikel 3.2 Inrichten en gebruik van het bij een hoofdgebouw behorend erf en erfbebouwing
- Het gebruik van het bij een hoofdgebouw behorend erf is in overeenstemming met een in hoofdstuk 2 aan een locatie gegeven gebruiksdoel.
- Onder het gebruik van een bij een hoofdgebouw behorend erf dat in overeenstemming is met een in hoofdstuk 2 aan een locatie gegeven gebruiksdoel wordt verstaan een inrichting en gebruik op een wijze die naar algemene maatstaven als een normale inrichting en gebruik van het bijbehorende erf wordt beschouwd. Paragraaf 3.1.3 Parkeren Artikel 3.3 Wijzigen van bestaand gebruik
- Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 2 is het verboden het bestaande gebruik te wijzigen naar een andere vorm van gebruik, wanneer niet voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein aanwezig is.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van het bepaalde in het eerste lid, indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- en stallingruimte wordt voorzien; en c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- de parkeersituatie in de openbare ruimte; en
- de woon- en leefsituatie. Artikel 3.4 Voldoende parkeergelegenheid Van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien (voor onder andere aantallen en maatvoering) wordt voldaan aan de Nota Parkeernormen of de nadien gewijzigde beleidsregels met betrekking tot parkeren, zoals die gelden ten tijde van het wijzigen van het bestaande gebruik. Artikel 3.5 Wijzigen aantal parkeerplaatsen op eigen terrein
- Het is verboden het aantal parkeerplaatsen, dat op eigen terrein feitelijk beschikbaar is, te verminderen.
- Het eerste lid is niet van toepassing als het aantal parkeerplaatsen dat feitelijk beschikbaar komt op eigen terrein passend blijft binnen de voor het legaal bestaand gebruik geldende parkeernorm. Artikel 3.6 Specifieke locaties
- Ter plaatse van de Functieaanduiding parkeren - 1 dienen bij vrijstaande woningen en twee-aaneengebouwde woningen ten minste 2 parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd en in stand gehouden. Paragraaf 3.1.4 Laden en lossen Artikel 3.7 Specifieke zorgplicht Voor het laden- en lossen geldt dat: a. in, op of onder de bebouwing, dan wel op of onder het onbebouwd terrein wordt voorzien in voldoende laad- en losruimte; b. het laden- en lossen niet leidt tot onevenredig overlast in de omgeving. Artikel 3.8 Maatwerkvoorschrift Bij maatwerkvoorschrift kunnen, gelet op het bepaalde in artikel 3.7, nadere eisen worden gesteld aan de situering en uitvoering van het laden- en lossen. Paragraaf 3.1.5 Bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie Artikel 3.9 Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf gaan over het wijzigen van het gebruik van een gebouw op een zodanige wijze dat er een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie ontstaat. Artikel 3.10 Informatieplicht
- Ten minste vier weken voor het wijzigen van het gebruik zoals bedoeld in artikel 3.9 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens verstrekt: a. een voorafgaand bodemonderzoek zoals bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving (voorafgaand onderzoek); en b. als de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem, zoals bedoeld in artikel 4.73 wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.
- De resultaten van een bodemonderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML conform de meest recente versie van het protocol SIKB
- Artikel 3.11 Bodemonderzoek op Locatie uitgebreid bodemonderzoek Als het gaat om een locatie in een gebied dat is aangewezen als Locatie uitgebreid bodemonderzoek dan moeten de resultaten van het onderzoek zoals bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving waaronder in ieder geval de resultaten van een verkennend bodemonderzoek (volgens NEN 5740) worden ingediend. Artikel 3.12 Bodemonderzoek op Locatie alternatief bodemonderzoek Als het gaat om een locatie in een gebied dat is aangewezen als Locatie alternatief bodemonderzoek lood’ dan moeten de resultaten van het onderzoek zoals bedoeld in paragraaf. 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving waaronder in ieder geval de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen van lood in de laag tot 0,5 m-mv worden ingediend. Artikel 3.13 Maatregelen bij overschrijding waarde toelaatbare kwaliteit
- Het gebruiken van een gebouw als bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie is uitsluitend toegestaan als de bodemkwaliteit voldoet aan de toelaatbare bodemkwaliteit zoals bedoeld in artikel 4.73 of als uit de gegevens blijkt dat aannemelijk is dat sanerende of beschermende maatregelen worden getroffen waardoor gezondheidsrisico’s worden weggenomen.
- Het gebruiken van een gebouw als bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie is pas toegestaan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop er een of meer sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen. Paragraaf 3.1.6 Geluidgevoelig gebouw in geluidsaandachtsgebied Artikel 3.14 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf zijn van toepassing ter plaatse van een geluidsaandachtsgebied.
- De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op het wijzigen van het gebruik van een gebouw naar een: a. woonfunctie of nevengebruiksfuncties daarvan; b. onderwijsfunctie of nevengebruiksfuncties daarvan; c. gezondheidszorgfunctie met bedgebied of nevengebruiksfuncties daarvan; of d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied of nevengebruiksfuncties daarvan.
- Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder geluid uitsluitend verstaan het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen.
- Bij de toepassing van deze paragraaf blijft een beoordeling voor de geluidbronsoort Industrieterreinen buiten toepassing voor zover het gaat om industrieterreinen waarvoor nog geen geluidproductieplafonds als bedoeld in artikel 2.11a of 2.12a Omgevingswet zijn vastgesteld.
- Deze paragraaf is niet van toepassing als de wijziging van gebruik naar een geluidgevoelig gebouw reeds betrokken is bij een wijziging van het omgevingsplan, een verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, een verleende omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, of een verleende omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de toenmalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel 3.15 Meet- en rekenbepalingen Op het bepalen van het geluid op een gevel zijn de meet- en rekenvoorschriften, gesteld bij en krachtens de Omgevingswet, van toepassing. Artikel 3.16 Waar waarden gelden De waarden voor het geluid gelden: a. als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel; b. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen; c. in afwijking van onder a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen; en d. als het gaat om een geluidgevoelige ruimte: in de geluidgevoelige ruimte. Artikel 3.17 Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning het gebruik van een gebouw te wijzigen naar een: a. woonfunctie of nevengebruiksfuncties daarvan; b. onderwijsfunctie of nevengebruiksfuncties daarvan; c. gezondheidszorgfunctie met bedgebied of nevengebruiksfuncties daarvan; of d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied of nevengebruiksfuncties daarvan. Artikel 3.18 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.17, wordt alleen verleend als a. het met de wijziging beoogde gebruik niet in strijd is met artikel 2.3; en b. geluid op de gevel van het geluidgevoelig gebouw, met het oog op de bescherming van de gezondheid, aanvaardbaar is. Artikel 3.19 Wanneer is geluid aanvaardbaar (standaardwaarde)
- Van een aanvaardbaar geluid op de gevel van het geluidgevoelig gebouw is in elk geval sprake als het geluid op de gevel niet hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 3.19: Tabel 3.20: Standaardwaarde geluid op een geluidgevoelig gebouw per bronsoort Geluidbronsoort Grenswaarde Provinciale wegen en rijkswegen 50 Lden Gemeentewegen enwaterschapswegen 53 Lden Lokale spoorwegen enhoofdspoorwegen 55 Lden Industrieterreinen 50 Lden 540 Lnight
- Artikel 5.78t, tweede, derde en vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving is van overeenkomstige toepassing. Artikel 3.20 Overschrijding van de standaardwaarde
- Wanneer het geluid op de gevel van het geluidgevoelig gebouw hoger is dan de in artikel 3.19 bedoelde standaardwaarde kan het geluid aanvaardbaar zijn als: a. geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen; b. de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; en c. het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 3.20: Tabel 3.21: Grenswaarde geluid op een geluidgevoelig gebouw per bronsoort Geluidbronsoort Grenswaarde Provinciale wegen en rijkswegen 60 Lden Gemeentewegen en waterschapswegen 70 Lden Lokale spoorwegen enhoofdspoorwegen 65 Lden Industrieterreinen 55 Lden 45 Lnight
- Geluidbeperkende maatregelen als bedoeld in het eerste lid worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.
- Als de aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.17, betrekking heeft op een gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan, en geluidbeperkende maatregelen om aan de standaardwaarden te voldoen, gelet op het bepaalde in het tweede lid niet doelmatig of bezwaarlijk zijn, is sprake van een aanvaardbare geluidbelasting als elke afzonderlijke woning beschikt over een geluidluwe gevel waarop ten hoogste de standaardwaarde, bedoeld in artikel 3.19, is berekend.
- Als de aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 3.17, betrekking heeft op een gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan, en geluidbeperkende maatregelen om aan de standaardwaarden te voldoen gelet op het bepaalde in het tweede lid niet doelmatig of bezwaarlijk zijn en niet elke afzonderlijke woning beschikt over een geluidluwe gevel waarop ten hoogste de standaardwaarde, bedoeld in artikel 3.19, is berekend, kan sprake zijn van een aanvaardbare geluidbelasting als: a. elke afzonderlijke woning beschikt over een bijna-geluidluwe gevel; en b. zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen.
- Artikel 5.78u, tweede en vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving is van overeenkomstige toepassing. Artikel 3.21 Belang van een geluidluwe gevel Bij de toepassing van artikel 3.20 wordt het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel betrokken. Artikel 3.22 Beoordelen aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid
- Bij de toepassing van artikel 3.20 wordt de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw beoordeeld.
- Bij het bepalen van het gecumuleerde geluid wordt in ieder geval betrokken: a. voor een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied van een weg, spoorweg of industrieterrein: het geluid door die geluidbronsoort; b. voor een geluidgevoelig gebouw binnen de 48 Lden geluidcontour of, voor zover de geldende geluidcontouren in Kosteneenheden zijn uitgedrukt, binnen de 20 Kosteneenheden geluidcontour van een luchthaven waarvoor op grond van de Wet luchtvaart een luchthavenindelingbesluit, een luchthavenbesluit of een besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven is vereist: het geluiddoor luchtvaart; c. voor een geluidgevoelig gebouw waarop het geluid door een windturbine of een windpark op eenindustrieterrein hoger is dan 43 Lden: het geluid door die windturbine of dat windpark; en d. voor een geluidgevoelig gebouw waarop het geluid door een civiele buitenschietbaan, eenmilitaire buitenschietbaan of een militair springterrein op een industrieterrein hoger is dan 50 BS,dan: het geluid door die buitenschietbaan of dat springterrein.
- Op het bepalen van het gecumuleerde geluid zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing. Artikel 3.23 Bepalen van gezamenlijk geluid Bij de toepassing van artikel 3.20 wordt het gezamenlijk geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen bepaald en in de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.17, vastgelegd. Artikel 3.24 Vergunningvoorschriften Aan de omgevingsvergunning worden de voorschriften verbonden die nodig zijn met het oog op het voorkomen van onaanvaardbare geluidhinder. Artikel 3.25 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt een rapport verstrekt: a. waaruit de mate van geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw blijkt; en b. waarin, indien nodig in verband met een overschrijding van de standaardwaarde, inzicht wordt gegeven in de maatregelen die worden genomen met het oog op de bescherming van de gezondheid. Paragraaf 3.1.7 Geluidgevoelig gebouw in geluidzone industrie Artikel 3.26 Toepassingsbereik De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing ter plaatse van de Aandachtsgebied geluidzone industrie (Wgh). Artikel 3.27 Oogmerk De regels van deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op het tegengaan van een te hoge geluidbelasting vanwege industrielawaai op geluidgevoelige gebouwen. Artikel 3.28 Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning het gebruik van een gebouw te wijzigen naar een: a. woonfunctie of nevengebruiksfuncties daarvan; b. onderwijsfunctie of nevengebruiksfuncties daarvan; c. gezondheidszorgfunctie met bedgebied of nevengebruiksfuncties daarvan; of d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied of nevengebruiksfuncties daarvan. Artikel 3.29 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als er een hogere grenswaarde is vastgesteld als bedoeld in de Wet geluidhinder. Artikel 3.30 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt ten behoeve van het bepaalde in artikel 3.29 een akoestisch onderzoek verstrekt. Artikel 3.31 Vergunningvoorschriften Met het oog op het belang van artikel 3.27 kunnen aan de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken voorschriften worden verbonden. Paragraaf 3.1.8 Gewasbeschermingsmiddelen Subparagraaf 3.1.8.1 Verboden Artikel 3.32 Gebruik chemische gewasbeschermingsmiddelen
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding spuitvrije zone.
- Het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen is niet toegestaan. Artikel 3.33 Verboden gebruik - voor gewasbestrijdingsmiddelen gevoelige functies
- Dit artikel geldt ter plaatse van de Functieaanduiding gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies.
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies is niet toegestaan.
- Onder een voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functie als bedoeld in het tweede lid wordt gebruik van gronden en/of gebouwen voor functies waar mensen langdurig verblijven en daarmee een groter risico lopen op blootstelling aan (drift van) gewasbeschermingsmiddelen verstaan. Hieronder worden in ieder geval begrepen: a. (recreatie)woningen met bijbehorende tuin(en); b. bedrijfsgebouwen waar men langdurig verblijft, zoals detailhandel en kantoren; c. de volgende gebouwen met bijbehorende terreinen: scholen, kinderdagverblijven, zorginstellingen, recreatieverblijven en andere in aard daarmee gelijk te stellen functies. Paragraaf 3.1.9 Externe veiligheid Subparagraaf 3.1.9.1 Plaatsgebondenrisico Artikel 3.34 Toepassingsbereik
- De regels in deze subparagraaf gelden ter plaatse van het Belemmeringengebied plaatsgebonden risico.
- Het bepaalde in artikel 3.35 en artikel 3.36 geldt ook ter plaatse van het Belemmeringengebied gasdruk en regelstation. Artikel 3.35 Verbod gebruik zeer kwetsbaar gebouw
- Het is verboden om een gebouw te gebruiken als zeer kwetsbaar gebouw. Artikel 3.36 Verbod gebruik kwetsbaar gebouw of locatie
- Het is verboden om een gebouw te gebruiken als kwetsbaar gebouw of gronden als kwetsbare locatie.
- Het verbod bedoeld in het eerste lid geldt niet voor kwetsbare gebouwen of kwetsbare locaties die een functionele binding hebben met de activiteit waarvoor het Belemmeringengebied plaatsgebonden risico is opgenomen. Artikel 3.37 Verbod gebruik beperkt kwetsbaar gebouw of locatie
- Het is verboden om een gebouw te gebruiken als beperkt kwetsbaar gebouw of gronden als beperkt kwetsbare locatie.
- Het verbod bedoeld in het eerste lid geldt niet voor beperkt kwetsbare gebouwen of beperkt kwetsbare locaties die een functionele binding hebben met de activiteit waarvoor het Belemmeringengebied plaatsgebonden risico is opgenomen.
- Het verbod bedoeld in het eerste lid geldt niet voor bestaande beperkt kwetsbare gebouwen die op het moment van inwerkingtreding van dit artikel in gebruik waren overeenkomstig het op dat moment geldende bestemmingsplan of verleende omgevingsvergunning. Subparagraaf 3.1.9.2 Aandachtsgebied Artikel 3.38 Toepassingsbereik
- De regels in deze subparagraaf gelden ter plaatse van de gebieden bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
- Ter plaatse van het Brandaandachtsgebied zijn gronden aangewezen als brandaandachtsgebied bedoeld in artikel 5.12 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
- Ter plaatse van het Explosieaandachtsgebied zijn gronden aangewezen als explosieaandachtsgebied als bedoeld in artikel 5.12 lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Artikel 3.39 Verbod gebruik zeer kwetsbare gebouwen
- Het is verboden om een gebouw te gebruiken als zeer kwetsbaar gebouw.
- Het verbod bedoeld in het eerste lid geldt niet voor (de uitbreiding van) bestaand(e) zeer kwetsbare gebouwen die op het moment van inwerkingtreding van dit artikel in gebruik waren of in gebruik of gebouwd konden worden overeenkomstig het op dat moment geldende omgevingsplan of verleende omgevingsvergunning. Subparagraaf 3.1.9.3 Voorschriftengebieden Artikel 3.40 Aanwijzing explosievoorschriftengebied Ter plaatse van het Explosievoorschriftengebied geldt dat de gronden zijn aangewezen als explosievoorschriftengebied als bedoeld in artikel 5.14, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Paragraaf 3.1.10 Explosieven indicatieregeling Artikel 3.41 Indicatie explosieven Er is een bodembelastingkaart die te raadplegen is via deze link bodembelastingkaart. Hoofdstuk 4 BOUWEN - ACTIVITEITEN Afdeling 4.1 ALGEMEEN Paragraaf 4.1.1 Inleidende regels Artikel 4.1 Toepassingsbereik Dit hoofdstuk is van toepassing op het verrichten van: a. een omgevingsplanactiviteit bouwwerken; b. een omgevingsplanactiviteit slopen. Artikel 4.2 Maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld, of een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 Omgevingswet kan aan een omgevingsvergunning worden verbonden, over het bepaalde in dit hoofdstuk, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenregels.
- Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in dit hoofdstuk. Artikel 4.3 Meet- en rekenregels
- Bij het toepassen van de regels over bouwen in dit omgevingsplan wordt gemeten op de wijze zoals aangegeven in bijlage III.
- Op het bepalen van de bruto-vloeroppervlakte is NEN 2580 van toepassing.
- Als in een regel een norm is gegeven die geldt ter plaatse van een aanduiding geldt de betreffende norm per afzonderlijk aanduidingsvlak.
- Op het bepalen van het geluid op een gevel zijn de meet- en rekenvoorschriften, gesteld bij en krachtens de Omgevingswet, van toepassing. Artikel 4.4 Overgangsrecht met betrekking tot gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten
- Voor de toepassing van dit omgevingsplan wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is.
- Het eerste lid is van toepassing: als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: a. zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de Functieaanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven. Paragraaf 4.1.2 Verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden Artikel 4.5 Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil
- Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt, onverminderd de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het straatpeil is uitgezet.
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over het eerste lid, waarmee kan worden afgeweken van het eerste lid. Paragraaf 4.1.3 Bouwen en in stand houden van bouwwerken Artikel 4.6 Repressief toezicht op het uiterlijk van bouwwerken
- Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met een goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 Omgevingswet: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.
- Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een aangewezen gebied of bouwwerk als bedoeld in artikel 4.
- Totdat beleidsregels als bedoeld in artikel 4.19 Omgevingswet zijn vastgesteld, geldt overeenkomstig artikel 4.114 Invoeringswet Omgevingswet de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel gold tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet, als de beleidsregels, bedoeld in het eerste lid. Artikel 4.7 Bluswatervoorziening
- Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van een bouwwerk dat niet vereist.
- De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang vanhet bouwwerk is: a. ten hoogste 60 m als het gaat om een grondgebonden eengezinswoning of een bouwwerk die voorzien is van een droge buisleiding als bedoeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving; of b. ten hoogste 30 m in alle andere gevallen dan bedoeld onder a.
- De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden. Artikel 4.8 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpdiensten
- Met het oog op het waarborgen van de veiligheid ligt tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.
- Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; d. als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of e. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist.
- Tenzij elders in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening anders bepaald, heeft een verbindingsweg: a. een breedte van ten minste 4,5 m; b. een verharding over een breedte van ten minste 3,25 m die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram; c. een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 m; en d. een doeltreffende afwatering.
- Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.
- Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.
- In afwijking van het derde lid onder b geldt dat een verbindingsweg geschikt moet zijn voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 30.000 kilogram voor de locaties waar de bluswatervoorziening niet toereikend is vanwege de aard en de ligging van een gebouw of bouwwerk en de voorzieningen die daar zijn getroffen. Artikel 4.9 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen
- Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.
- Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; of d. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist.
- De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.
- Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen.
- Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald. Artikel 4.10 Aansluiting op distributienet voor elektriciteit
- Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als de aansluitafstand niet groter is dan 100 m of groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m.
- Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk. Artikel 4.11 Aansluiting op distributienet voor gas
- Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor gas als: a. artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.
- Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk. Artikel 4.12 Aansluiten op distributienet voor warmte
- Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en de energiezuinigheid en de bescherming van het milieu is een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte als: a. het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk nog niet is bereikt; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.
- Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu.
- Onverminderd het vierde lid, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.
- Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, blijft die aansluitplicht voor dat gebied van toepassing. Artikel 4.13 Aansluiten op distributienet voor drinkwater Met het oog op het beschermen van de gezondheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van drinkwater in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor drinkwater als de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m. Artikel 4.14 Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater
- Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.
- De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.
- Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; c. is waterdicht; d. heeft een voldoende inwendige middellijn; en e. bevat geen beer- of rottingput.
- Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 4.2 kan in ieder geval worden bepaald: a. als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; b. als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en c. of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen. Paragraaf 4.1.4 Gebruik van bouwwerken Artikel 4.15 Overbewoning
- Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners: a. wordt een woning niet bewoond door meer dan een persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; en b. wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte.
- Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden. Artikel 4.16 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is. Artikel 4.17 Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk
- Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkom